nieuws

  • Medezeggenschapsregels ook bij insolventie van toepassing


    In de praktijk wordt - ten onrechte - vaak verondersteld dat de medezeggenschapsregels bij insolventie van de werkgever niet van toepassing zijn. Dat is een van de conclusies uit het onderzoek 'Werknemers en Insolventie: een rechtsvergelijkende studie naar de rechtspositie van werknemers bij insolventie van de werkgever', dat minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 26 augustus aan de Tweede Kamer heeft aangeboden.

    Het onderzoek werd uitgevoerd door onderzoekers van de Vrije Universiteit. Aanleiding voor het onderzoek waren vragen uit de Kamer naar de arbeidsrechtelijke positie van werknemers in faillissement, mede naar aanleiding van de doorstart van de failliete kinderopvangorganisatie Estro. Het onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre de arbeidsrechtelijke positie van werknemers bij een werkgever in een insolventieprocedure verschilt van die buiten insolventie. Ook is onderzocht hoe een en ander is geregeld in de ons omringende landen. Een van de constateringen in het onderzoek is dat, anders dan in de praktijk wel wordt verondersteld, de regels voor informatie en consultatie van vakorganisaties en de ondernemingsraad (of personeelsvertegenwoordiging), zoals neergelegd in de Wet op de ondernemingsraden, de SER-Fusiegedragsregels en de Wet melding collectief ontslag, in beginsel gewoon van toepassing zijn indien de werkgever in een insolventieprocedure is geraakt. Ook na de surseanceverlening en de faillietverklaring blijft het adviesrecht van de ondernemingsraad in stand. Een curator die werkzaamheden van (een belangrijk onderdeel van) de onderneming wil beëindigen of de onderneming wil overdragen, behoort hierover de ondernemingsraad tijdig om advies te vragen. Dat geldt ook voor een ondernemer die na surseanceverlening de onderneming geheel of gedeeltelijk wil staken. Ook het verzoek tot verlening van surseance van betaling en de eigen faillissementsaanvraag zijn aangelegenheden die door de ondernemingsraad in de overlegvergadering aan de orde kunnen worden gesteld. Asscher zal met de Commissie Bevordering Medezeggenschap van SER overleggen hoe meer bekendheid kan worden gegeven aan de medezeggenschapsregels bij insolventie. Begin volgend jaar zal de minister naar aanleiding van dit rapport en nog een te publiceren rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) naar de arbeidsrechtelijke positie van werknemers bij insolventie in de praktijk, de Kamer melden of een en ander aanleiding is voor maatregelen, waaronder aanpassing van het arbeids- en/of insolventierecht. Bron: Min SZW 26-08-2015

  • Cao Inretail geldt voor alle werknemers onder werkingssfeer cao


    In antwoord op Kamervragen van de Kamerleden Dijkgraaf (SGP) en Ulenbelt (SP) heeft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangegeven dat de onlangs tussen Inretail en Alternatief voor vakbond afgesloten cao Fashion en sport voor alle werknemers bij de betreffende werkgevers zal gelden.

    CNV Dienstenbond is teleurgesteld in het standpunt van de minister. Volgens de bond kijkt de minister niet verder dan de letter van de wet (zie ook: Representativiteit bond en draagvlak van beperkt belang bij avv-verzoek). Volgens CNV-onderhandelaar Di Giacomo Russo zou het goed zijn geweest als de minister werkgevers als INretail op hun verantwoordelijkheid had gewezen en had gepleit voor onderhandelingen met bonden waarin de zeggenschap en betrokkenheid van werknemers vooraf en tijdens het onderhandelingsproces aantoonbaar goed geregeld is. Di Giacomo Russo is bang dat het voor werkgevers een 'pick and choose' spelletje wordt, als zij zaken kunnen doen met partijen die niet of nauwelijks een vertegenwoordiging heeft in een sector. Er kan dan zaken worden gedaan met de partij die het meest door de bocht gaat en van zeggenschap van werknemers is nauwelijks meer sprake. Bron: Min SZW, 25-08-2015

  • Gelijke kans op baanverlies voor mannen en vrouwen


    Vijf jaar na het begin van de crisis hebben mannen en vrouwen een vrijwel even grote kans om hun baan te verliezen en om in de WW of bijstand terecht te komen. Vijf jaar terug waren het nog vaker mannen die aan de kant kwamen te staan.

