nieuws

  • Cao-jaar 2017 uitermate kalm begonnen


    Het cao-jaar 2017 is uitermate kalm begonnen met een iets lager dan 'normaal' aantal afgesloten cao's en overwegend 'normale' loonafspraken.

    In januari 2017 kwamen 14 nieuwe cao's tot stand. De gemiddelde afgesproken loonstijging in die cao's is 1,77%. Dat is iets boven het gemiddelde van de afgelopen jaren, maar wordt veroorzaakt door een klein aantal uitschieters. In 2017 lopen in totaal 411 cao's af voor 2,75 miljoen werknemers. Opvallend in de cao's van de afgelopen maanden is dat de tegenstelling industrie - dienstverlening lijkt te verdwijnen. De afgelopen jaren kende de industrie stelselmatig hogere loonafspraken dan de dienstverlening. Sinds enige maanden is het beeld veel gevarieerder en is er geen samenhang meer vast te stellen tussen de hoogte van de loonafspraak en de economische sector. Werkgeversvereniging AWVN schrijft dit toe aan veranderde marktomstandigheden in de economie. Bron: AWVN 14-02-2017

  • Tweede Kamer stemt in met Wet tegen lange betaaltermijnen


    De Tweede Kamer heeft op 14 februari met ruime meerderheid ingestemd met een initiatiefwet van CDA en PvdA om onredelijke betaaltermijnen tegen te gaan. Met name grote ondernemingen zouden hun positie misbruiken en hun leveranciers uit het MKB lang laten wachten op hun geld.

    Voor grote ondernemingen geldt nu al een betaaltermijn van maximaal zestig dagen. Daar kunnen partijen echter onderuit indien ze dat nadrukkelijk overeenkomen. Kleine leveranciers zouden zich daartoe vaak gedwongen voelen. Volgens het Kamerlid Agnes Mulder (CDA), samen met Mei Li Vos (PvdA) indiener van het wetsvoorstel, hanteren bepaalde grootbedrijven echter structureel betaaltermijnen van negentig dagen en soms wel van honderdtwintig dagen. Er is volgens haar sprake van machtsmisbruik. De initiatiefnemers zijn tot indiening van het wetsvoorstel overgegaan omdat de regering de motie Ronnes (CDA) en Vermue (PvdA) niet heeft uitgevoerd. In die motie werd de regering gevraagd om voor 1 juni 2016 met een wetsvoorstel te komen waarin wordt geregeld dat een wettelijke handelsrente gaat gelden bij een betaaltermijn langer dan 60 dagen en dat op een passende manier afdwingbaar te maken. Het nu door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel is een verdere uitwerking van de Europese richtlijn late betalingen (2011/7/EU). Het wetsvoorstel maakt gebruik van de mogelijkheid die de richtlijn biedt om op nationaal niveau de wet aan te scherpen. Volgens Mulder zit de winst van het voorstel erin dat er geen uitzonderingen meer mogelijk zijn. Onder de huidige wetgeving moet een kleine leverancier aantonen of het kennelijk onbillijk is, met het nu aangenomen wetsvoorstel is dat niet meer het geval . En als een groot bedrijf de termijn van zestig dagen overschrijdt, gaat die termijn automatisch terug naar dertig dagen. Vervolgens treedt er een wettelijke rente in werking. Maar ook onder de nieuwe wet moeten kleine leveranciers nog altijd naar de rechter stappen om hun gelijk af te dwingen als grote bedrijven toch over de schreef gaan. Volgens Kamerlid Sharon Gesthuizen (SP) is vaak de kern van het probleem dat ondernemers de hand die hen voedt, de betalende afnemer van hun product of dienst, niet bijten. Het wetsvoorstel ligt nu voor behandeling bij de Eerste Kamer. Bron: SC Online 15-02-32017

  • Eigen bijdrage geen negatief loon


    De Hoge Raad bevestigt een oordeel van Hof Den Haag dat de eigen bijdrage van een werknemer voor de terbeschikkingstelling van een duurdere auto niet kan worden aangemerkt als negatief loon. De werknemer had niet aannemelijk gemaakt dat hij zich aan de terbeschikkingstelling van de duurdere auto niet kon onttrekken.

