nieuws

  • Pensioensector belegt duurzamer


    In de pensioensector wordt steeds meer duurzaam belegd en die groei zal gezien alle voornemens in de sector verder doorzetten. Dat blijkt uit onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) naar duurzaam beleggen in de pensioensector.

    De groei manifesteert zich op verschillende vlakken. Het aantal pensioenfondsen dat duurzaam belegt neemt toe, het aanbod in duurzame beleggingsproducten groeit en de manieren waarop fondsen invulling geven aan hun (duurzame) beleggingsbeleid is aan het verbreden. Daarbij wordt duurzaam beleggen dieper verankerd in de organisaties en maakt het steeds meer deel uit van de risicobeheersing. Dat de inzet op duurzaamheid geen tijdelijke aangelegenheid is, blijkt uit gesprekken met de pensioensector, maar is ook op te maken uit het feit dat fondsen duurzaamheid verankeren in hun investment beliefs. Het aantal pensioenfondsen dat duurzaamheid hierin opneemt, is de afgelopen jaren snel gestegen. Van 45% in 2013 tot 74% in 2015. In 2015 geeft 88% van de pensioenfondsen aan een duurzaamheidsbeleid te hebben ontwikkeld, waarbij de verschillen in intensiteit en ambitie groot zijn. Uit het onderzoek komt naar voren dat met name de grotere pensioenfondsen stappen zetten om duurzaamheid te integreren in hun beleggingsbeleid, en daarmee wereldwijd in de voorhoede zitten. Duidelijk is dat de aandacht voor duurzaam beleggen verdiept. Waar het aanvankelijk gedreven werd door de reputatierisico's die maatschappelijk als 'fout' gepercipieerde beleggingen met zich meebrengen, zien we het accent nadrukkelijk verschuiven van reputatierisico naar financieel risico en naar financiële kans. Duurzaamheid is daarmee op de agenda gekomen als onderdeel van de risicobeheersing én als goede en kansrijke investering. Bron: DNB 23-09-2016

  • Ruim 270.000 familiebedrijven


    Nederland telt 271.790 familiebedrijven. Dit komt neer op 70% van alle bedrijven met meer dan één werkzame persoon. Dit blijkt uit een onderzoek van CBS naar familiebedrijven in Nederland. Koplopers zijn de horeca (81% familiebedrijf) en de landbouw (92%). Maar ook in de industrie is 70% een familiebedrijf.

    CBS voert voor het eerst onderzoek uit naar familiebedrijven. Dit eenjarige onderzoek wordt uitgevoerd met een financiële bijdrage uit het COSME Programma van de Europese Unie. De meeste familiebedrijven zijn klein en hebben niet meer dan vijftig werkzame personen in dienst. Er zijn 3.690 grote familiebedrijven met vijftig of meer werkzame personen, waarvan 365 bedrijven met meer dan 250 mensen in dienst. Van alle bedrijven van deze omvang is 13% een familiebedrijf. Alle familiebedrijven samen hebben 341.220 vestigingen; dit is 63% van alle bedrijfsvestigingen met meer dan één werkzaam persoon in Nederland. In Friesland, Drenthe, Zeeland en Limburg zitten relatief veel vestigingen van familiebedrijven, in Utrecht en Noord-Holland zijn er met 51% en 56% relatief weinig. In alle provincies heeft de sector handel de meeste vestigingen van familiebedrijven. De landbouw, bosbouw en visserij heeft een aanzienlijk aandeel in de noordelijke provincies en Zeeland. De zakelijke dienstverlening heeft in de Randstad een groot aandeel. In gemeentes met weinig inwoners komen familiebedrijven vaker voor dan in grotere gemeentes. Voor een grote stad heeft Eindhoven relatief veel familiebedrijven In Utrecht en Amsterdam zijn bijvoorbeeld 38% en 45% van de bedrijfsvestigingen onderdeel van een familiebedrijf. Eindhoven daarentegen is een grote gemeente met relatief veel familiebedrijven (54%), maar nog altijd minder dan de hele provincie Noord-Brabant (68%). Eindhoven kent relatief veel vestigingen van familiebedrijven in de commerciële dienstverlening (74%) in vergelijking met de hele provincie Noord-Brabant (60%). Het CBS verwacht later dit jaar, begin 2017 cijfers te zullen publiceren over het belang van familiebedrijven voor de economie. Bron: CBS 22-09-2016

  • Meer zeggenschap OR over pensioen vanaf 1 oktober


    De ondernemingsraad krijgt vanaf 1 oktober meer te zeggen over het pensioen. Dan treedt de wet in werking waarin dat geregeld wordt, zo is in het Staatsblad bekendgemaakt. Volgens de wet hebben ondernemingsraden bij ondernemingspensioenfondsen straks instemmingsrecht over alle onderdelen, tenzij er in de cao al afspraken over de pensioenregeling zijn gemaakt. Nu nog heeft de OR bij een ondernemingspensioen alleen instemmingsrecht wanneer de werkgever de pensioenregeling wil vaststellen of intrekken.

