nieuws

  • Wanneer kunt een beroep doen op betalingsonmacht griffierecht?


    Bent u verwikkeld in een gerechtelijke procedure en moet u griffierecht betalen, maar bent u hiertoe niet in staat. Let op: de Hoge Raad heeft onlangs in een arrest algemene richtlijnen gegeven met betrekking tot betalingsonmacht inzake het griffierecht.

    De zaak betrof een belanghebbende die beroep had ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Met betrekking tot het griffierecht deed zij een beroep op betalingsonmacht. De rechtbank had haar beroep tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. De Hoge Raad grijpt deze zaak aan om algemene richtlijnen te geven met betrekking tot een beroep op betalingsonmacht inzake het griffierecht. Een natuurlijke persoon die hier beroep op wil doen moet aannemelijk maken dat op betaaldatum van het griffierecht zijn maandelijks netto-inkomen minder is dan 90% van de bijstandsnorm voor alleenstaanden en niet beschikt over vermogen waaruit het griffierecht kan worden betaald. Hierbij is de gezinssamenstelling niet van belang. Wel het inkomen en vermogen van een fiscale partner telt mee. Bij het bepalen of men aan die inkomens/vermogensnorm voldoet moet men kijken naar de periode vanaf de uitnodigingsbrief tot betaling van griffierecht tot de uiterste betaaldatum. Is er sprake van betalingsonmacht, dan moet de rechtzoekende dit tijdig kenbaar maken en daarbij de benodigde gegevens verstrekken (naam en adres, BSN, van zichzelf en partner). De griffier kan vervolgens een inkomensverklaring vragen aan de Raad voor rechtsbijstand. Voor bepaalde rechtzoekenden, zoals asielzoekers, gelden overigens nog bijzondere regels. Bron: HR 20-02-2015

  • VAR 2014 blijft voorlopig geldig


    De VAR 2014 blijft voorlopig geldig, mits de opdrachtnemer hetzelfde werk doet onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden. Dit antwoordt staatssecretaris Wiebes op vragen van de Vaste Kamercommissie van Financiën naar aanleiding van de vertraging bij de behandeling van het wetsvoorstel Beschikking geen loonheffing.

    Vorig jaar, voor de indiening van het wetsvoorstel Beschikking geen loonheffingen, was al aangekondigd dat de VAR 2014 in de eerste maanden van 2014 nog geldig zou blijven. Ook in het wetsvoorstel Beschikking geen loonheffingen (BGL) was opgenomen dat de geldigheid van de VAR nog zou doorlopen tot de inwerkingtreding van het wetsvoorstel. Echter eind vorig jaar werd duidelijk dat het wetsvoorstel niet met de aanvankelijk voorziene vaart door de Kamer zou kunnen worden geloodst. Van diverse kanten zijn alternatieven voor het wetsvoorstel aangedragen. FNV Zelfstandigen, Stichting ZZP Nederland, Zelfstandigen Bouw, FNV en CNV Vakmensen hebben, net als door VNO-NCW en MKB Nederland, een alternatief voor de BGL voorgesteld. Dit alternatief betreft een model waarin, in combinatie met een vereenvoudiging van het systeem, zowel opdrachtnemer als opdrachtgever een verantwoordelijkheid hebben voor de juistheid van de feiten en omstandigheden zoals die aan de Belastingdienst zijn gepresenteerd. Het kabinet wil dit alternatief voor de BGL eerst onderzoeken. Volgens Wiebes is van belang dat het voorstel zowel beantwoordt aan de doelstellingen van het kabinet, voldoende draagvlak heeft en goed uitvoerbaar is voor opdrachtgevers en opdrachtnemers en voor de Belastingdienst. In het voorjaar van 2015 zal hij de Tweede Kamer hierover een brief sturen. Daarin zal hij ook ingaan op de gevolgen voor het wetsvoorstel en voor de geldigheid van de VAR 2014. Bron: TK 2014-2015, 34 036, nr. 8

  • Uitzendregeling ook ná verhuur eigen woning niet van toepassing


    Een werknemer die wordt uitgezonden en zijn woning gedurende die uitzending aanhoudt, kan de hypotheekrente alleen in aftrek blijven brengen als hij die woning gedurende de uitzendperiode niet verhuurt. Zodra de woning wordt verhuurd 'verdwijnt' de woning uit box 1 totdat de uitzending voorbij is.