    In 2009 werd van de werkende mannen 4,8% afhankelijk van een uitkering (WW of bijstand) en van de werkende vrouwen 4,0%. In 2013 was dit verschil aanmerkelijk kleiner geworden: 5,8% van de werkende mannen verloor hun baan tegen 5,7% bij de vrouwen. Volgens het CBS is het aandeel van vrouwen die aanspraak maakten op een WW- of bijstandsuitkering toegenomen door onder andere meer banenverlies in sectoren als de zorg en onderwijs. In die sectoren zijn relatief veel vrouwen werkzaam. In de zorg nam het aandeel werknemers dat in de WW of bijstand terechtkwam toe van 2,0% in 2009 tot 4,4% in 2013. In het onderwijs steeg dit percentage van 2,0% naar 3,7%. Het aandeel werknemers uit de zorg en het onderwijs die afhankelijk werden van de WW of bijstand bleef echter beperkt vergeleken met andere sectoren. De bouwnijverheid is bijvoorbeeld een sector waar de kans op werkloosheid nog altijd veel groter is. In 2013 was die toegenomen tot 9,0%. Ook leeftijd speelt een rol bij de kans om in de WW of bijstand terecht te komen na baanverlies. Werknemers in de leeftijdsgroep 25 tot 35 jaar deden, nadat ze hun baan verloren, het vaakst een beroep op een van beide uitkeringen. Hun aandeel werd tijdens de crisis alleen maar groter. In 2011 kwam nog 5,6% terecht in WW of bijstand na het verlies van hun baan, in 2013 was dit opgelopen tot 8,1%. Bij de leeftijdsgroep daarboven, 35 tot 45 jaar, waren de percentages 4,3% voor 2011 en 6,0% voor 2013. De instroom van jongeren (15 tot 25 jaar) in de WW en bijstand is relatief klein, maar dit komt doordat ze doorgaans weinig of onvoldoende WW-rechten hebben opgebouwd. Oudere werknemers verliezen weer het minst vaak hun baan, maar bij hen is de langdurige werkloosheid weer veel hoger dan onder jongeren. Bron: CBS 26-08-2015

  • Gehuwde mantelzorgster krijgt mantelzorgvrijstelling


    Een gehuwde mantelzorgster vindt dat er sprake is van discriminatie nu ongehuwde kinderen als mantelzorgers wel in aanmerking komen voor de mantelzorgvrijstelling in de erfbelasting en gehuwde kinderen niet. Rechtbank Zeeland-West-Brabant is het met haar eens en verleent de vrijstelling.