    De werknemer kreeg een aanmerkelijk duurdere auto ter beschikking gesteld dan de leaseregeling van de werkgever toeliet. Het eerste jaar werd een eigen bijdrage van ruim € 8500 ingehouden op zijn startbonus. Ter compensatie was die bonus wel verhoogd. Bijtelling was niet aan de orde; een verklaring geen privégebruik was afgegeven. In zijn aangifte IB over 2010 neemt de werknemer de bijdrage voor de auto als negatief loon in aanmerking, maar de inspecteur corrigeert die aangifte. De man stelt uitsluitend in het belang van zijn functie een auto een auto te rijden die duurder is dan de werkgever normaal op basis van het leaseplan ter beschikking kan stellen. Volgens de inspecteur kan echter geen sprake zijn van negatief loon. Zowel de rechtbank als het hof stellen de man in het ongelijk. Onder verwijzing naar twee arresten van de Hoge Raad uit 1997 oordeelt het hof dat de bijdragen die een werknemer aan zijn werkgever betaalt als bijdrage in de kosten van een ter beschikking gestelde auto, behoudens bijzondere omstandigheden, niet hun grond vinden in de dienstbetrekking zodat geen sprake is van negatief loon. Dit is alleen anders wanneer de werknemer zich jegens de werkgever niet kon onttrekken aan het aanvaarden van de ter beschikking gestelde auto. Het was aan de werknemer om dit aannemelijk te maken. Daarin was de werknemer niet geslaagd. Hij gaf weliswaar aan dat de bonus verhoogd is in verband met de terbeschikkingstelling van een duurdere auto, maar niet is aangegeven of hij zich aan de terbeschikkingstelling van de duurdere auto en de bijbetaling had kunnen onttrekken. Het cassatieberoep is door de Hoge Raad zonder nadere motivering ongegrond verklaard (art. 81 Wet RO). Bron: HR 10-02-2017; Hof Den Haag 6-04-2016

  • Tekort aan vakmensen houdt nog jaren aan


    Uit onderzoek van het UWV blijkt dat werkgevers weer vaker kampen met moeilijk vervulbare vacatures. De meeste knelpunten op de arbeidsmarkt doen zich voor in de techniek en ICT. Ook in de zorg, de bouw, het onderwijs en in specifieke niches op middelbaar, hoger en wetenschappelijk beroepsniveau zijn vacatures lastig in te vullen. UWV verwacht dat door de economische groei, de vergrijzing en onvoldoende instroom uit het onderwijs de personeelsschaarste in genoemde sectoren de komende jaren zal aanhouden.

    Al enige jaren is de krapte op de arbeidsmarkt vooral te zien in de techniek en de ICT. Het gaat om een groot aantal technische beroepen, zoals onderhoudsmonteur, elektricien, loodgieter, ontwerper-constructeur, CNC-verspaner en werkvoorbereider-calculator. In de ICT is er een grote behoefte aan programmeurs voor specifieke programmeertalen (dot.net, Java) en systeemanalisten en -ontwikkelaars. De al eerder voorspelde krapte in de bouw doet zich ook gelden. Mede door de aantrekkende woningmarkt is er steeds meer vraag naar vakmensen, zoals metselaars en timmermannen. Ook in specifieke functies in het financieel-economische segment, het onderwijs, de transportsector, de horeca en de groenvoorziening ziet UWV een groeiende vraag naar gekwalificeerd personeel. Het gaat dan bijvoorbeeld om accountants, docenten exacte vakken, vrachtwagenchauffeurs, restaurantkoks en hoveniers. De afgelopen jaren zijn er met name op de lagere beroepsniveaus veel banen verdwenen in de zorg, zoals voor helpenden in de thuiszorg. Inmiddels zijn er duidelijke tekenen dat de arbeidsmarkt in de zorg weer aantrekt. Als gevolg hiervan hebben werkgevers problemen om voldoende verpleegkundigen te vinden. Daarnaast is er een tekort ontstaan aan verzorgenden-IG. Voor beide functies is een opleiding op middelbaar niveau vereist. Bron: UWV 14-02-2017