    Het gaat om de betrokkenheid van de OR bij ondernemingspensioenfondsen. Dat zijn fondsen die het pensioen uitvoeren bij één werkgever en niet voor een hele bedrijfstak. De inspraak van de OR bij pensioen is nu nog beperkt en geldt sowieso alleen als er in de cao geen afspraken over zijn gemaakt. Daarnaast heeft de OR nu nog alleen instemmingsrecht als de werkgever de pensioenregeling wil vaststellen of intrekken. De zaak kwam aan het rollen na een conflict bij Shell, in 2013. Het olieconcern zette zonder inspraak van de ondernemingsraad een nieuw, soberder pensioenfonds op voor nieuwe medewerkers. Dat kan met de nieuwe wet niet meer. Bron: SC, 19-09-2016

  • Onderzoek naar heffing box 3 op basis werkelijk rendement


    Vorig jaar rond Prinsjesdag heeft het kabinet een proces in gang gezet om te onderzoeken of het mogelijk is om de heffing over inkomen uit sparen en beleggen beter aan te laten sluiten bij het werkelijk rendement. Op Prinsjesdag 2016 heeft staatssecretaris Wiebes de voortgangsrapportage hierover naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.

    Voorlopige conclusie is dat een betere belasting van het werkelijke rendement mogelijk lijkt, maar dat een dergelijk stelsel altijd zal bestaan uit een heffing op werkelijke rendementen op de ene vermogenstitel en een forfaitaire benadering van het werkelijke rendement op de andere titel. Dat levert onherroepelijk grotere risico's van ontwijking op en eenvoudiger wordt het niet. Vooralsnog lijkt dit echter uitvoerbaar, als de gegevens volledig, juist en tijdig geautomatiseerd worden aangeboden en indien ontwijking zo veel mogelijk kan worden voorkomen en intensief wordt bestreden. Vooralsnog zijn er drie varianten mogelijk: variant A: in de basis een vermogensaanwasbelasting; variant B: een vermogenswinstbelasting. In deze twee varianten wordt de werkelijke rente op bank-, spaartegoeden en overige vorderingen belast. Voor wat betreft onroerende zaken en overig vermogen wordt in beide varianten het belastbaar inkomen forfaitair bepaald. Ook geldt voor beide varianten dat het heffingvrije vermogen wordt omgezet in een heffingvrije voet voor de werkelijke inkomsten uit vermogen. Het verschil is dat in variant A de werkelijke vermogensaanwas op aandelen, obligaties en derivaten wordt belast , dus de koerswinst, de rente en de dividenden van dat jaar, terwijl in variant B de werkelijke rente en dividenden op aandelen, obligaties en derivaten jaarlijks worden belast en de vermogenswinst bij verkoop wordt belast. Omdat beide varianten ook nadelen kennen is gezocht naar een derde variant: variant C: in deze variant wordt het rendement voor elke vermogenstitel over een belastingjaar achteraf forfaitair vastgesteld. Variant C lijkt sneller te kunnen worden ingevoerd en verbetert de aansluiting bij het werkelijke rendement sterk ten opzichte van de wijzingen in box 3 die het kabinet vorig jaar in het Belastingplan had opgenomen en die in 2017 als tussenstap in werking treedt. Deze variant komt minder tegemoet aan de wens om het werkelijke rendement beter te benaderen, maar is beter uitvoerbaar dan de beide andere varianten. Verwacht wordt dat de verdere uitwerking in wetgeving van de gekozen variant (A, B of C) een jaar gaat duren. Bron: MvF 20-09-2016

  • Prinsjesdag 2016 - Belastingpakket 2017


    Het pakket Belastingplan 2017 bestaat dit jaar uit zes wetsvoorstellen: Belastingplan 2017, Overige Fiscale Maatregelen 2017, Fiscale vereenvoudigingswet 2017, wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen, wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing en het wetsvoorstel Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen met een zelfstandige aansluiting. Hieronder de belangrijkste wijzigingen.