    Een kind dat mantelzorger is van een ouder, komt in aanmerking voor de mantelzorgvrijstelling in de erfbelasting (vergelijkbaar met de partnervrijstelling) als hij of zij een mantelzorgcompliment heeft ontvangen. Een mantelzorgcompliment is een uitkering van het SVB aan mantelzorgers die langdurig en intensief een familielid, partner, vriend of kennis verzorgen. Om in 2010 en 2011 voor de Successiewet als partner (mantelzorger) te worden beschouwd moeten ouder en kind ten minste zes maanden op hetzelfde woonadres staan ingeschreven in de GBA. De regel dat twee personen geen bloedverwanten in rechte lijn mogen zijn, vervalt als het kind recht heeft op een mantelzorgcompliment. Een belastingplichtige voerde met haar echtgenoot, haar kinderen en haar vader al een aantal jaren een gezamenlijke huishouding. In 2011 overlijdt haar vader. Omdat zij al die jaren voor haar vader heeft gezorgd, vindt zij dat zij recht heeft op de mantelzorgvrijstelling in de erfbelasting. Er is sprake van discriminatie omdat er voor toepassing van de vrijstelling onderscheid wordt gemaakt naar de burgerlijke staat van het inwonende kind dat mantelzorg verleend. Volgens de vrouw doet de burgerlijke staat niet ter zake. De inspecteur weigert de vrijstelling en wijst er op dat zij dan twee partners heeft: haar vader en haar echtgenoot. Sinds 1 januari 2010 is het niet meer mogelijk om twee partners te hebben. Volgens de rechtbank staat vast dat de vrouw de mantelzorgvrijstelling had gekregen als zij ongehuwd was geweest. De rechtbank is van mening dat het partnerschap uit de Successiewet ten aanzien van de mantelzorgers anders uitwerkt dan in geval van 'gewone' partners. Alleen de mantelzorger is in deze relatie partner omdat hij of zij mantelzorg verleend. Er is voor de Successiewet dan ook geen sprake van twee partners. Vader voldoet in dit geval, doordat hij mantelzorg ontvangt, niet aan de voorwaarden om als partner te worden aangemerkt. De eis dat de erflater ongehuwd moet zijn, zorgt er voor dat er in een situatie van mantelzorg geen twee verkrijgers zijn die allebei een beroep kunnen doen op de hoge vrijstelling. De eis dat de mantelzorger ongehuwd moet zijn om in aanmerking te komen voor de hoge vrijstelling vervult volgens de rechtbank geen enkele functie. Ook doel en strekking van de mantelzorgvrijstelling of van de partnerregeling verklaren niet waarom de mantelzorger ongehuwd moet zijn. De ongelijke behandeling van de gehuwde mantelzorger ten opzichte van de ongehuwde mantelzorger is binnen doel en strekking van de regeling van de mantelzorgvrijstelling zonder enige relevantie. Daarmee ontbreekt elke rechtvaardigingsgrond en kan ook niet worden gezegd dat de wetgever binnen zijn ruime beoordelingsruimte is gebleven. De vrouw heeft recht op de mantelzorgvrijstelling. NB. Het mantelzorgcompliment was ondergebracht in de Wet maatschappelijke ondersteuning die per 1 januari 2015 is vervallen. Vanaf 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de waardering van mantelzorgers. Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 2-07-2015 (publ. 21-08-2015)

  • Vordering FNV tot naleving cao Wegvervoer afgewezen


    De voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel heeft een vordering van vakbond FNV tot naleving van de cao Wegvervoer door het transportbedrijf VOS afgewezen. De vakbond eiste dat de buitenlandse chauffeurs die voor een buitenlands zusterbedrijf rijden volgens de Nederlandse cao zouden worden betaald. Volgens de rechtbank behoeven de vorderingen van FNV meer nuance en feitelijke invulling. Zij lenen zich daarom niet voor toewijzing in kort geding.

    FNV eiste dat de voorzieningenrechter het transportbedrijf zou dwingen om de zogeheten 'charterbepalingen' door te contracteren, zodat het buitenlandse zusterbedrijf zich er ook aan zou houden. De charterbepalingen die zijn opgenomen in de cao's die volgens FNV van toepassing zijn, staat dat als een Nederlands bedrijf werk uitbesteedt aan een ander, buitenlands bedrijf, hij moet zorgen dat de Nederlandse cao wordt toegepast op de buitenlandse medewerkers. De bepalingen gelden als het werk vanuit Nederland wordt uitgevoerd. Volgens de voorzieningenrechter heeft de FNV haar stelling onvoldoende onderbouwd. De detacheringsrichtlijn is niet in alle gevallen van toepassing wanneer buitenlandse chauffeurs via een onderaannemer voor een Nederlands bedrijf rijden. Ook is niet duidelijk welke cao nu eigenlijk geldt voor het transportbedrijf. Ook is de vraag niet beantwoord of de buitenlandse vervoerders wel vanuit Nederland opereren. De rechter oordeelt daarom dat de vorderingen van FNV meer nuance en feitelijke invulling behoeven en zij daarom niet toewijsbaar zijn in kort geding. Bron: Rb. Overijssel 24-08-2015

  • Bedrijven investeren in e-learning


    Uit onderzoek van Nidap onder 330 HR-verantwoordelijken blijkt dat 24% van het opleidingsbudget van grote en middelgrote organisaties in Nederland voor e-learning wordt gereserveerd. In 2012 was dit nog 9%. Bedrijven investeren overigens nog steeds het meeste in open inschrijving opleidingen, maar de grootste groei wordt verwacht voor e-learning, interne trainingen en incompany trajecten.