  • Kosten swap niet/wel aftrekbaar


    Twee tegengestelde hofuitspraken over de aftrekbaarheid van de kosten van een swapovereenkomst als eigenwoningschuld. Vorig jaar oordeelde Hof Den Haag dat dit wel kan en onlangs kwam Hof Amsterdam tot een tegengesteld oordeel. In beide zaken draaide het om de vraag of er voldoende samenhang was tussen de swapovereenkomsten en de eigenwoningschuld.

    In de 'Haagse' zaak wist de belastingplichtige het hof te overtuigen dat er voldoende samenhang was tussen de geldlening voor de kapitale woning van de belastingplichtige en de swapovereenkomsten. Voor de woning waren geldleningen met een variabele rente aangegaan waarbij de swapovereenkomsten er voor zorgden dat ongeacht de ontwikkeling van het variabele deel van de geldlening, ter zake van de geldleningen jaarlijks een vaste rente verschuldigd is. Deze vaste rente merkte het hof aan als 'rente van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, die behoren tot de eigen woningschuld'. Dat aan die vaste rente een samengestelde berekening ten grondslag ligt, doet volgens het hof hieraan niet af. In de 'Amsterdamse' zaak beschikten de belanghebbende en haar partner over drie panden. Tot eind oktober 2009 woonden zij in (een deel) van een van de panden. Daarna betrokken ze een van de andere panden als eigen woning. Ter financiering van de panden zijn diverse leningen met variabele rente aangegaan. Tevens zijn swapovereenkomsten afgesloten ter afdekking van het renterisico. De rechtbank was in de beroepsprocedure tot de slotsom gekomen dat de kosten van de swapovereenkomsten, voor zover toe te rekenen aan de eigen woning, aftrekbaar waren als eigenwoningschuld. In hoger beroep komt het hof echter tot een ander oordeel. Volgens het hof gaf de rechtbank een te ruime uitleg aan de kosten die voor als kosten van de eigenwoningschuld in aftrek kunnen worden gebracht. Kosten van swapovereenkomsten zijn op zichzelf immers geen renten van schulden, dan wel daaronder te begrijpen kosten van geldleningen; zij bestaan in casu uit het saldo van een door de bank verschuldigde variabele premie en een door belanghebbende aan de bank verschuldigde vaste premie berekend over een fictieve hoofdsom. Dat er sprake was van een samenhang tussen de eigenwoningschuld en de swapovereenkomst was door de inspecteur gemotiveerd betwist aan de hand van de op de financierings- en swapovereenkomsten betrekking hebbende stukken. De belanghebbende wist alleen te verwijzen naar brieven uit 2013 van bankmedewerkers. Naar het oordeel van het hof vormt het in die brieven vermelde beleid van de bank voor de aanwezigheid in 2008 en/of 2009 van een 'rechtstreeks verband' tussen de eigenwoningschuld en de swapovereenkomsten onvoldoende bewijs. Bron: Hof Amsterdam 10-01-2017; Hof Den Haag 07-09-2016

  • Bouwbedrijven dringen aan op cao-politie bouwsector


    Enkele grote bouwwerkgevers hebben bij koepel Bouwend Nederland aangedrongen op strenger toezicht gericht op cao-naleving. De bouwbedrijven willen een eigen nalevingspolitie oprichten om strenger te kunnen optreden tegen cao-ontduiking en uitbuiting van zzp'ers. Onderaannemers die structureel en met opzet sociale premies ontduiken via schijnconstructies, moeten volgens hen daar hard op afgerekend worden.