    Een belastingplichtige heeft een eigen woning in Nederland die is gefinancierd met een hypothecaire lening. In 2003 wordt hij door zijn werkgever naar het buitenland uitgezonden. De eigen woning wordt al die tijd aangehouden. Van 30 juli 2008 tot en met 17 september 2009 verhuurt hij de woning tijdelijk. Begin 2011 keert de belastingplichtige terug naar Nederland. Voor het jaar 2009 doet hij aangifte als buitenlands belastingplichtige. Voor het hele jaar merkt hij de woning aan als eigen woning waarvoor de uitzendregeling geldt. De inspecteur corrigeert vervolgens de in de aangifte in mindering gebrachte rente vanwege de verhuur. De rechtbank oordeelde dat de eigen woning als eigen woning in de zin van de uitzendregeling kan worden aangemerkt. De rechter verwees hierbij naar een uitspraak van de Hoge Raad, waarin werd beslist dat de uitzendregeling van toepassing is in de aan de tijdelijke verhuur voorafgaande periode. Volgens de rechtbank is er geen aanleiding om voor de periode nadat de verhuur is beëindigd anders te oordelen. De staatssecretaris heeft tegen deze uitspraak sprongcassatie ingesteld. Volgens de staatssecretaris voldeed de belastingplichtige aan de voorwaarden van de uitzendregeling tot het moment waarop hij de woning aan een derde ging verhuren. Op dat moment verhuisde de woning naar box 3. Door het woord 'sindsdien' in artikel 3.111, lid 6, Wet IB 2001 kan de woning na afloop van de verhuur niet terugkeren naar box 1. De Hoge Raad is het met deze uitleg eens. Uit de wetsgeschiedenis valt af te leiden dat de uitzendregeling van toepassing is vanaf het tijdstip dat de woning niet langer het hoofdverblijf van de belastingplichtige is en onder de voorwaarde dat de woning vanaf dat tijdstip niet aan derden ter beschikking wordt gesteld. Is aan die voorwaarde niet langer voldaan, dan verdwijnt de woning uit box 1 en kan daarna, wanneer de tijdelijke verhuur eindigt, niet terugkeren in box 1. De staatssecretaris wordt in het gelijk gesteld. Bron: HR 20-02-2015

  • Oplossing voor problemen transitievergoeding


    Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid komt met een oplossing voor de problemen met de transitievergoeding in geval van tijdelijke werknemers. Door werkgevers en vanuit de Kamer was aangedrongen op maatregelen. Op 24 februari heeft hij de maatregelen in een Kamerbrief gepresenteerd.