    Het grootste deel (42%) van het opleidingsbudget wordt aan open inschrijving opleidingen bij externe opleiders gespendeerd. Slechts 14% van de HR-professionals verwacht dat het budget hiervoor het komende jaar nog stijgt. Eveneens 14% verwacht hier juist een daling. Eén op de drie verwacht wel een verdere stijging van het budget voor e-learning en interne trainingen. De top drie vraagstukken waarvoor opleidingen en trainingen op dit moment worden georganiseerd zijn management- en leiderschapsontwikkeling (74%), kwaliteitszorg en veiligheid (67%) en interne samenwerking (65%). Talentmanagement staat met 55% op nummer vier. Met name grote organisaties (met meer dan 1.000 werknemers) maken op dit moment gebruik van e-learning. Het wordt het vaakst toegepast voor kwaliteitszorg- en veiligheidsvraagstukken (35%), verkoop of marketing (24%) en automatisering (20%). 16% zet e-learning in voor managementontwikkeling. Bron: Managers online, 21-08-2015

  • Alimentatie-aftrek ook voor ex-partners


    Staatssecretaris Wiebes heeft in een brief aan de Vaste Commissie voor de Financiën van de Tweede Kamer laten weten dat een aan een alimentatie verwante verzorgingsuitkering vanwege de beëindiging van een langdurige samenwoning op dezelfde manier kan worden behandeld als alimentatie tussen ex-echtgenoten.

    Omdat de alimentatieplicht voor niet-gehuwde samenwoners niet geregeld is in het familierecht, moet er bij deze ex-partners voor de inkomstenbelasting sprake zijn van een dringende morele verplichting om alimentatie in aftrek te kunnen brengen. Voor de schenkbelasting is geen belasting over de schenking verschuldigd als een dergelijke uitkering kan worden aangemerkt als het voldoen aan een natuurlijke verbintenis. De staatssecretaris heeft nu aangegeven dat de begrippen dringende morele verplichting en natuurlijke verbintenis inhoudelijk gelijk zijn en in dit kader fiscaal ook gelijk behandeld kunnen worden. Uit praktische overwegingen en om discussies in de praktijk voor te zijn, heeft de staatssecretaris er dus geen bezwaar tegen als ex-samenwoners hetzelfde worden behandeld als ex-echtgenoten. De onderhoudsuitkering kan worden bepaald aan de hand van de zogenoemde Tremanormen die door rechters worden gehanteerd voor de vaststelling van alimentatiebedragen. Als de uitkering deze normen niet overschrijdt, wordt de onderhoudsuitkering geacht te strekken tot het voldoen aan een natuurlijke verbintenis. Deze behandeling geldt zowel voor de inkomstenbelasting als de schenkbelasting. Bron: MvF 24-06-2015

  • Terugkerende zoon geen kraakwacht


    Verblijft men voor enige tijd in het buitenland, dan kan men de eigenwoningregeling voortzetten, mits men de woning niet ter beschikking stelt aan een derde. Een gezinslid, bijvoorbeeld een kind, die in de woning achterblijft is hiervoor geen probleem. Maar was het kind al uit huis, en keert het dan terug, dan wordt het gezien als een derde en kan men de eigenwoningregeling niet voortzetten.