    De oproep is onder meer gedaan door de bouwbedrijven Dura Vermeer, Heijmans en BAM. In een artikel in het FD pleiten woordvoerders van die bedrijven voor de invoering van poortcontroles op de werkplek en onafhankelijke inspecteurs die via steekproeven ter plaatse personeelsdossiers komen doorlichten. Bouwend Nederland laat op haar website weten positief te staan tegen alle werkgeversinitiatieven om schijnconstructies aan te pakken. Wel wil Bouwend Nederland dit zoveel mogelijk verbinden met bestaande initiatieven, zoals de Bouwplaats-ID, zodat inspanningen elkaar versterken. Het FD meldt dat de Aannemersfederatie (AFNL) minder te spreken is over het 'charmeoffensief' van de grote bouwers. AFNL vreest dat de pijlen vooral gericht zullen worden op haar achterban, het midden- en kleinbedrijf. Volgens AFNL zijn de tien grootste concerns zelf de veroorzakers van het ongelijke speelveld. 'Als je bereid bent om een eerlijke prijs te betalen dan hoeven er ook geen buitenlandse constructies te komen', aldus beleidssecretaris Remkes tegenover het FD. Bron: FD 14-02-2017; Bouwend Nederland 14-02-2017

  • Langdurige werkloosheid daalt


    Voor het eerst sinds 2009 is de langdurige werkloosheid gedaald. Ook onder 55-plussers nam het aantal langdurig werklozen af, al was de daling minder dan bij de jongere leeftijdsgroepen.

    Iemand is langdurig werkloos als hij of zij twaalf maanden of meer geen betaald werk heeft gehad, maar wel recent naar werk heeft gezocht en daarvoor ook direct beschikbaar is. In 2015 bedroeg het aantal langdurig werklozen 259.000, waarvan 88.000 ouder dan 55 jaar. Het aantal langdurig werklozen is zes jaar op rij gestegen, maar vorig jaar is er voor het eerst weer sprake van een daling. In 2016 bedroeg het aantal langdurig werklozen 216.000. In 2015 was de daling voor de leeftijdsgroepen onder de 55 jaar al ingezet, maar tegenover die een (kleine) daling onder die leeftijdsgroepen stond nog een toename (+12.000) van de het aantal langdurig werklozen onder 55-plussers. Dit beeld is bekend uit de vorige periode met oplopende werkloosheid, ruim tien jaar geleden. Ook toen bleef het aantal langdurig werkloze ouderen lang groeien. Een verschil met toen is dat er nu in verhouding meer langdurig werklozen ouder zijn dan 55 jaar. In de andere leeftijdsgroepen was de toename de afgelopen jaren minder groot. Ook de totale werkloosheid onder 55-plussers ( kort en langdurig) begon een jaar later te dalen dan bij de jongere leeftijdsgroepen. De toename van de werkloosheid bij ouderen begon echter ook een jaar later, in 2010 in plaats van in 2009, dan bij de andere groepen. Onder 55-plus-mannen daalde de werkloosheid in 2016, maar bij vrouwen uit de leeftijdsgroep was er nog een toename. Daar staat tegenover dat de toename in de periode 2010-2015 ook groter was bij mannen dan bij vrouwen. Het beeld verandert iets als niet naar het aantal werklozen wordt gekeken, maar naar het gehele onbenutte arbeidsaanbod zonder werk. Zo zijn er mensen die wel op zoek zijn naar werk, maar niet zouden kunnen starten, en er zijn mensen die juist niet op zoek zijn naar werk maar wel direct kunnen beginnen. In 2016 waren er bijvoorbeeld 22.000 mannen en 28.000 vrouwen van 55-plus die wel zouden kunnen beginnen met werken maar niet meer naar werk zochten, omdat ze niet verwachtten nog een baan te krijgen. Deze ontmoedigden en mensen die om andere redenen niet recent hebben gezocht of niet onmiddellijk kunnen starten, tellen niet mee in het werkloosheidscijfer. Worden deze wel betrokken in de beschouwing, dan loopt de ontwikkeling bij vrouwen en mannen meer gelijk op. Bron: CBS 13-02-2017

