nieuws

  • Titel mediators wettelijk beschermd


    Minister van der Steur van Veiligheid en Justitie heeft een wetsvoorstel hierover naar verschillende instanties gestuurd. Volgens het wetsvoorstel komt er een openbaar register voor mediators om het gebruik van mediation als methode van geschiloplossing te stimuleren. Mediators die staan ingeschreven, mogen de wettelijk beschermde titel 'beëdigd mediator' dragen.

    Voor registratie als beëdigd mediator gelden straks uniforme eisen aan opleiding en ervaring. Ook moeten deze mediators een eed afleggen voor de rechtbank. Het register biedt betere waarborgen aan degenen die gebruik willen maken van mediation. In één oogopslag is te zien of iemand die mediationdiensten aanbiedt, beschikt over voldoende kennis en ervaring. Het zorgt voor meer zekerheid over het professionele verloop en (daarmee) de slagingskans van een mediation. Daarnaast is een register voor mediators ook wenselijk omdat er door toename van het aantal mediators, de verschillende bestaande registraties en eisen voor inschrijving, zowel bij de raad voor rechtsbijstand als bij andere (particuliere) organisaties, momenteel geen eenduidig beeld van kwaliteit en integriteit van mediators bestaat. Eén wettelijk gereguleerde registratie geeft meer duidelijkheid en bevordert de kwaliteit en integriteit van mediators en hun dienstverlening omdat ingeschreven mediators allemaal aan dezelfde eisen voldoen. Mediators die niet staan ingeschreven kunnen het vak van mediator (blijven) uitoefenen. Ook mogen private organisaties een eigen register blijven voeren. Alleen degenen die in het wettelijke register zijn ingeschreven mogen zich echter 'beëdigd mediator' noemen. Daarnaast wordt een vorm van wettelijk geregelde tuchtrechtrechtspraak ingevoerd om de kwaliteit en integriteit van beëdigde mediators te kunnen handhaven. Alleen een register is daarvoor niet voldoende. Als beëdigde mediators zich niet aan de beroepsnormen houden of als hun dienstverlening onder de maat is, moeten maatregelen kunnen worden opgelegd. Zo kunnen zij - als zwaarste straf - uit het register worden geschrapt. Met de in het wetsvoorstel opgenomen maatregelen wordt, gelet op de positieve ervaringen met mediation, beoogd het gebruik van dit instrument verder te stimuleren. Verder wil met het gebruik van mediation in het burgerlijk recht en het bestuursrecht bevorderen. Dat kan door in civielrechtelijke zaken te bepalen dat de verjaringstermijn van een vordering wordt verlengd door de aanvang van een mediation onder leiding van een beëdigd mediator. Daarnaast kan een beëdigd mediator de rechter vragen een beslissing te nemen over een deelgeschil als partijen tijdens een mediation dat willen. Verder wordt nadrukkelijk bepaald dat de rechter in een civiele procedure partijen op elk moment naar een mediator kan verwijzen. Partijen blijven te allen tijde vrij in hun keuze om mediation in te zetten als vorm van geschiloplossing; van verplichte mediation is geen sprake. Bron: Min. V&J, 13-07-2016

  • Boekjaar gewijzigd: incidenteel fiscaal voordeel


    De rechtbank vindt het aannemelijk dat een bv door een boekjaarwijziging een incidenteel fiscaal voordeel wilde behalen. De bv wilde profiteren van overgangsrecht en ging vervolgens weer terug naar het oude boekjaar.