    Een werknemer is van januari 2009 tot en met mei 2013 uitgezonden naar het buitenland. Eerst woont zijn jongste zoon, die op het moment van uitzending nog thuis woonde, nog een tijdje in de ouderlijke woning maar vanaf 2010 wordt zijn plek ingenomen door een oudere broer, die destijds al het ouderlijk nest had verlaten wegens studie in Leiden. Volgens de inspecteur kwalificeert de woning nu niet meer als eigen woning, omdat hij aan een derde ter beschikking wordt gesteld. De vader van beide jongens betwist dat: de jongste zoon die ging studeren ruilde van woning met zijn oudere broer, die terugkwam om de woning niet leeg te laten. Als een soort kraakwacht dus. De vader beriep zich daarbij op een arrest van de Hoge Raad over eigenwoningregeling bij uitzending. De Hoge Raad oordeelde dat een woning niet aan een derde ter beschikking wordt gesteld als de woning niet wordt verhuurd en als niet wordt gedoogd dat derden de woning gebruiken, zoals het geval is bij een kraakwacht. Volgens de rechtbank heeft de vader in dit geval echter niet aangetoond dat de oudste zoon als kraakwacht fungeerde. Eerder lijkt woningruil het hoofdmotief. Hij had zijn studie afgerond en nu mocht zijn jongere broer zijn woning in Leiden betrekken. Bovendien stond de ouderlijke woning de oudste zoon gewoon ter beschikking. Dat de woning daardoor niet onbeheerd bleef, was volgens de rechtbank van bijkomstige aard. Bron: Rb. Den Haag 25-06-2015 (publ. 14-08-2015)

  • UWV-bestand werkzoekenden is 'vergrijsd'


    UWV-bestand werkzoekenden is 'vergrijsd' Het UWV-bestand met werkzoekende is in 25 jaar vergrijsd. Terwijl de totale omvang van dat bestand in 25 jaar nauwelijks is gewijzigd (850.000 in 1990, 880.000 in 2014) is de samenstelling wel gewijzigd. 25 jaar geleden waren relatief weinig ouderen (55-65 jaar) ingeschreven en betrekkelijk veel jongeren (15-25 jaar). Nu zijn die verhoudingen precies omgekeerd.

    25 jaar geleden was nog een op de vijf werkzoekenden 45 jaar of ouder, nu is dat ruim de helft. Bij de groep van 55 tot 65 jaar is er zelfs sprake van een vervijfvoudiging van hun relatieve aandeel: in de jaren negentig 5%, in 2014 25%. Voor deze omslag in de populatie werkzoekenden geeft het CBS een aantal verklaringen. Zo is allereerst de toename van het aantal ouderen in de UWV-bestanden te verklaren door de algehele veroudering van de bevolking: er waren in 2014 ruim anderhalf keer meer Nederlanders van 55 tot 65 jaar dan begin jaren negentig. Ook is de bruto arbeidsparticipatie (met betaald werk of werkloos) van 55-65-jarigen toegenomen, terwijl 25 jaar terug werknemers vaker met vervroegd pensioen gingen of een WAO-uitkering hadden. De arbeidsparticipatie van 55-65-jarigen is de laatste tien jaren toegenomen van 44,6% naar 64,9%. Sinds 2008 nam vooral het aantal werklozen toe. De kans op het vinden van werk is voor oudere werklozen relatief klein. In de leeftijdsgroep 15 tot en met 45 jaar uit 2013 had bijna de helft een jaar later betaald werk; bij de 45- tot 75-jarige werklozen was dat ruim een op de vijf. Bij de jongeren is een omgekeerd beeld te zien. Niet alleen nam hun aandeel in de totale bevolking af, ook schreef hiervan een kleiner deel zich in als werkzoekende. Midden jaren negentig was ruim 10% van de bevolking jonger dan 25 als werkzoekend ingeschreven; in 2014 was dat nog maar iets meer dan 2%. In de bevolkingsgroep van 25 tot 35 jaar was het aandeel werkzoekenden 14% in 1995 en iets meer dan 8% eind 2014. Overigens is het aantal ingeschreven werkzoekenden niet gelijk aan het aantal werklozen. Er zijn bijvoorbeeld werklozen die niet in aanmerking komen voor een uitkering en daarom niet zijn ingeschreven. Aan de andere kant zijn er mensen ingeschreven bij het UWV die niet als werkloos worden aangemerkt, omdat ze bijvoorbeeld niet gezocht hebben naar werk. Ook de uitkeringsregelingen hebben mede invloed gehad op de aantallen ingeschrevenen. Zo kan het relatief lage aandeel van ingeschreven jongeren tot 25 jaar mogelijk worden verklaard doordat jongeren vaak geen werkloosheids- of bijstandsuitkering ontvangen. Zij zijn dan niet verplicht zich als werkzoekende in te schrijven bij het UWV. Daarnaast volgen veel jongeren nog een opleiding en staan ze daarom niet ingeschreven. Bron: CBS 21-08-2015