    Vanaf 1 juli 2015 is een werkgever een transitievergoeding verschuldigd bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst, indien de werknemer bij de werkgever een arbeidsverleden heeft van minimaal twee jaar. Omdat in de regeling, ook met terugwerkende kracht, een onderbreking van minimaal zes maanden nodig is, om twee opvolgende arbeidsovereenkomsten niet samen te tellen, lopen werkgevers van bijvoorbeeld seizoenswerkers hierdoor al snel tegen een forse transitievergoeding aan. In het verleden werd immers uitgegaan van onderbrekingen van drie maanden. Voor de betreffende werknemers was het risico dat zij hierdoor geen nieuwe arbeidsovereenkomst bij de werkgever krijgen. Omdat met name dit laatste volgens de minister ongewenst is komt hij met een oplossing. Enerzijds past hij de regeling zo aan dat een werkgever uitstel krijgt van het verschuldigd zijn van een transitievergoeding als hij de werknemer de garantie biedt dat hij uiterlijk na zes maanden weer bij de werkgever aan de slag kan. Daarnaast komt de minister met een overgangsregeling. Bij het bepalen van de transitievergoeding voor tijdelijke werknemers zullen arbeidsovereenkomsten die voor 1 juli 2012 zijn geëindigd niet meetellen. En, om het aangaan van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd te stimuleren, wordt die grens verschoven naar 1 juli 2015, indien op of na 1 juli 2015 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met de werknemer wordt aangegaan. Vanwege het spoedeisende karakter heeft de minister de maatregelen opgenomen in de tweede nota van wijziging bij het Wetsvoorstel aanpak schijnconstructies. Bron: Min SZW 24-02-2015, nr. 2015-0000038244

  • Reisaftrek ondanks gebreken in reisverklaring


    Een werkneemster die in haar aangifte IB 2011 reisaftrek claimt, en hiervoor een reisverklaring van de werkgever met tal van gebreken overlegt, krijgt toch recht op reisaftrek. Aannemelijk is dat zij met het OV reisde en de kosten hiervan zelf heeft betaald.

    Een werkneemster maakt in 2011 voor het woon-werkverkeer gebruik van het openbaar vervoer. Tot 1 juni met losse kaartjes, daarna met een OV-chipkaart, waarop zij vanaf 19 augustus een abonnement heeft. De werkgever geeft haar geen reiskostenvergoeding. In haar aangifte IB over 2011 verzoekt de vrouw reisaftrek voor de categorie 20 tot 30 kilometer. Aan de inspecteur overlegt zij een reisverklaring van de werkgever, met dagtekening 10 december 2013 en een betalingsoverzicht waaruit blijkt dat zij regelmatig met haar pinpas bedragen aan NS heeft betaald. Bij het vaststellen van de aanslag verleent de inspecteur geen reisaftrek. Verder legde zij een betalingsoverzicht over, waaruit bleek dat zij regelmatig met een pinpas aan de NS had betaald. De inspecteur weigerde de reisaftrek. Op de belastingplichtige rust de bewijslast voor de reisaftrek. Hiervoor geldt vanaf 2011 de vrije bewijsleer. De bepaling dat de belastingplichtige de reisverklaring en de plaatsbewijzen op verzoek aan de inspecteur moet overleggen is op 1 juli 2014 vervallen, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2011. De reisverklaring bevatte een aantal gebreken, waaronder het ontbreken van een jaartal en het bedrijfsadres. Ook was een onjuist aantal werkdagen per week vermeld. Dit was voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant echter geen reden om de reisverklaring buiten beschouwing te laten. Volgens de rechtbank had de werkneemster aannemelijk gemaakt dat zij gewoonlijk ten minste vier dagen in de week naar haar werk reisde. Volgens de rechtbank had de werkneemster recht op reisaftrek. Wel verminderde de rechtbank de hoogte van de aftrek. De afstand van station naar station bedroeg namelijk slechts 14 kilometer. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de bedoeling is dat alleen de met het openbaar vervoer afgelegde kilometers een aftrek opleveren. De per fiets afgelegde kilometers van huis naar het station telden niet mee. Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 23-01-2015

  • Surseance meer richten op reorganisatie


    De Vereniging Insolventierecht Advocaten, Insolad, heeft een voorstel gedaan voor een aanpassing van de surseanceregeling in de Faillissementswet. Doelstelling is met een aantal maatregelen de surseanceregeling beter op te tuigen voor reorganisatie van de onderneming.