    Een bv heeft op 28 november 2003 haar statuten gewijzigd waardoor het boekjaar start op 1 december en eindigt op 30 november. Het boekjaar dat op 1 januari 2003 is gestart, eindigt op 30 november 2003. Sinds 10 november 2004 is de bv als moedermaatschappij met haar dochtervennootschappen een fiscale eenheid aangegaan. Op 24 november 2004 zijn de statuten opnieuw gewijzigd. Het boekjaar gaat lopen op 1 december 2003 en eindigt op 31 december 2004. Nadat over de jaren 2004, 2005 en 2007 geen aangiften Vpb zijn ingediend, heeft de inspecteur ambtshalve aanslagen opgelegd, gevolgd door een navorderingsaanslag Vpb 2004. In de bezwaarfase zijn alsnog aangiften 2004, 2005 en 2007 ingediend. De aangifte over 2006 werd op tijd ingediend. Voor de rechtbank is het onder andere de vraag of de navorderingsaanslag Vpb 2004 moet worden vernietigd gelet op de statutenwijziging van 28 november 2003. Volgens de bv kan er geen rechtsgeldige navorderingsaanslag voor het jaar 2004 worden opgelegd, omdat zij haar boekjaar op 28 november 2003 heeft gewijzigd, waardoor er slechts een lang boekjaar 2003/2004 bestaat en geen boekjaar 2004. De inspecteur is van mening dat de wijziging van het boekjaar heeft plaatsgevonden om een incidenteel fiscaal voordeel te behalen, namelijk een langere toepassing (tot 31 december 2004) van het overgangsrecht in verband met de afschaffing van de faciliteit van artikel 10 van de Wet Belastingherziening 1950. Dit overgangsrecht is beëindigd voor boekjaren die aanvangen vanaf 1 januari 2004. Volgens de bv hield de boekjaarwijziging verband met de wens van de voormalig aandeelhoudster om het einde van het boekjaar zo dicht mogelijk bij het vervreemdingsmoment van de aandelen van eiseres te laten vallen. Zo zou het risico om aangesproken te worden c.q. schade te lijden door gedragingen van de koper - na het moment van verkoop van de aandelen per 16 december 2003 - zoveel mogelijk beperkt worden. Het door de inspecteur genoemde fiscale voordeel als gevolg van het overgangsrecht was een bijkomend effect, maar niet redengevend voor de boekjaarwijziging volgens de bv. De rechtbank vindt het aannemelijk dat de bv door de boekjaarwijziging bij statutenwijziging van 28 november 2003 een incidenteel fiscaal voordeel wilde behalen. De bv hanteert gelet op de statutenwijziging van 29 november 2004 vanaf 2005 weer het kalenderjaar als boekjaar. De boekjaarwijziging van 28 november 2003 komt er daardoor feitelijk op neer dat eiseres één lang boekjaar 2003/2004 heeft, dat aanvangt op 1 december 2003 en eindigt op 31 december 2004. Aannemelijk is dat de bv haar boekjaar (vervroegd) per 1 december 2003 heeft laten ingaan om zo ook nog het gehele jaar 2004 te kunnen profiteren van het door de inspecteur genoemde overgangsrecht. Desgevraagd heeft de adviseur van de bv ter zitting niet kunnen toelichten op welke wijze de boekjaarwijziging zou bijdragen aan het inperken van het risico om aangesproken te worden c.q. schade te lijden door gedragingen van de koper na het moment van verkoop van de aandelen per 16 december 2003. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien waarom de verkoop van de aandelen van de bv per 16 december 2003 de aanleiding zou zijn voor de boekjaarwijziging waardoor het boekjaar 2003/2004 ingaat op 1 december 2003, zodat de rechtbank die stelling passeert. De rechtbank is het eens met de inspecteur om voorbij te gaan aan het standpunt van bv dat de navorderingsaanslag 2004 dient te worden vernietigd, omdat er geen boekjaar 2004 bestaat. Bron: Rb. Noord-Holland 04-07-2016

  • Onzakelijke lening niet af te waarderen


    Om een lening die valt onder de terbeschikkingstellingsregeling te kunnen afwaarderen moet sprake zijn van een zakelijke lening. Of een lening zakelijk is moet worden getoetst op het moment dat de lening wordt aangegaan.