  • Let op met buitenlandse betaalkaarten


    De Belastingdienst heeft een nieuwe manier gevonden om niet in Nederland opgegeven buitenlands vermogen te traceren. De fiscus analyseert transacties die belastingplichtigen in Nederland doen met buitenlandse betaalkaarten. Daarbij wordt gekeken of de kaarten zijn gekoppeld aan vermogen in het buitenland waarover vermoedelijk geen belasting wordt betaald.

    Naar aanleiding van die onderzoeken heeft de FIOD de afgelopen weken in drie strafrechtelijke onderzoeken naar witwassen en belastingfraude vijf panden doorzocht. Daarbij is voor meer dan € 1.000.000 beslag gelegd op onroerend goed, bankrekeningen, luxegoederen en contant geld. De onderzoeken zijn gestart omdat de verdachten gebruik hebben gemaakt van een betaalkaart die is gekoppeld aan een buitenlandse bankrekening. De uitgaven met de betaalkaarten lijken niet te verklaren uit het inkomen of vermogen dat zij aan de Belastingdienst hebben opgegeven. Het ging onder meer om een markthandelaar die bij verschillende casino's in Nederland grote bedragen had opgenomen of besteed en om een beroepsgokker en een autohandelaar die contant geld opnamen. De Belastingdienst zal in de komende periode meer kaarthouders in haar toezicht betrekken. De verwachting is dat dit leidt tot meer belastingaanslagen en boetes. Ook strafrechtelijk onderzoek behoort tot de mogelijkheden. Inkeren is voor een belastingplichtige met verzwegen buitenlands vermogen natuurlijk altijd nog mogelijk. Wel moet men er rekening mee houden dat de boete voor belastingplichtigen die gebruik willen maken van de inkeerregeling met ingang van 1 juli 2015 is verhoogd tot 60% van de ontdoken belasting. Maar dat is nog altijd aanzienlijk minder dan de boete die men riskeert bij niet inkeren. Bron: OM 18-08-2015

 

over ons

wij
begrijpen cijfers,
al ruim 25 jaar

Administratiekantoor Van Helden wil mensen helpen, door hen financieel inzicht en overzicht te bieden. Dat doen we door praktische overzichten te maken en door het administratieve proces zo efficiënt mogelijk in te richten. Maar ook door onze klanten persoonlijk te benaderen.
Onze producten en diensten sluiten daarop aan. Ons fonds steunt goede doelen en projecten die Utrecht een warm hart toedragen, zowel op sociaal als maatschappelijk gebied.

Onze visie
Van Helden bestaat al meer dan 25 jaar; een begrip in Utrecht en omgeving. Oprichter meneer Van Helden nam de tijd voor zijn klanten, zodat ze op maat advies kregen en inzicht en overzicht in hun eigen financiën. Dat is nog steeds de basis van ons bedrijf.

Wij zijn ‘de nieuwe helden’ van uw financiën. Wij hebben de overtuiging dat administratieve processen steeds makkelijker kunnen. Dat u gedeelten ook prima digitaal kunt aanleveren en daardoor ook steeds meer zelf inzicht krijgt in het proces en overzicht van uw financiën. Dat helpt u en uw bedrijf om betere strategische beslissingen te nemen.