    De Faillissementswet stamt uit het eind van de 19e eeuw, in een tijd toen insolventieprocedures niet gericht waren op reorganisatie. Volgens Insolad is dit veranderd. Veel West-Europese en Angelsaksische landen kennen al uitvoerige regelingen voor reorganisatie. In Nederland worden, wanneer een insolventieprocedure nodig is, de meeste reorganisaties bereikt in faillissement. Een van de maatregelen die Insolad een ontslagprocedure in surseance zonder tussenkomst van het UWV, net als nu al in faillissement kan. Een te benoemen rechter-commissaris zal het ontslag dan toetsen. Volgens Insolad is het gerechtvaardigd om ook bij surseance af te wijken van het gewone ontslagrecht. De huidige onmogelijk om het insolventieontslagrecht toe te passen in surseance heeft volgens Insolad alleen maar er toe geleid dat men in faillissement gaat herstructureren met meer waardeverlies tot gevolg zonder dat de werknemer er iets mee opschiet. Andere voorgestelde aanpassingen in de surseanceprocedure betreffen onder meer beperking van de positie van preferente crediteuren (fiscus, UWV), de mogelijkheid om al in surseance tot akkoorden te komen tussen de partijen verbeteren, voor kleinere bedrijven een eenvoudiger procedure zonder bewindvoerder en de verplichting voor leveranciers om maximaal zes maanden lang die goederen en diensten te blijven leveren die essentieel zijn voor het voortbestaan van de onderneming. Kern van de voorstellen is dat faillissement wordt voorkomen door al vroegtijdig te kunnen inzetten op reorganisatie van de in problemen verkerende onderneming. Bron: Insolad, 20-02-2015

  • Herinvoering werknemerspremie WW en preventie


    In haar 20 februari 2015 gepubliceerde advies over de toekomst van de WW bepleit de SER een sterkere inzet op preventie van werkloosheid. Bij dreigend baanverlies moeten werknemers nog voor ze in de WW terecht komen, ondersteuning krijgen van nieuw op te richten regionale adviescentra. Het SER-advies bevat ook voorstellen voor reparatie van het derde WW-jaar. Onderdeel hiervan is de herinvoering (waarschijnlijk per 1 januari 2016) van een werknemerspremie voor de WW.

    Per 1 januari 2016 wordt de maximale duur van de WW verkort naar 24 maanden. Om het derde WW-jaar te repareren is in het sociaal akkoord afgesproken dat dit bij cao zou worden geregeld. De SER adviseert hiervoor een structureel lastendekkende premie: een premie die hoog genoeg is om alle lasten van de WW te dekken, inclusief de lasten van effectieve bemiddeling en re-integratie en de activiteiten van de voorgestelde regionale adviescentra. De lasten van de gemiddelde werkloosheid over tien jaar vormen hierbij het uitgangspunt. In het sociaal akkoord is afgesproken dat werknemers opnieuw een deel van de WW-premie gaan betalen en wel in de verhouding fiftyfifty op basis van koopkrachtneutraliteit. Wat betreft de uitvoering van de aanvullende werkloosheidsverzekeringen brengt de SER de verschillende mogelijkheden in kaart. De keuze is aan de decentrale cao-partners. De mogelijkheden zijn uitvoering door het UWV of een andere publieke partij uit de keten van werk en inkomen, zoals de Sociale Verzekeringsbank. Ook kan gedacht worden aan een uitvoerder van een aanvullende pensioenregeling. Bron: SER 20-03-2015

  • Flexibele arbeidsmarkt leidt tot meer fraude


    Een flexibele arbeidsmarkt leidt tot meer fraude bij bedrijven. Volgens Hoffman Bedrijfsrecherche is een oorzaak hiervan dat de flexibele werknemers minder loyaal zijn aan de werkgever. Volgens onderzoek van dit bureau leidt de groeiende onzekerheid over contractverlenging ertoe dat men sneller een misstap doet.