  • Modelovereenkomst 'als het moet'; tussenpersoon 'voor de zekerheid'


    Veel zzp'ers geven aan dat hoewel volgens hen geen twijfel is over hun ondernemerschap, opdrachtgevers sinds de invoering van de Wet DBA onzekerder zijn geworden. Volgens deze zzp'ers vragen ze zzp'ers vaker om hun werk te doen in een payroll- of uitzendconstructie.

    Uit een KvK-onderzoek onder zelfstandige professionals (ruim 77% van alle zzp'ers) blijkt dat 95% van hen meer dan één opdrachtgever heeft. In een derde van de gevallen gaat het zelfs om meer dan tien opdrachtgevers. Gemiddeld besteden deze zzp'ers 41% van hun tijd aan de grootste opdrachtgever. Van de zelfstandige professionals heeft 79% in het verleden weleens een VAR-verklaring aangevraagd. 21% heeft dit nog nooit gedaan, omdat ze de VAR niet nodig hadden om te laten zien dat ze zelfstandig ondernemer zijn. Sinds de invoering van de Wet DBA gebruikt van degenen die in het verleden weleens een VAR-verklaring hadden aangevraagd, 28% nu een modelovereenkomst, een vijfde is er nog mee bezig (8%) of is het van plan (12%), 35% gaat dat alleen doen als opdrachtgevers er om vragen. De rest (17%) is het niet van plan. Van de groep zzp'ers die nooit een VAR-verklaring heeft aangevraagd geeft bijna de helft aan niet van plan te zijn om een modelovereenkomst te gaan gebruiken. Een kwart geeft echter aan nu wel gebruik te maken van een modelovereenkomst (13%) of er gebruik van wil maken (7%) of nog bezig te zijn met het opstellen (5%). Hoewel de zelfstandige professionals zich zeker voelen over hun ondernemerschap, is volgens veel zzp'ers bij de opdrachtgevers niet het geval. Bijna een vijfde (18%) van de zzp'ers heeft in het afgelopen jaar vaker dan het jaar ervoor meegemaakt dat een opdrachtgever liever geen zzp'ers meer inhuurt. Ze lopen vaker tegen opdrachtgevers aan die alleen nog maar willen werken via een tussenpartij, zoals een bemiddelaar, een payrollbedrijf of een uitzendbureau. Bron: KvK 13-02-2017

  • Spaar- en beleggingshypotheken eerder af te lossen


    Vanaf 1 april 2017 hoeven huiseigenaren met een spaarhypotheek niet meer te wachten tot de termijnen van 15 of 20 jaar zijn verstreken om hun spaarhypotheek belastingvrij te kunnen aflossen. Met de inwerkingtreding van een aantal aangepaste artikelen in de Wet IB 2001 hebben ook deze huiseigenaren ten alle tijden de keuze om vervroegd hun hypotheek af te lossen zonder dat hier een fiscale boete op staat.