We luisteren naar u, we denken met u mee en we zijn via diverse kanalen bereikbaar.

  • Menno den Oude


    Directeur Van Helden BV
    Voorzitter Van Helden fonds

    STUUR E-MAIL >

    “ Het administratieproces is maar een proces. Dat moet zo makkelijk en efficiënt mogelijk. Cijfers in een overzicht gaan pas echt leven. Dan zie je ondernemers opbloeien als ik het gesprek met ze aanga. Daar doe ik het voor.”
  • Jan Willem Brouwer


    Belastingadviseur
    gespecialiseerd in het kleinbedrijf
    (van ZZP-ers tot en met BV’s met holdingstructuren)

    STUUR E-MAIL >

    “Als ervaren adviseur help ik met veel plezier ondernemers en oud-ondernemers met hun jaarcijfers en belastingzaken. Diverse bedrijven heb ik in de loop der tijd zien opbloeien. Ik streef ernaar de klant hierbij bedrijfsmatig en fiscaal te begeleiden zonder de indruk te wekken op de ondernemersstoel plaats te nemen. Uiteindelijk blijft het een advies.”
  • Luc Limburg


    Administratieconsulent
    voornamelijk werkzaam bij cliënten op locatie om aldaar boekhoudingen te verzorgen

    STUUR E-MAIL >

    “Graag werk ik op locatie bij klanten omdat ik het liefst dicht bij de klant sta om zo goed mogelijk invulling te geven aan de opdracht. Ik werk vooral voor fondsenwervende instellingen en vermogensfondsen.”
  • Ilona Pieneman


    Secretarieel en administratief medewerker

    “Ik ben ooit als stagiaire begonnen en het beviel me hier zo, dat ik nooit meer ben weggegaan. Ik ga graag mee met de huidige ict-vernieuwingen. Zo heb ik een online dossier voor diverse relaties ingericht, zodat ze altijd hun laatste loonstrookjes en loonaangiften kunnen downloaden.”
 

diensten

wat wij voor u kunnen betekenen

We gaan ervoor om uw boekhouding, loonadministratie, jaarcijfers, fiscale aangiften deskundig en zo efficiënt mogelijk voor u te verzorgen tegen een aantrekkelijke prijs. Ondernemen is al duur genoeg.
Doet u een deel van uw boekhouding zelf? Dan helpen we u graag met onderdelen, zoals de jaarrekening en coachen we u als u tegen problemen aanloopt of vragen hebt.

boekhouding

jaarcijfers

salaris- administratie

aangiften

fiscaal advies

boekhouding;


We werken met Exact Online. U dient uw nota’s makkelijk digitaal in en ze worden automatisch verwerkt in een handig overzicht: de balans en de winst- en verliesrekening. Op elk moment heeft u online inzage in uw boekhouding. Heeft u daarover vragen? Dan nemen wij graag de cijfers met u door.

jaarcijfers;


Als u door ons de complete boekhouding laat verzorgen, dan stellen wij ook de jaarstukken op. Deze jaarstukken zijn weer de basis voor de belastingaangifte die we voor u doen en we leveren de stukken ook aan bij de Kamer van Koophandel. Hierbij zetten wij de automatisering optimaal in om zo efficiënt mogelijk te werken.

Doet u de administratie zelf? Dan vatten wij uw boekhouding samen, we rubriceren en analyseren de cijfers en verzorgen een overzichtelijke rapportage voor u.

salarisadministratie;


We voorzien uw personeel tijdig van loonstroken, we rekenen u de gevolgen van nieuw personeel voor, zodat u de werkgeverslasten en de loonbelastingaangiften kunt inschatten.
Dit proces gaat grotendeels digitaal via uw persoonlijke, digitale omgeving.

aangiften;