    Samen met de Vrije Universiteit Amsterdam nam Hoffman Bedrijfsrecherche een groep van 2200 verdachten onder de loep die zij vorig jaar had onderzocht. In deze zaken was er sprake van een buit (geld, goederen of informatie) van minimaal € 10.000. De meest voorkomende vormen van fraude betreffen gerommel met urenregistraties, valse facturen en het stelen van concurrentiegevoelige gegevens voor het opstarten van een eigen bedrijf. Daarnaast staat in de top vijf gesjoemel met declaraties en cybercriminaliteit. Vooral bij grotere bedrijven (+100 werknemers) wordt er meer gefraudeerd en steeds vaker heeft fraude bij die bedrijven met gegevens te maken (ruim 70%). Vooral jongeren zouden volgens het recherchebureau sneller in de fout gaan door de groeiende onzekerheid. Frustratie kan volgens het bureau hierbij een rol spelen. Volgens Richard Franken, directeur bij Hoffmann, zullen werkgevers hier echt wat op moeten vinden. Een andere trend is dat steeds meer vrouwelijke werknemers zich schuldig maken aan frauduleus gedrag. Tussen 2007 en nu zou hun aandeel in de bedrijfscriminaliteit zijn gestegen van 11% naar bijna 30%. Eén verklaring is dat er meer vrouwen zijn gaan werken, maar daarnaast speelt volgens de onderzoekers ook de crisis een rol. Na met hun misstap te zijn geconfronteerd geven ze vaak financiële problemen als achterliggende oorzaak aan. Een verschil tussen mannen en vrouwen is er wel in de soort fraude: bij vrouwen hoofdzakelijk fraude met geld (83%), bij mannen meer met goederen. Bron: FD 18-02-2015

  • VOF failliet, vennoot mogelijk niet


    De Hoge Raad komt terug op zijn regel dat het faillissement van een VOF steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten ten gevolge heeft.

    Een vennoot van een failliete VOF is het niet eens met zijn faillietverklaring. Hij verzoekt het hof om dit te vernietigen en hem alsnog tot schuldsanering toe te laten. Het hof wijst dit af: volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad heeft het faillissement van de VOF ook het faillissement van de vennoten tot gevolg. In de cassatie zaak komt de Hoge Raad echter terug op dit standpunt. Hoewel een VOF geen rechtspersoonlijkheid heeft, wordt in de praktijk en ook in de wetgeving een VOF wel vaak behandeld als een afzonderlijk rechtssubject dat zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen en beschikt over een van de vennoten afgescheiden vermogen. Dat volgens de Faillissementswet op de aangifte tot faillietverklaring ook de naam en woonplaats van de vennoten moet zijn vermeld, betekent volgens de Hoge Raad niet dat een faillissement van de VOF steeds en zonder meer het faillissement van de vennoten meebrengt. Vaak is dit het geval, maar dat is niet noodzakelijk. De vennoot kan namelijk privé over voldoende vermogen beschikken om alle schuldeisers (van de VOF en privé) te voldoen. Ook het feit dat de per schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen open staat voor natuurlijke personen met zakelijke schulden, maakt dat een vennoot die een schuldsaneringverzoek heeft ingediend, niet zonder meer failliet moet worden verklaard. Ook jurisprudentie van het Europese Hof en het EVRM (geen faillissement zonder dat daar afzonderlijk om is verzocht) zijn aanleiding voor de Hoge Raad om terug te komen op het eerdere standpunt. De schuldeiser van de zal dus het faillissement van de vennoten afzonderlijk moeten verzoeken en de rechter zal voor de vennoten afzonderlijk moeten onderzoeken of zij aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Bron:HR 06-02-2015

  • Welk pensioen voor een flexibele en mobiele arbeidsmarkt?


    De schoonmaakbranche, horeca, detailhandel en de uitzendbranche kennen veel flexibele en mobiele werknemers en kennen veel arbeidsmobiliteit. De werkgeversorganisaties in deze sectoren (OSB, KHN, RND, ABU en NBBU) vroegen zich of de huidige pensioenregelingen nog wel passen bij een flexibele en mobiele arbeidsmarkt. Om dit te onderzoeken hebben ze De Argumentenfabriek onderzoek laten doen naar de verschillende alternatieven.