    Inkomensbeleid: Beperking verlenging derde schijf loon- en inkomstenbelasting In 2016 bedraagt de bovengrens van de derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting € 66.421. Op grond van eerdere wetsaanpassingen en inflatiecorrectie zou deze bovengrens per 2017 worden verhoogd naar € 67.472. Dit wordt met € 400 verlaagd naar € 67.072. Verhoging algemene heffingskorting Op grond van eerdere wetsaanpassingen en inflatiecorrectie zou de maximale algemene heffingskorting in 2017 worden verlaagd naar € 2.206. Voorgesteld wordt de maximale algemene heffingskorting met € 48 te verhogen naar € 2.254. Beperking verhoging maximale arbeidskorting en wijziging startpunt afbouw arbeidskorting Op grond van eerdere wetsaanpassingen en inflatiecorrectie zou de maximale arbeidskorting per 2017 worden verhoogd naar € 3.268. Dit wordt met € 46 verlaagd naar € 3.223. Ook het startpunt van de afbouw van de arbeidskorting wordt aangepast. Deze zou per 2017 € 33.944 bedragen. Voorgesteld wordt het startpunt verder te verlagen met € 1.500 naar € 32.444. Verhoging ouderenkorting Op grond van het Belastingplan 2016 wordt de in die wet opgenomen verhoging van de ouderenkorting per 2016 van € 222 per 2017 grotendeels teruggedraaid. Voorgesteld wordt om de ouderenkorting, nadat de hiervoor genoemde verlaging is aangebracht en de indexatie heeft plaatsgevonden, met € 215 te verhogen. In dat geval wordt de ouderenkorting per 2017 € 1.292 (in 2016: € 1.187) voor pensioengerechtigden met een verzamelinkomen van niet meer dan € 36.057. Constructiebestrijding en aanpak belastingontwijking: Maatregelen box 2-beleggen in vrijgestelde beleggingsinstellingen: dichten sluiproute waarmee box 2- en box 3-heffing kan worden uitgesteld of ontlopen: Voortaan moet in box 2 worden afgerekend over de positieve ab-claim als een lichaam waarin de belastingplichtige een ab heeft de vbi–satatus krijgt; Box 3-vermogen dat wordt ondergebracht in een vbi waarin de belastingplichtige een ab heeft wordt niet alleen in box 2 maar ook in box 3 belast als dit vermogen binnen achttien maanden weer terugkomt in box 3 -> wel tegenbewijsregeling Het percentage van het forfaitaire rendement uit een vbi wordt automatisch gekoppeld aan het voor dat jaar geldende percentage van de hoogste schijf in box 3 Beperking reikwijdte toerekeningsstop APV en voorkoming dubbele belasting anders vorm geven -> Toerekeningsstop geldt alleen nog voor APV’s die een actieve onderneming drijven. Daarnaast worden in het besluit voorkoming dubbele belasting aanvullende voorkomingsregelingen worden getroffen. Innovatiebox: nexusbenadering en toegangscriteria worden geïmplementeerd in de Nederlandse innovatiebox (zie ook BZ Advies, 2016, nr. 6 De innovatiebox staat onder druk) Wijziging specifieke renteaftrekbeperkingen: wijzigingen gericht tegen winstdrainage en in de overnameholdingbepaling voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017 Stimulering start-ups: Aanpassing gebruikelijk loon start-ups Voor dga’s van (startende) ondernemingen met lage of geen winst is het onder omstandigheden mogelijk het loon in overleg met de Belastingdienst op een lager bedrag vast te stellen dan bij dga’s van andere ondernemingen. Daar dit proces vaak tijdrovend en onzeker is voor de betreffende start-up wordt de regeling versoepeld: vanaf 2017 mag het gebruikelijk loon van de dga van een innovatieve start-up worden vastgesteld op het wettelijke minimumloon. Dit wordt mogelijk voor dga’s van bedrijven die speur- en ontwikkelingswerk verrichten en voor de toepassing van de S&O-afdrachtvermindering als starter worden aangemerkt. Deze maatregel komt te vervallen per 1 januari 2022. Verlenging van de eerste tariefschijf van de vennootschapsbelasting De eerste tariefschijf van de vennootschapsbelasting van 20% wordt in 2018 verlengd van € 200.000 naar € 250.000, in 2020 van € 250.000 naar € 300.000 en in 2021 van € 300.000 naar € 350.000. Deze maatregel is aangekondigd in de brief van 1 juli 2016 over de voorgestelde uitfasering van het pensioen in eigen beheer. Maatregelen als gevolg van jurisprudentie: Teruggaaf dividendbelasting voor niet-ingezetenen en heffingsvrij vermogen voor buitenlands belastingplichtigen Bouwterrein btw Wijziging btw-vrijstelling watersportorganisaties   Overige Fiscale Maatregelen 2017 IB Toerekening schulden die deel uitmaken van een algemeenheid waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust -> alle vermogensbestanddelen die deel uitmaken van een algemeenheid waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust worden voor box 3 gelijk behandeld dus ook de schulden. Codificatie beleidsbesluit vruchtgebruik -> wettelijk wordt vastgelegd dat een vruchtgebruiker die krachtens erfrecht de rente en kosten die hij betaalt op een schuld die de erflater is aangegaan en waarvan de eigendom bij de bloot eigenaar ligt in aftrek kan brengen als aftrekbare kosten voor de eigen woning. Het besluit uit 2014 wordt op verschillende punten aangepast. Heffing beloningen bestuurders en commissarissen: voorgesteld wordt voor buitenlands belastingplichtige bestuurders en commissarissen van in Nederland gevestigde vennootschappen in de Wet IB 2001 vast te leggen dat zowel wanneer sprake is van winst uit onderneming als wanneer sprake is van loon of resultaat uit overige werkzaamheden Nederland ook volgens nationaal recht over deze beloningen kan heffen. Intrekking spaarrenterichtlijn: in verband met de invoering van de CRS-richtlijn wordt de spaarrichtlijn ingetrokken. Codificatie beleidsbesluit tijdklemmen: wettelijk wordt vastgelegd dat de termijnen die als voorwaarden gelden om een vrijstelling te kunnen benutten bij het tot uitkering komen van een kapitaalverzekering eigen woning, een spaarrekening eigen woning, een beleggingsrecht eigen woning of een zogenoemde Brede Herwaarderingskapitaalverzekering in bepaalde situaties buiten toepassing zijn verklaard. Loonbelasting WVA Wettelijk zal worden vastgelegd dat eindheffingsloon is uitgesloten van het loonbegrip dat in het kader van de van de S&O-afdrachtvermindering wordt gehanteerd voor de berekening van het gemiddelde uurloon. Dit betreft codificatie van bestaande praktijk. De boetebepaling van de WVA wordt vereenvoudigd. Op dit moment wordt bij het niet tijdig of niet melden van de bestede S&O-uren en gerealiseerde kosten en uitgaven een boete opgelegd van in de praktijk maximaal € 2.500. Ter verduidelijking van de wet wordt voorgesteld om in de bepaling een maximumboete op te nemen ter hoogte van dit bedrag. De hoogte van dit bedrag zal eens in de vijf jaar geëvalueerd worden. Verder wordt voorgesteld dat bij het opleggen van deze boetes een lichtere procedure geldt dan de volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldende procedure. Erf- en schenkbelasting Reparatie arrest over bedrijfsopvolgingsregeling bij indirecte aandelenbelangen van minder dan 5% -> De reparatie houdt kort gezegd in dat de uitleg en werkwijze zoals de Belastingdienst die sinds 2010 