Van Helden doet de aangiften voor de omzetbelasting meestal per kwartaal, de aangifte loonbelasting maandelijks en de inkomstenbelasting jaarlijks. Voor een BV doen we jaarlijks de aangifte voor de vennootschapsbelasting.
Ons uitgangspunt is, dat belasting betalen nodig is om gemeenschappelijk kosten te delen, maar dan willen we wel graag dat dat op een eerlijke manier gebeurt en verdeeld wordt.
Wij zullen de fiscale ruimte die er is, dan ook benutten en zo nodig met de belastingdienst de discussie aangaan als er onterecht wordt afgeweken van onze aangifte.

fiscaal advies;


Ondernemers kunnen bij ons ook terecht voor fiscaal advies, daarvoor is het niet nodig dat wij ook uw boekhouding of jaarstukken verzorgen. Wij zien het als onze taak om u zo goed mogelijk te adviseren als we bij uw boekhouding fiscale aspecten tegenkomen.

Mocht u fiscale vragen hebben, dan beantwoorden we die graag. Binnenkort kunt u kiezen uit verschillende abonnementsvormen wat betreft fiscaal advies en fiscale begeleiding.

 

van helden fonds

Van Helden fonds: wat wij teruggeven

 

vraag & antwoord

wat is uw vraag?

1

hoe gaat Van Helden in de praktijk te werk?

We maken met u een afspraak bij ons op kantoor of bij u. We hechten eraan dat er een klik is tussen adviseur en klant. Zijn we het eens over het werk en de kosten? Dan maken we vervolgafspraken over oa. de frequentie van rapportages en deadlines van de belastingen.

2

waar kan ik inloggen om mijn cijfers in te voeren?

Dat kan hier: Exact Online

Let op:
U bent altijd zelf verantwoordelijk voor de belastingaangifte. Ook als deze door uw boekhouder is verzorgd en daarin fouten zijn gemaakt.

3

wie is er aansprakelijk voor de aangifte?

Het is onze taak de aangifte deskundig en zorgvuldig te behandelen.
De klant blijft altijd inhoudelijk verantwoordelijk voor zijn of haar belastingaangifte.

4

wat kan ik zelf aan de administratie doen?

U kunt uw hele administratie zelf doen in een eigen boekhoudpakket en ook gebruik maken van Exact Online. Daar kunt u ook facturen aanmaken die direct in de boekhouding worden gezet. Dat bespaart u invoerkosten.

5

met welke boekhoud- pakketten werken jullie?

We werken met King en Exact Online. Daar werken we al heel lang mee. Dit is een degelijk pakket waarop de boekhouding op professionele wijze kan worden gevoerd. Het werkt snel, geeft goed overzicht en financieel inzicht.

6

werkt Van Helden ook samen met derden?

Ons kantoor werkt samen met kleine en grote accountantsbureaus waar het gaat om accountantsverklaringen of complexere fiscale vraagstukken.

7

wat kost het om jullie in te huren?

* Kleine administratie inclusief aangifte btw: vanaf € 50 pm
* Loonadministratie: vanaf € 20 pm
* Jaarrekening of jaarstukken belastingdienst: vanaf € 500 pj
* Belastingaangifte ondernemer: vanaf € 175

8

zijn er minder kosten bij meer diensten?

Bij een combinatie van onze diensten kunnen we efficiënter werken, zodat onze totaalprijs vanaf € 100 per maand kan worden aangeboden.
Dat hangt vooral af van de hoeveelheid en aard van de mutaties in de boekhouding.

9

wanneer moeten mijn aangiften zijn ingediend?

De maand na elk kwartaal moet de aangifte omzetbelasting zijn ingediend en betaald, uiterlijk voor 1 april. Aangiften vennootschapsbelasting uiterlijk voor 1 juni het jaar erop. Als belastingconsulent hebben we de mogelijkheid om gespreid de aangiftes in te dienen.

10

..of
stel
zelf een
vraag

 
 

contact

u vindt ons in utrecht

 

Van Helden B.V.
Othellodreef 45
3561 GS Utrecht

030 262 56 90
info@vanheldenbv.nl

volg ons:

contactformulier

nieuwsbrief ontvangen?

download algemene voorwaarden © van Helden b.v. 2015