    In het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2017 werd voorgesteld om wettelijk vast te leggen dat de termijnen (15 jaar of 20 jaar) die als voorwaarden gelden om een vrijstelling te kunnen benutten bij het tot uitkering komen van een kapitaalverzekering eigen woning, een spaarrekening eigen woning, een beleggingsrecht eigen woning of een zogenoemde Brede Herwaarderingskapitaalverzekering in bepaalde situaties buiten toepassing te verklaren. Hiermee zou een beleidsbesluit worden gecodificeerd. De Kamerleden Omtzigt en Ronnes hebben vervolgens een amendement ingediend waarin zij voorstellen de fiscale tijdklemmen (de termijnen van 15 en 20 jaar) voor KEW, SEW en BEW geheel te laten vervallen. Dit amendement is aangenomen en zal per 1 april 2017 in werking treden. In een brief aan de Tweede Kamer waarin de staatssecretaris ingaat op het onderzoek naar de impact van het geheel vervallen van tijdklemmen, doet de staatssecretaris de toezegging om met een besluit te komen waarin de tijdklemmen ook voor Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen vervallen. Dit omdat deze kapitaalverzekeringen niet in het aangepaste wetsartikelen zijn meegenomen en zonder dit besluit buiten de boot zouden vallen. Daarnaast zal in een beleidsbesluit in ieder geval worden goed gekeurd dat personen bij wie de polis op de datum van dagtekening van deze brief (8-02-2017) voorziet in de (contractuele) mogelijkheid om de polis na ten minste 15 jaar premiebetaling premievrij te maken en hiervan gebruikmaken of hebben gemaakt, geacht worden te hebben voldaan aan de eis van gedurende de looptijd jaarlijks premie voldoen. Eenzelfde goedkeuring zal ik opnemen voor gevallen waarin sprake is van een overeengekomen verkorte premieduur met dien verstande dat ten minste 15 jaar premie moet zijn of worden betaald. Bron: MvF 8-02-2017

  • Onderscheid failliete en niet-failliete inleners


    Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant hoefde de ontvanger niet eerst de bestuurders van malafide uitzendbureaus aan te spreken, alvorens hij bij de inlener aanklopte. De wet voorziet niet in een voorrangsregel voor de aansprakelijkstelling. Ook het feit dat failliete inleners niet werden aangesproken en andere wel, leverde geen strijd met het gelijkheidsbeginsel op.

    Een onderneming wordt in 2014 aansprakelijk gesteld voor de niet betaalde loonheffing voor ingeleende technische uitzendkrachten in de periode 2007-2010. De uitzendkrachten waren ingeleend bij achtereenvolgens vijf uitzendbureaus. Naar de uitzendbureaus, waarbij telkens de leden van één familie betrokken waren, startte de FIOD in 2009 een strafrechtelijk onderzoek. De inspecteur heeft vervolgens in 2012 en 2013 boekenonderzoeken bij de uitzendbureaus ingesteld, waaruit bleek dat er geen of nauwelijks administratie was. Daarna volgden onderzoeken bij de inlenende bedrijven. Aan de hand van hun administratie is berekend welk bedrag aan loonheffing verschuldigd was voor de door hen ingeleende werknemers. Bij de inlenende bedrijven die failliet waren, is een dergelijk onderzoek niet ingesteld. De onderneming verzet zich tegen de aansprakelijkstelling: volgens haar is er onder meer sprake van willekeur en strijd met het gelijkheidsbeginsel. De onderneming stelt dat eerst de bestuurders van de uitzendbureaus hadden moeten worden aangesproken. Maar daarover stellen de ontvanger en de rechtbank dat de wet dergelijke voorrangsregels niet kent. Ook is er volgens de rechtbank geen strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat de ontvanger niet-failliete inleners wel aanspreekt, maar failliete niet. Bij failliete inleners is immers geen onderzoek gedaan en kon er voor hun inleningen ook niet worden nageheven. Bij gebrek aan nageheven loonheffing was er dus ook geen wettelijke basis om deze failliete ondernemers aansprakelijk te stellen. Dat de inspecteur het onderzoek beperkte tot de niet-failliete inleners was volgens de rechtbank niet onredelijk. Die keuze zal mede zijn ingegeven door de gebrekkige verhaalmogelijkheid op failliete inleners. De rechtbank acht dat een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het verschil in behandeling. De onderneming meent ook dat de Belastingdienst al in 2009 had moeten waarschuwen voor de praktijken bij de uitzendbureaus. Daarover oordeelt de rechtbank dat op de ontvanger, dan wel de Belastingdienst geen actieve inlichtingenplicht rust jegens klanten van bedrijven waarnaar een onderzoek wordt ingesteld. Bovendien betrof destijds het onderzoek de omzetbelasting: niet aannemelijk was dat dit onderzoek enige relatie had met de uitleningen nu daarvoor de verleggingsregeling geldt. Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 15-12-2016 (publ. 31-01-2017)