heeft gehanteerd wettelijk wordt vastgelegd. Termijn vaststelling aanslag na schenking eigen woning: voorgesteld wordt om de termijn voor het opleggen van de aanslag vast te stellen op vijf jaar Toeslagen Fatale termijn voor herziening voorschot en vaststelling toeslag: de bevoegdheid om nog na verloop van lange tijd de tegemoetkoming over een berekeningsjaar toe te kennen tot een lager bedrag dan het bedrag van het verleende voorschot of het voorschot te herzien tot een lager bedrag met de terugvordering van het ten onrechte uitbetaalde gedeelte tot gevolg vervalt ingeval vijf jaar zijn verstreken na de laatste dag van het berekeningsjaar. Aanpassing Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit Creëren grondslag voor informatie-uitwisseling Fiscale vereenvoudigingswet 2017 Stroomlijnen invorderingsregelgeving belastingen en toeslagen De belangrijkste elementen zijn: aanwijzing van de ontvanger als het bevoegde bestuursorgaan voor de invordering van niet enkel belastingen, maar voortaan ook van toeslagen; introductie van een debiteurgerichte (in plaats van vorderinggerichte) betalingsregeling voor (in beginsel) burgers; kwijtschelding van restschuld na afloop van de betalingsregeling voor (in beginsel) burgers; rechtsbescherming via de fiscale rechter; wijziging van het verrekeningsregime; preferentie voor toeslagschulden. Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting vrijgestelde Vpb-lichamen Onder voorwaarden wordt een inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting geïntroduceerd voor opbrengsten die worden ontvangen door lichamen die (deels) niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen (alsmede voor daarmee vergelijkbare buitenlandse lichamen). Vereenvoudigingen teruggaafregeling oninbare vorderingen btw en milieubelastingen Het recht op teruggaaf ontstaat op het tijdstip dat de oninbaarheid van de vordering kan worden vastgesteld. maar ontstaat in ieder geval op het moment dat de vordering één jaar nadat deze opeisbaar is geworden nog niet is betaald. Ook kan de ondernemer het bedrag van de teruggaaf simpelweg in mindering brengen op de periodieke aangifte voor de btw en, indien van toepassing, de desbetreffende milieubelasting. Een aantal suggesties uit de internetconsultatie zijn overgenomen. Afschaffen fictieve dienstbetrekking commissaris De fictieve dienstbetrekking voor de commissaris wordt afgeschaft. Dit betreft een toezegging die bij de behandeling van de Wet DBA in de Eerste Kamer is gedaan. In een beleidsbesluit was op deze aanpassing al vooruitgelopen. Afschaffen jaarloonuitvraag De jaarloonuitvraag is in 2006 ingevoerd naar aanleiding van de problemen met de gegevensleveringen uit de polisadministratie voor de belasting- en premieheffing en de toeslagen. Sindsdien zijn veel verbeteringen doorgevoerd in de loonaangifteketen waardoor de jaarloonuitvraag volgens de Belastingdienst en het UWV inmiddels geen toegevoegde waarde meer biedt. Omdat het in stand houden wel een investering zou vergen bij softwareontwikkelaars en de Belastingdienst wordt voorgesteld de jaarloonuitvraag af te schaffen met ingang van 1 januari 2017. Dit betekent dat over het jaar 2016 geen jaarloonuitvraag meer kan worden gedaan. Uitbreiding mogelijkheid tot verlegging van de inhoudingsplicht voor concernonderdelen Op dit moment is verlegging van de inhoudingsplicht van een buitenlands naar een Nederlands concernonderdeel slechts beperkt mogelijk, namelijk in het geval dat een buitenlands concernonderdeel bemiddelt bij de tewerkstelling van een werknemer in Nederland. Voorgesteld wordt de bestaande mogelijkheid om de inhoudingsplicht te verleggen naar een Nederlands concernonderdeel uit te breiden door de voorwaarde dat er sprake moet zijn van bemiddeling bij de tewerkstelling van personeel te laten vervallen. Hierdoor kan elk buitenlands concernonderdeel dat inhoudingsplichtig is deze inhoudingsplicht verleggen, mits een Nederlands concernonderdeel dat tot hetzelfde concern behoort bereid is om de inhoudingsplicht over te nemen. Om de inhoudingsplicht te verleggen is een gezamenlijk verzoek van beide concernonderdelen nodig. Aanpassing zesmaandentermijn bij opteren belastingplicht vennootschapsbelasting voor stichtingen en verenigingen -> het verzoek moet uiterlijk gelijktijdig met het indienen van de aangifte worden gedaan. Wet Uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen De mogelijkheid van opbouw van een pensioen in eigen beheer wordt per 1 januari 2017 afgeschaft, gecombineerd met een tijdelijke maatregel (drie jaar) die voorziet in de mogelijkheid van een fiscaal gefaciliteerde afkoop van het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer. Voor dga’s die hier geen gebruik van kunnen of willen maken, wordt de mogelijkheid geboden om op het moment van het fiscaal geruisloos afstempelen van de pensioenaanspraak naar het niveau van de fiscale waarde van de pensioenverplichting, de pensioenaanspraak om te zetten in een aanspraak ingevolge een zogenoemde oudedagsverplichting. Daarnaast bevat het onderhavige wetsvoorstel enige andere fiscale maatregelen die ook betrekking hebben op oudedagsvoorzieningen. Een aantal van deze maatregelen draagt bij aan het vereenvoudigen van de toepassing van de belastingwetgeving en beoogt de administratieve lasten te verminderen of te voorkomen. Het gaat hierbij om maatregelen met betrekking tot pensioenuitkeringen die ingaan per de eerste dag van de maand, de afschaffing van de 100%-grens en daarvan afgeleide grenzen en de afschaffing van het doorwerkvereiste. De andere maatregelen die in dit wetsvoorstel zijn opgenomen zien op de omvang van het nabestaandenoverbruggingspensioen voor halfwezen en de toevoeging van beleggingsondernemingen als toegelaten aanbieder voor lijfrenteproducten. Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing Aftrek uitgaven voor monumentenpanden Voorgesteld wordt deze regeling per 2017 te beëindigen. Scholingsaftrek vervalt per 2018 De persoonsgebonden aftrek in de IB voor scholingsuitgaven voor een opleiding of een studie gericht op een (toekomstig) beroep en waarvoor geen recht bestaat op studiefinanciering komt per 2018 te vervallen. Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen met een zelfstandige aansluiting De energiebelasting op elektriciteit geleverd via openbare laadpalen wordt zodanig aangepast, dat zij niet langer een knelpunt vormt voor de transitie naar elektrisch rijden. Hiervoor wordt voor de eerste 10.000 kWh het tarief verlaagd van het hogere reguliere tarief van de eerste schijf naar het lagere tarief van de tweede schijf. Het verlaagde tarief zal vier jaar van toepassing zijn van 2017 tot en met 2020. Bron: Prinsjesdagstukken: Belastingplan 2017, Overige Fiscale maatregelen 2017, Fiscale vereenvoudigingswet 2017, Wet Uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen, Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing, Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen met een zelfstandige aansluiting  