    Een adequaat pensioen opbouwen tegen beheersbare uitvoeringskosten wordt bij een hoge arbeidsmobiliteit binnen en tussen branches (zoals horeca, uitzendsector, schoonmaak en detailhandel) steeds lastiger. De vier sectoren worden gekenmerkt door een hoge mate van arbeidsmarktdynamiek en tellen ruim twee miljoen werkenden: veel werknemers met korte, kleine contracten, veel wisselingen daartussen en met een beperkt inkomen. De pensioenfondsen in deze sectoren tellen 3,4 miljoen deelnemers van wie driekwart(!) geen pensioen meer opbouwt ('slapers'). Deelnemers die het pensioen in één keer laten uitkeren, betalen daarover veel belasting. De opgebouwde pensioenen zijn dus relatief laag, waardoor de uitvoeringskosten relatief hoog zijn. In het onderzoek zijn de voor- en nadelen van de verschillende alternatieven voor deze groeiende groep werknemers geïnventariseerd. Tijdens meerdere denksessies met vertegenwoordigers uit de sectoren, pensioenexperts en werknemers, zijn hoofdkeuzes gemaakt en de argumenten voor en tegen op een rij gezet. Keuzes als: moet je mensen dwingen pensioen op te bouwen of kun je ook het loon verhogen? Als je uitgaat van gedwongen vermogensopbouw, moet dat dan individueel of collectief worden geregeld? En is één nationaal fonds dan beter dan de huidige sectorindeling? En als je kiest voor een individuele pot, is er dan een vastgesteld doel of is er keuze voor een alternatief doel (zoals hypotheek of opleiding)? Bij alle hoofdkeuzes hebben de betrokkenen uit de sectoren argumenten geformuleerd die door De Argumentenfabriek overzichtelijk zijn gerangschikt op Argumentenkaarten. De Argumentenfabriek trekt geen conclusies, maar brengt de keuzemogelijkheden in kaart en beargumenteert deze. De objectieve bundeling van argumenten voor en tegen is een goede basis om verder te praten met eigen achterbannen, besturen van pensioenfondsen en vakbonden. Daarnaast kan de positie van de groep flexibele werknemers met de Argumentenkaarten ook worden meegenomen in de landelijke discussie over pensioenherzieningen. Bron: ABU 13-02-2015

 

over ons

wij
begrijpen cijfers,
al ruim 25 jaar

Administratiekantoor Van Helden wil mensen helpen, door hen financieel inzicht en overzicht te bieden. Dat doen we door praktische overzichten te maken en door het administratieve proces zo efficiënt mogelijk in te richten. Maar ook door onze klanten persoonlijk te benaderen.
Onze producten en diensten sluiten daarop aan. Ons fonds steunt goede doelen en projecten die Utrecht een warm hart toedragen, zowel op sociaal als maatschappelijk gebied.

Onze visie
Van Helden bestaat al meer dan 25 jaar; een begrip in Utrecht en omgeving. Oprichter meneer Van Helden nam de tijd voor zijn klanten, zodat ze op maat advies kregen en inzicht en overzicht in hun eigen financiën. Dat is nog steeds de basis van ons bedrijf.

Wij zijn ‘de nieuwe helden’ van uw financiën. Wij hebben de overtuiging dat administratieve processen steeds makkelijker kunnen. Dat u gedeelten ook prima digitaal kunt aanleveren en daardoor ook steeds meer zelf inzicht krijgt in het proces en overzicht van uw financiën. Dat helpt u en uw bedrijf om betere strategische beslissingen te nemen.

We luisteren naar u, we denken met u mee en we zijn via diverse kanalen bereikbaar.