 

over ons

wij
begrijpen cijfers,
al ruim 25 jaar

Administratiekantoor Van Helden wil mensen helpen, door hen financieel inzicht en overzicht te bieden. Dat doen we door praktische overzichten te maken en door het administratieve proces zo efficiënt mogelijk in te richten. Maar ook door onze klanten persoonlijk te benaderen.
Onze producten en diensten sluiten daarop aan. Ons fonds steunt goede doelen en projecten die Utrecht een warm hart toedragen, zowel op sociaal als maatschappelijk gebied.

Onze visie
Van Helden bestaat al meer dan 25 jaar; een begrip in Utrecht en omgeving. Oprichter meneer Van Helden nam de tijd voor zijn klanten, zodat ze op maat advies kregen en inzicht en overzicht in hun eigen financiën. Dat is nog steeds de basis van ons bedrijf.

Wij zijn ‘de nieuwe helden’ van uw financiën. Wij hebben de overtuiging dat administratieve processen steeds makkelijker kunnen. Dat u gedeelten ook prima digitaal kunt aanleveren en daardoor ook steeds meer zelf inzicht krijgt in het proces en overzicht van uw financiën. Dat helpt u en uw bedrijf om betere strategische beslissingen te nemen.

We luisteren naar u, we denken met u mee en we zijn via diverse kanalen bereikbaar.

 

diensten

wat wij voor u kunnen betekenen

We gaan ervoor om uw boekhouding, loonadministratie, jaarcijfers, fiscale aangiften deskundig en zo efficiënt mogelijk voor u te verzorgen tegen een aantrekkelijke prijs. Ondernemen is al duur genoeg.
Doet u een deel van uw boekhouding zelf? Dan helpen we u graag met onderdelen, zoals de jaarrekening en coachen we u als u tegen problemen aanloopt of vragen hebt.

boekhouding

jaarcijfers

salaris- administratie

aangiften

fiscaal advies

boekhouding;


We werken met Exact Online. U dient uw nota’s makkelijk digitaal in en ze worden automatisch verwerkt in een handig overzicht: de balans en de winst- en verliesrekening. Op elk moment heeft u online inzage in uw boekhouding. Heeft u daarover vragen? Dan nemen wij graag de cijfers met u door.

jaarcijfers;


Als u door ons de complete boekhouding laat verzorgen, dan stellen wij ook de jaarstukken op. Deze jaarstukken zijn weer de basis voor de belastingaangifte die we voor u doen en we leveren de stukken ook aan bij de Kamer van Koophandel. Hierbij zetten wij de automatisering optimaal in om zo efficiënt mogelijk te werken.

Doet u de administratie zelf? Dan vatten wij uw boekhouding samen, we rubriceren en analyseren de cijfers en verzorgen een overzichtelijke rapportage voor u.

salarisadministratie;


We voorzien uw personeel tijdig van loonstroken, we rekenen u de gevolgen van nieuw personeel voor, zodat u de werkgeverslasten en de loonbelastingaangiften kunt inschatten.
Dit proces gaat grotendeels digitaal via uw persoonlijke, digitale omgeving.

aangiften;


Van Helden doet de aangiften voor de omzetbelasting meestal per kwartaal, de aangifte loonbelasting maandelijks en de inkomstenbelasting jaarlijks. Voor een BV doen we jaarlijks de aangifte voor de vennootschapsbelasting.
Ons uitgangspunt is, dat belasting betalen nodig is om gemeenschappelijk kosten te delen, maar dan willen we wel graag dat dat op een eerlijke manier gebeurt en verdeeld wordt.
Wij zullen de fiscale ruimte die er is, dan ook benutten en zo nodig met de belastingdienst de discussie aangaan als er onterecht wordt afgeweken van onze aangifte.