  • Middenbedrijf mist kansen op kapitaalmarkt


    Het middenbedrijf mist kansen doordat het de kapitaalmarkt onvoldoende weet te vinden als bron van financiering. Er is behoefte aan anderhalf tot tweeënhalf miljard euro aan risicokapitaal, maar doordat men er niet in slaagt deze vraag in te vullen, remt dit de ontwikkeling en solvabiliteitspositie van het middenbedrijf. De Nederlandse economie zou 150 tot 300 miljoen euro extra kunnen groeien wat gelijk staat aan twee tot vier basispunten bruto nationaal product (BBP).

    Er zijn vier belangrijke kansen om de toegankelijkheid van de kapitaalmarkt voor het middenbedrijf te verbeteren. Dit blijkt uit onafhankelijk onderzoek van EY in opdracht van Stichting Capital Amsterdam onder middenbedrijven, beleggers, brokers, banken, brancheorganisaties, adviseurs, accountants, overheid, marktplaatsen en toezichthouders. De eerste belangrijke kans om de toegankelijkheid van de kapitaalmarkt te verbeteren is het stimuleren van doorverwijzing. Het middenbedrijf en de kapitaalmarkt vinden nu elkaar nog onvoldoende, enerzijds door een beperkte doorverwijzing vanuit accountants en banken en anderzijds door een gebrek aan financiële geletterdheid en kennis van de mogelijkheden bij het middenbedrijf. De suggestie wordt gedaan om naar Brits voorbeeld ook in Nederland banken wettelijk te verplichten om door te verwijzen naar financiering via de kapitaalmarkt. Een andere kans om de toegankelijkheid van de kapitaalmarkt te verhogen is het verbeteren van de fiscale behandeling van particuliere beleggers. In Nederland worden de particuliere beleggers niet door de overheid gestimuleerd om kapitaal ter beschikking te stellen aan het MKB. België en Frankrijk kennen hiervoor wel een regeling en dit heeft een positief effect heeft op de investeringen door particulieren. Het investeren via de kapitaalmarkt kan voor ondernemers ook minder aantrekkelijk zijn omdat hierdoor een deel van de zeggenschap over de onderneming wordt afgegeven aan aandeelhouders. Ook voor institutionele beleggers kunnen verschillende aspecten spelen die het niet aantrekkelijk maken om te investeren. Het oprichten van een genoteerd MKB-investeringsfonds zou helpen om de kapitaalmarkt voor een brede groep aantrekkelijk te maken. Uit ervaringen uit het buitenland is gebleken dat een genoteerd MKB-investeringsfonds een aantrekkelijk product kan zijn. De vierde en laatste kans is het samenwerken met FinTech-bedrijven. Huidige marktplaatsen worden niet altijd als een aantrekkelijke optie ervaren. Door nieuwe technologische ontwikkelingen zijn er mogelijkheden om een notering aan een marktplaats goedkoper te maken en om de doorlooptijd van een notering te verkorten. De samenwerking tussen marktplaatsen met FinTech-bedrijven kan leiden tot het ontwikkelen van innovatieve kredietbeoordelingsmodellen met kortere doorlooptijden en lagere kosten. Bron: EY, 14-09-2016

  • Wiebes: geen boetegolf na 1 mei 2017


    In een Kamerbrief geeft staatssecretaris Wiebes van Financiën een eerste voortgangsrapportage inzake de Wet DBA. In de Kamerbrief gaat de staatssecretaris in op de voortgang rond modelovereenkomsten, de communicatie en de handhaving.