  • Menno den Oude


    Directeur Van Helden BV
    Voorzitter Van Helden fonds

    STUUR E-MAIL >

    “ Het administratieproces is maar een proces. Dat moet zo makkelijk en efficiënt mogelijk. Cijfers in een overzicht gaan pas echt leven. Dan zie je ondernemers opbloeien als ik het gesprek met ze aanga. Daar doe ik het voor.”
  • Jan Willem Brouwer


    Belastingadviseur
    gespecialiseerd in het kleinbedrijf
    (van ZZP-ers tot en met BV’s met holdingstructuren)

    STUUR E-MAIL >

    “Als ervaren adviseur help ik met veel plezier ondernemers en oud-ondernemers met hun jaarcijfers en belastingzaken. Diverse bedrijven heb ik in de loop der tijd zien opbloeien. Ik streef ernaar de klant hierbij bedrijfsmatig en fiscaal te begeleiden zonder de indruk te wekken op de ondernemersstoel plaats te nemen. Uiteindelijk blijft het een advies.”
  • Luc Limburg


    Administratieconsulent
    voornamelijk werkzaam bij cliënten op locatie om aldaar boekhoudingen te verzorgen

    STUUR E-MAIL >

    “Graag werk ik op locatie bij klanten omdat ik het liefst dicht bij de klant sta om zo goed mogelijk invulling te geven aan de opdracht. Ik werk vooral voor fondsenwervende instellingen en vermogensfondsen.”
  • Ilona Pieneman


    Secretarieel en administratief medewerker

    “Ik ben ooit als stagiaire begonnen en het beviel me hier zo, dat ik nooit meer ben weggegaan. Ik ga graag mee met de huidige ict-vernieuwingen. Zo heb ik een online dossier voor diverse relaties ingericht, zodat ze altijd hun laatste loonstrookjes en loonaangiften kunnen downloaden.”
 

diensten

wat wij voor u kunnen betekenen

We gaan ervoor om uw boekhouding, loonadministratie, jaarcijfers, fiscale aangiften deskundig en zo efficiënt mogelijk voor u te verzorgen tegen een aantrekkelijke prijs. Ondernemen is al duur genoeg.
Doet u een deel van uw boekhouding zelf? Dan helpen we u graag met onderdelen, zoals de jaarrekening en coachen we u als u tegen problemen aanloopt of vragen hebt.

boekhouding

jaarcijfers

salaris- administratie

aangiften

fiscaal advies

boekhouding;


We werken met Exact Online. U dient uw nota’s makkelijk digitaal in en ze worden automatisch verwerkt in een handig overzicht: de balans en de winst- en verliesrekening. Op elk moment heeft u online inzage in uw boekhouding. Heeft u daarover vragen? Dan nemen wij graag de cijfers met u door.

jaarcijfers;


Als u door ons de complete boekhouding laat verzorgen, dan stellen wij ook de jaarstukken op. Deze jaarstukken zijn weer de basis voor de belastingaangifte die we voor u doen en we leveren de stukken ook aan bij de Kamer van Koophandel. Hierbij zetten wij de automatisering optimaal in om zo efficiënt mogelijk te werken.

Doet u de administratie zelf? Dan vatten wij uw boekhouding samen, we rubriceren en analyseren de cijfers en verzorgen een overzichtelijke rapportage voor u.

salarisadministratie;


We voorzien uw personeel tijdig van loonstroken, we rekenen u de gevolgen van nieuw personeel voor, zodat u de werkgeverslasten en de loonbelastingaangiften kunt inschatten.
Dit proces gaat grotendeels digitaal via uw persoonlijke, digitale omgeving.

aangiften;


Van Helden doet de aangiften voor de omzetbelasting meestal per kwartaal, de aangifte loonbelasting maandelijks en de inkomstenbelasting jaarlijks. Voor een BV doen we jaarlijks de aangifte voor de vennootschapsbelasting.
Ons uitgangspunt is, dat belasting betalen nodig is om gemeenschappelijk kosten te delen, maar dan willen we wel graag dat dat op een eerlijke manier gebeurt en verdeeld wordt.
Wij zullen de fiscale ruimte die er is, dan ook benutten en zo nodig met de belastingdienst de discussie aangaan als er onterecht wordt afgeweken van onze aangifte.