fiscaal advies;


Ondernemers kunnen bij ons ook terecht voor fiscaal advies, daarvoor is het niet nodig dat wij ook uw boekhouding of jaarstukken verzorgen. Wij zien het als onze taak om u zo goed mogelijk te adviseren als we bij uw boekhouding fiscale aspecten tegenkomen.

Mocht u fiscale vragen hebben, dan beantwoorden we die graag. Binnenkort kunt u kiezen uit verschillende abonnementsvormen wat betreft fiscaal advies en fiscale begeleiding.

 

van helden fonds

Van Helden fonds: wat wij teruggeven

 

vraag & antwoord

wat is uw vraag?

1

hoe gaat Van Helden in de praktijk te werk?

We maken met u een afspraak bij ons op kantoor of bij u. We hechten eraan dat er een klik is tussen adviseur en klant. Zijn we het eens over het werk en de kosten? Dan maken we vervolgafspraken over oa. de frequentie van rapportages en deadlines van de belastingen.

2

waar kan ik inloggen om mijn cijfers in te voeren?

Dat kan hier: Exact Online

Let op:
U bent altijd zelf verantwoordelijk voor de belastingaangifte. Ook als deze door uw boekhouder is verzorgd en daarin fouten zijn gemaakt.

3

wie is er aansprakelijk voor de aangifte?

Het is onze taak de aangifte deskundig en zorgvuldig te behandelen.
De klant blijft altijd inhoudelijk verantwoordelijk voor zijn of haar belastingaangifte.

4

wat kan ik zelf aan de administratie doen?

U kunt uw hele administratie zelf doen in een eigen boekhoudpakket en ook gebruik maken van Exact Online. Daar kunt u ook facturen aanmaken die direct in de boekhouding worden gezet. Dat bespaart u invoerkosten.

5

met welke boekhoud- pakketten werken jullie?

We werken met King en Exact Online. Daar werken we al heel lang mee. Dit is een degelijk pakket waarop de boekhouding op professionele wijze kan worden gevoerd. Het werkt snel, geeft goed overzicht en financieel inzicht.

6

werkt Van Helden ook samen met derden?

Ons kantoor werkt samen met kleine en grote accountantsbureaus waar het gaat om accountantsverklaringen of complexere fiscale vraagstukken.

7

wat kost het om jullie in te huren?

* Kleine administratie inclusief aangifte btw: vanaf € 50 pm
* Loonadministratie: vanaf € 20 pm
* Jaarrekening of jaarstukken belastingdienst: vanaf € 500 pj
* Belastingaangifte ondernemer: vanaf € 175

8

zijn er minder kosten bij meer diensten?

Bij een combinatie van onze diensten kunnen we efficiënter werken, zodat onze totaalprijs vanaf € 100 per maand kan worden aangeboden.
Dat hangt vooral af van de hoeveelheid en aard van de mutaties in de boekhouding.

9

wanneer moeten mijn aangiften zijn ingediend?

De maand na elk kwartaal moet de aangifte omzetbelasting zijn ingediend en betaald, uiterlijk voor 1 april. Aangiften vennootschapsbelasting uiterlijk voor 1 juni het jaar erop. Als belastingconsulent hebben we de mogelijkheid om gespreid de aangiftes in te dienen.

10

..of
stel
zelf een
vraag

 
 

contact

u vindt ons in utrecht

 

Van Helden B.V.
Othellodreef 45
3561 GS Utrecht

030 262 56 90
info@vanheldenbv.nl

volg ons:

contactformulier

nieuwsbrief ontvangen?

download algemene voorwaarden © van Helden b.v. 2017