    De bewindsman benadrukt in zijn rapportage dat met de Wet DBA alleen de VAR is afgeschaft, verder is alles bij het oude gebleven. Het werken met een modelovereenkomst is ook geen verplichting. Eigenlijk stelt de bewindsman met zoveel woorden dat een modelovereenkomst alleen voor die gevallen waar opdrachtgever en opdrachtnemer twijfelen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie een modelovereenkomst zou kunnen worden gebruikt om vooraf zekerheid te bieden. Is er geen twijfel over het werken buiten dienstbetrekking, dan is een modelovereenkomst niet nodig. En is het vrijwel zeker dat er niet buiten dienstbetrekking wordt gewerkt, dan helpt een modelovereenkomst ook niet. Volgens Wiebes is er in inmiddels een grotendeels dekkend stelsel van modelovereenkomsten ontstaan voor arbeidsrelaties die zich lenen voor werken buiten dienstbetrekking bestaande uit tien algemene modelovereenkomsten en circa vijftig sectorspecifieke overeenkomsten. Daarnaast zijn overeenkomsten voorgelegd door afzonderlijke opdrachtnemers die behoefte hebben aan meer bedrijfsspecifieke modelovereenkomsten. De doorlooptijd bij de beoordeling van die individuele modelovereenkomsten is relatief lang, tien weken, maar dat zou komen doordat de staatssecretaris de opdracht heeft gegeven om een afwijzing niet met een simpel 'nee' te beantwoorden. Aan de beoordeling van de voorgelegde overeenkomsten wordt op dit moment gewerkt door 40 fte. Dit zal worden uitgebreid naar 60 fte. Ten aanzien van de handhaving benadrukt Wiebes dat (goedwillende) ondernemers volgend jaar na 1 mei geen boetegolf hoeven te verwachten. In geval van goedwillende ondernemers zal de Belastingdienst nadere uitleg geven, eventueel waarschuwen en nadere afspraken maken. 'En waar de beoordeling van een (model)overeenkomst nog gaande mocht zijn, waardoor nog gerede onzekerheid bestaat, past het de Belastingdienst uiteraard niet om boetes op te leggen. Dat gebeurt dan ook niet,' aldus Wiebes. Bron: MvF 19-09-2016

  • Nabetaling onregelmatigheidstoeslag tijdens vakantie


    Ook in hoger beroep FNV Zorg & Welzijn van de rechter gelijk gekregen in verschillende zaken over doorbetaling van de onregelmatigheidstoeslag tijdens vakanties en verlof. De zaak is aangespannen voor leden die werkzaam zijn als triagist op huisartsenposten in Zuid-Holland.

    Sinds 1 januari 2014 ontvangen werknemers van huisartsenposten op grond van de cao Huisartsen­zorg onregelmatigheidstoeslag over opgenomen verlof- en vakantie uren. Eerder was dit niet het geval. Triagisten kregen tijdens verlof en vakantie enkel hun basisloon uitbetaald. Het Europese Hof van Justitie had in verschillende uitspraken (HvJ 15-09-2011, C-155/10; HvJ 22-05-2014, C-539/12) verklaard dat vergoedingen die samenhangen met de uitvoering van taken die de werknemer zijn opgedragen in zijn arbeidsovereenkomst worden gerekend tot de globale beloning van de werknemer. Alleen looncomponenten die strekken tot vergoeding van occasionele of bijkomende kosten die worden gemaakt bij uitvoering van de taken hoeven volgens het Europese Hof niet in aanmerking te worden genomen bij het vaststellen van het vakantieloon. In het geval van de triagisten behoorde de onregelmatigheidstoeslag op grond van die uitspraak dus tot het loon dat in aanmerking moet wroden genomen bij de berekening van de vakantietoeslag. De werkgevers waren bereid om eenmalig een bedrag uit te betalen ter hoogte van twee-en-een-half jaar gemiste onregelmatigheidstoeslag, mits de medewerkers zouden afzien van gerechtelijke stappen. Een aantal leden van FNV Zorg & Welzijn is niet op het aanbod ingegaan en heeft ervoor gekozen om met behulp van de vakbond nabetaling te eisen over de gehele wettelijke navorderingstermijn van 5 jaar. Vorig jaar stelde de kantonrechter hen al in het gelijk en die uitspraak is nu in hoger beroep bevestigd door het hof. FNV Zorg & Welzijn heeft bij wijze van proefproces namens een klein aantal leden op drie plaatsen in het land een rechtszaak aangespannen tegen huisartsenposten die weigerden gemiste onregelmatig­heids­toeslag over de volledige navorderingstermijn van 5 jaar na te betalen. Binnenkort oordeelt het Hof in Den Bosch over vergelijkbare zaken in Zeeland. De vakbond verwacht dat door de uitspraak van Hof Den Haag ook in overige zorgsectoren (ziekenhuizen, GGZ, verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg) geoordeeld zal worden dat over vakantiedagen onregelmatigheids­toeslag moet worden betaald. Bron: FNV 15-09-2016; Hof Den Haag 13-09-2016

  • Geen verlengde navorderingstermijn voor in buitenland gestorte zwarte omzet


    Volgens Rechtbank Den Haag is de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar niet van toepassing in een situatie waarin de ondernemer de door hem in Nederland behaalde verzwegen omzet naar een buitenlandse bankrekening overboekt.