    Een aandeelhouder is sinds 2004 van een in Spanje gevestigde vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (Sociadad Limitada, hierna : S.L.). De enig aandeelhouder heeft in 2004 aan de S.L. een lening van € 363.596 verstrekt, waarmee de S.L. in staat was een pand in aanbouw in Spanje te kopen en af te bouwen. Afgesproken wordt dat de S.L. 4% rente per jaar betaald. De rente is aan het einde van ieder jaar vorderbaar en inbaar. De S.L. mag zonder aankondiging vooraf en zonder boete een deel of het hele bedrag van de lening aflossen. Op 31 december 2015 moet de lening geheel worden afgelost. De S.L. heeft hiervoor een positieve/negatieve hypotheekverklaring afgegeven. Nadat het pand is afgebouwd is het voor verhuur als vakantiehuis beschikbaar. De huuropbrengsten blijken net voldoende om de kosten van huurbemiddeling en de bijdrage in de kosten van het resort te dekken. De rente wordt steeds op de hoofdsom bijgeschreven. De aandeelhouder had eind 2010 een vordering op de S.L. van € 461.344. Het vakantiehuis is uiteindelijk in 2011 verkocht voor € 210.000. Na aftrek van kosten is € 194.557 aan de aandeelhouder overgemaakt als aflossing op de lening. In zijn aangifte IB 2010 heeft de aandeelhouder een negatief resultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen opgenomen van € 246.352. De inspecteur heeft dit bedrag gecorrigeerd. Voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant is het de vraag of dit terecht is. Voor de rechtbank staat vast dat sprake is van een lening van de aandeelhouder aan de S.L. en dat de geldverstrekking bij de aandeelhouder onder het regime van de terbeschikkingstellingregeling valt. Vraag is of de lening als een zakelijke of als een onzakelijke lening moet worden aangemerkt. Op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad moet onderzocht worden of een derde partij in 2004 (het moment van het aangaan van de lening), niet zijnde aandeelhouder, als geldverstrekker zou zijn opgetreden en hetzelfde debiteurenrisico als de aandeelhouder hebben willen lopen, al dan niet tegen een hogere niet-winstdelende rente. Is dat zo dan is sprake van een zakelijke lening. Volgens de rechtbank heeft de aandeelhouder niet aannemelijk gemaakt dat een derde partij-geldverstrekker, niet zijnde aandeelhouder van S.L., hetzelfde debiteurenrisico als de aandeelhouder op die datum is aangegaan, zou hebben aanvaard, al dan niet tegen een hogere niet-winstdelende rente. Op het moment dat de aandeelhouder de lening verstrekte waren binnen de S.L. geen middelen beschikbaar voor rente en aflossing. Verder had de S.L. - met uitzondering van de positieve/negatieve hypotheekverklaring - geen mogelijkheid tot het stellen van enige vorm van zekerheid jegens de aandeelhouder. Verder stonden de waarde van het vakantiehuis, en de mogelijke huurinkomsten - op het moment van verstrekking van de lening - niet vast, omdat het vakantiehuis op dat moment nog niet af was, en het gebied rondom het huis nog in ontwikkeling was. De stelling van de aandeelhouder dat Spaanse banken destijds vergelijkbare leningen verstrekte acht de rechtbank niet aannemelijk. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat er een zakelijke rente kan worden bepaald waarvoor een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest de lening te verstrekken onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden, gezien het ontbreken van zekerheden in combinatie met het gegeven dat zowel de waardeontwikkeling van het te bouwen pand als de hoogte van de te behalen huurinkomsten in verregaande mate speculatief waren. Op het moment van de geldverstrekking is er daarom sprake van een onzakelijke lening waarvan de afwaardering niet in mindering kan worden gebracht op het resultaat uit overige werkzaamheden. Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 01-06-2016

  • Verkoopopbrengst doorverkochte grond belast


    Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de verkoopopbrengst van doorverkochte grond redelijkerwijs voorzienbaar was en belast is als resultaat uit overige werkzaamheden. Er is terecht nagevorderd. De vergrijpboete werd echter wel vernietigd.