fiscaal advies;


Ondernemers kunnen bij ons ook terecht voor fiscaal advies, daarvoor is het niet nodig dat wij ook uw boekhouding of jaarstukken verzorgen. Wij zien het als onze taak om u zo goed mogelijk te adviseren als we bij uw boekhouding fiscale aspecten tegenkomen.

Mocht u fiscale vragen hebben, dan beantwoorden we die graag. Binnenkort kunt u kiezen uit verschillende abonnementsvormen wat betreft fiscaal advies en fiscale begeleiding.

 

van helden fonds

Van Helden fonds: wat wij teruggeven

 

vraag & antwoord

wat is uw vraag?

1

hoe gaat Van Helden in de praktijk te werk?

We maken met u een afspraak bij ons op kantoor of bij u. We hechten eraan dat er een klik is tussen adviseur en klant. Zijn we het eens over het werk en de kosten? Dan maken we vervolgafspraken over oa. de frequentie van rapportages en deadlines van de belastingen.

2

waar kan ik inloggen om mijn cijfers in te voeren?

Dat kan hier: Exact Online

Let op:
U bent altijd zelf verantwoordelijk voor de belastingaangifte. Ook als deze door uw boekhouder is verzorgd en daarin fouten zijn gemaakt.

3

wie is er aansprakelijk voor de aangifte?

Het is onze taak de aangifte deskundig en zorgvuldig te behandelen.
De klant blijft altijd inhoudelijk verantwoordelijk voor zijn of haar belastingaangifte.

4

wat kan ik zelf aan de administratie doen?

U kunt uw hele administratie zelf doen in een eigen boekhoudpakket en ook gebruik maken van Exact Online. Daar kunt u ook facturen aanmaken die direct in de boekhouding worden gezet. Dat bespaart u invoerkosten.

5

met welke boekhoud- pakketten werken jullie?

We werken met King en Exact Online. Daar werken we al heel lang mee. Dit is een degelijk pakket waarop de boekhouding op professionele wijze kan worden gevoerd. Het werkt snel, geeft goed overzicht en financieel inzicht.

6

werkt Van Helden ook samen met derden?

Ons kantoor werkt samen met kleine en grote accountantsbureaus waar het gaat om accountantsverklaringen of complexere fiscale vraagstukken.

7

wat kost het om jullie in te huren?

* Kleine administratie inclusief aangifte btw: vanaf € 50 pm
* Loonadministratie: vanaf € 20 pm
* Jaarrekening of jaarstukken belastingdienst: vanaf € 500 pj
* Belastingaangifte ondernemer: vanaf € 175

8

zijn er minder kosten bij meer diensten?

Bij een combinatie van onze diensten kunnen we efficiënter werken, zodat onze totaalprijs vanaf € 100 per maand kan worden aangeboden.
Dat hangt vooral af van de hoeveelheid en aard van de mutaties in de boekhouding.

9

wanneer moeten mijn aangiften zijn ingediend?

De maand na elk kwartaal moet de aangifte omzetbelasting zijn ingediend en betaald, uiterlijk voor 1 april. Aangiften vennootschapsbelasting uiterlijk voor 1 juni het jaar erop. Als belastingconsulent hebben we de mogelijkheid om gespreid de aangiftes in te dienen.

10

..of
stel
zelf een
vraag

 
 

contact

u vindt ons in utrecht

 

Van Helden B.V.
Othellodreef 45
3561 GS Utrecht

030 262 56 90
info@vanheldenbv.nl

volg ons:

contactformulier

nieuwsbrief ontvangen?

download algemene voorwaarden © van Helden b.v. 2015