    Een echtpaar drijft sinds 1992 een ijssalon. Sinds de jaren negentig is het echtpaar rekeninghouder van een aantal Luxemburgse bankrekeningen. Deze bankrekening zijn niet aangegeven in de aangiften. Op 14 april 2014 heeft het echtpaar een inkeerverklaring aan de inspecteur gestuurd in verband met de door hen in Luxemburg aangehouden bankrekeningen. Op 1 mei 2015 sluiten ze met de inspecteur een vaststellingsovereenkomst gesloten over een reeks van jaren. Voor het jaar 2005 is daarbij een voorbehoud gemaakt om in bezwaar en beroep te kunnen gaan in verband met een correctie van het box 1-inkomen van in totaal € 60.000. Dit voorbehoud werd gemaakt om na te gaan of de correctie kan worden gemaakt op basis van de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar. De correctie betreft een storting in contanten op 4 november 2005 op één van de Luxemburgse bankrekeningen. De inspecteur heeft voor het jaar 2005 aan beide echtelieden een navorderingsaanslag opgelegd waarbij het inkomen met € 30.000 werd verhoogd. Voor Rechtbank Den Haag is het de vraag of de verlengde navorderingsaanslag van toepassing is. Het bedrag van € 30.000 is niet als box 1-inkomen aangegeven en daarmee was de vereiste aangifte niet is gedaan. De navorderingsaanslag is opgelegd met toepassing van art. 16 lid 4 AWR: de navorderingstermijn wordt verlengd tot twaalf jaren, indien te weinig belasting is geheven over een bestanddeel van het voorwerp van enige belasting dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen. De inspecteur neemt pas bij de rechtszaak de stelling in dat mogelijk sprake is van verzwegen omzet die in het buitenland is behaald. Omdat deze stelling door de inspecteur niet is onderbouwd, gaat de rechtbank hieraan voorbij. Beoordeeld moet worden of de kasstorting ziet op verzwegen Nederlandse omzet. Volgens de rechtbank valt een situatie waarin de ondernemer de door hem in Nederland behaalde verzwegen omzet naar een buitenlandse bankrekening overboekt niet onder de reikwijdte van art. 16, lid 4 AWR. Dit blijkt ook uit een arrest van de Hoge Raad waaruit valt op te maken dat van een in het buitenland opgekomen inkomensbestanddeel geen sprake is, indien aan de ontvangst van de gelden slechts een binnen Nederland plaatsgevonden gedraging ten grondslag ligt. De inspecteur kan de verlengde navorderingstermijn niet toepassen. Bron: Rb. Den Haag 12-07-2016

  • CNV Vakmensen geeft niet-leden een stem


    CNV Vakmensen zal niet met een centrale looneis komen in 2017. De bond wil werknemers in de bedrijven laten bepalen welke looneis zal worden gesteld. Opvallend is dat daarbij ook niet-leden een stem krijgen.

    Door geen centrale looneis meer te formuleren wil CNV Vakmensen inspelen op de groeiende maatschappelijke wens om maatwerk te leveren in bedrijven en cao's. Door beter aan te sluiten bij de prestaties van de sector en het bedrijf verwacht CNV Vakmensen dat de lonen in 2017 sneller zullen stijgen. In 2016 is dat gemiddeld 1,7%. Voor de inventarisatie van de looneis zet CNV Vakmensen de eigen online community 'Je Achterban' in. Niet alleen leden van de vakbond zullen toegang hebben tot deze online community. Deze community zal ook openstaan voor niet-vakbondsleden binnen het bedrijf of sector, van mensen in vaste dienst tot zzp'ers. Bron: CNV Vakmensen, 14-09-2016

 

over ons

wij
begrijpen cijfers,
al ruim 25 jaar

Administratiekantoor Van Helden wil mensen helpen, door hen financieel inzicht en overzicht te bieden. Dat doen we door praktische overzichten te maken en door het administratieve proces zo efficiënt mogelijk in te richten. Maar ook door onze klanten persoonlijk te benaderen.
Onze producten en diensten sluiten daarop aan. Ons fonds steunt goede doelen en projecten die Utrecht een warm hart toedragen, zowel op sociaal als maatschappelijk gebied.

Onze visie
Van Helden bestaat al meer dan 25 jaar; een begrip in Utrecht en omgeving. Oprichter meneer Van Helden nam de tijd voor zijn klanten, zodat ze op maat advies kregen en inzicht en overzicht in hun eigen financiën. Dat is nog steeds de basis van ons bedrijf.

Wij zijn ‘de nieuwe helden’ van uw financiën. Wij hebben de overtuiging dat administratieve processen steeds makkelijker kunnen. Dat u gedeelten ook prima digitaal kunt aanleveren en daardoor ook steeds meer zelf inzicht krijgt in het proces en overzicht van uw financiën. Dat helpt u en uw bedrijf om betere strategische beslissingen te nemen.

We luisteren naar u, we denken met u mee en we zijn via diverse kanalen bereikbaar.

 

diensten

wat wij voor u kunnen betekenen

We gaan ervoor om uw boekhouding, loonadministratie, jaarcijfers, fiscale aangiften deskundig en zo efficiënt mogelijk voor u te verzorgen tegen een aantrekkelijke prijs. Ondernemen is al duur genoeg.
Doet u een deel van uw boekhouding zelf? Dan helpen we u graag met onderdelen, zoals de jaarrekening en coachen we u als u tegen problemen aanloopt of vragen hebt.

boekhouding

jaarcijfers

salaris- administratie

aangiften

fiscaal advies

boekhouding;


We werken met Exact Online. U dient uw nota’s makkelijk digitaal in en ze worden automatisch verwerkt in een handig overzicht: de balans en de winst- en verliesrekening. Op elk moment heeft u online inzage in uw boekhouding. Heeft u daarover vragen? Dan nemen wij graag de cijfers met u door.

jaarcijfers;


Als u door ons de complete boekhouding laat verzorgen, dan stellen wij ook de jaarstukken op. Deze jaarstukken zijn weer de basis voor de belastingaangifte die we voor u doen en we leveren de stukken ook aan bij de Kamer van Koophandel. Hierbij zetten wij de automatisering optimaal in om zo efficiënt mogelijk te werken.

Doet u de administratie zelf? Dan vatten wij uw boekhouding samen, we rubriceren en analyseren de cijfers en verzorgen een overzichtelijke rapportage voor u.

salarisadministratie;


We voorzien uw personeel tijdig van loonstroken, we rekenen u de gevolgen van nieuw personeel voor, zodat u de werkgeverslasten en de loonbelastingaangiften kunt inschatten.
Dit proces gaat grotendeels digitaal via uw persoonlijke, digitale omgeving.

aangiften;


Van Helden doet de aangiften voor de omzetbelasting meestal per kwartaal, de aangifte loonbelasting maandelijks en de inkomstenbelasting jaarlijks. Voor een BV doen we jaarlijks de aangifte voor de vennootschapsbelasting.
Ons uitgangspunt is, dat belasting betalen nodig is om gemeenschappelijk kosten te delen, maar dan willen we wel graag dat dat op een eerlijke manier gebeurt en verdeeld wordt.
Wij zullen de fiscale ruimte die er is, dan ook benutten en zo nodig met de belastingdienst de discussie aangaan als er onterecht wordt afgeweken van onze aangifte.

fiscaal advies;


Ondernemers kunnen bij ons ook terecht voor fiscaal advies, daarvoor is het niet nodig dat wij ook uw boekhouding of jaarstukken verzorgen. Wij zien het als onze taak om u zo goed mogelijk te adviseren als we bij uw boekhouding fiscale aspecten tegenkomen.

Mocht u fiscale vragen hebben, dan beantwoorden we die graag. Binnenkort kunt u kiezen uit verschillende abonnementsvormen wat betreft fiscaal advies en fiscale begeleiding.

 

van helden fonds

Van Helden fonds: wat wij teruggeven

 

vraag & antwoord

wat is uw vraag?

1

hoe gaat Van Helden in de praktijk te werk?

We maken met u een afspraak bij ons op kantoor of bij u. We hechten eraan dat er een klik is tussen adviseur en klant. Zijn we het eens over het werk en de kosten? Dan maken we vervolgafspraken over oa. de frequentie van rapportages en deadlines van de belastingen.

2

waar kan ik inloggen om mijn cijfers in te voeren?

Dat kan hier: Exact Online

Let op:
U bent altijd zelf verantwoordelijk voor de belastingaangifte. Ook als deze door uw boekhouder is verzorgd en daarin fouten zijn gemaakt.

3

wie is er aansprakelijk voor de aangifte?

Het is onze taak de aangifte deskundig en zorgvuldig te behandelen.
De klant blijft altijd inhoudelijk verantwoordelijk voor zijn of haar belastingaangifte.

4

wat kan ik zelf aan de administratie doen?

U kunt uw hele administratie zelf doen in een eigen boekhoudpakket en ook gebruik maken van Exact Online. Daar kunt u ook facturen aanmaken die direct in de boekhouding worden gezet. Dat bespaart u invoerkosten.

5

met welke boekhoud- pakketten werken jullie?

We werken met King en Exact Online. Daar werken we al heel lang mee. Dit is een degelijk pakket waarop de boekhouding op professionele wijze kan worden gevoerd. Het werkt snel, geeft goed overzicht en financieel inzicht.

6

werkt Van Helden ook samen met derden?

Ons kantoor werkt samen met kleine en grote accountantsbureaus waar het gaat om accountantsverklaringen of complexere fiscale vraagstukken.

7

wat kost het om jullie in te huren?

* Kleine administratie inclusief aangifte btw: vanaf € 50 pm
* Loonadministratie: vanaf € 20 pm
* Jaarrekening of jaarstukken belastingdienst: vanaf € 500 pj
* Belastingaangifte ondernemer: vanaf € 175

8

zijn er minder kosten bij meer diensten?

Bij een combinatie van onze diensten kunnen we efficiënter werken, zodat onze totaalprijs vanaf € 100 per maand kan worden aangeboden.
Dat hangt vooral af van de hoeveelheid en aard van de mutaties in de boekhouding.

9

wanneer moeten mijn aangiften zijn ingediend?

De maand na elk kwartaal moet de aangifte omzetbelasting zijn ingediend en betaald, uiterlijk voor 1 april. Aangiften vennootschapsbelasting uiterlijk voor 1 juni het jaar erop. Als belastingconsulent hebben we de mogelijkheid om gespreid de aangiftes in te dienen.

10

..of
stel
zelf een
vraag

 
 

contact

u vindt ons in utrecht

 

Van Helden B.V.
Othellodreef 45
3561 GS Utrecht

030 262 56 90
info@vanheldenbv.nl

volg ons:

contactformulier

nieuwsbrief ontvangen?

download algemene voorwaarden © van Helden b.v. 2016