    Een ondernemer exploiteert in de vorm van een eenmanszaak een akkerbouwbedrijf. Daarnaast exploiteert hij in de vorm van een VOF een windturbine. De plek waarop de windturbine staat, huurt hij van zijn buurman. In november 2007 vertelt de buurman aan de ondernemer dat hij de grond, waarvan een deel door de ondernemer werd gepacht, wil verkopen. In januari 2008 wordt er een obligatoire koopovereenkomst gesloten waarbij een derde partij de kopende partij is. In maart 2008 wordt de grond geleverd aan de kinderen van de ondernemer en zijn zakenpartner welke laatste de aankoop voorfinancierde. Kort daarop werd de grond geleverd aan de derde partij waarbij er een verkoopwinst werd behaald. De zakenpartner en de kinderen van de ondernemer hebben de gerealiseerde verkoopopbrengst feitelijk genoten, terwijl de ondernemer hiervan feitelijk niets kreeg. De inspecteur stelt een boekenonderzoek in dat gericht is op de aan- en verkoop van de grond. Naar aanleiding daarvan ontvangt de ondernemer een navorderingsaanslag IB 2008 ter zake van resultaat uit overige werkzaamheden alsmede een vergrijpboete. In geschil is of de gerealiseerde verkoopopbrengst bij de ondernemer kan worden belast en zo ja of de vergrijpboete terecht is opgelegd. De inspecteur stelt dat de ondernemer de grond heeft aangekocht met het oogmerk deze met voordeel te verkopen, terwijl dit voordeel voor hem ten tijde van de aankoop voorzienbaar was. De rechtbank acht het aannemelijk dat de ondernemer in het jaar 2008 zelf de mogelijkheid had om met de koop- en verkoop van de grond een voordeel te behalen, maar dat hij van die mogelijkheid heeft afgezien en zijn kinderen de gelegenheid heeft gegeven dit voordeel te behalen. Het met de koop en verkoop behaalde voordeel was ten tijde van het aangaan van de aankoopovereenkomst van 25 januari 2008 door de ondernemer redelijkerwijs voorzienbaar. Op dat moment was immers ten aanzien van (door)verkoop van de grond reeds op 9 januari 2008 een obligatoire koopovereenkomst gesloten met de derde partij als uiteindelijke koper. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur geen concrete feiten heeft gesteld, laat staan bewezen, waaruit zou kunnen volgen dat de ondernemer ten tijde van het indienen van de aangifte wist dat het met de aan- en verkoop van de grond behaalde voordeel, ondanks dat hij dit voordeel feitelijk niet zelf heeft genoten, bij hem belast is. Zijn wil was er niet op gericht een bij hem belast voordeel buiten de heffing van de IB te houden. De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslag IB 2008 terecht is opgelegd maar de vergrijpboete niet. Bron: Rb. Noord-Nederland, 28-06-2016

  • Subsidieregeling slachtoffers overvallen verlengd


    Mensen die in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2018 slachtoffer zijn van een woning- of bedrijfsoverval kunnen een subsidie van maximaal € 1.000 aanvragen voor genomen maatregelen om herhaling van een overval te voorkomen.

    Door het nemen van preventieve maatregelen kan de kans op een nieuwe overval aanzienlijk worden verkleind. Slachtoffers van een overval lopen namelijk grotere kans om opnieuw slachtoffer van een overval te worden. Preventieve maatregelen kunnen bestaan uit het vervangen van sloten, aanbrengen van buitenverlichting of het plaatsen van camera's. Slachtoffers kunnen hun subsidieaanvraag tot 1 juli 2019 indienen bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Op de site van het Schadefonds kan een aanvraagformulier worden ingevuld. Een slachtoffer komt in aanmerking voor een subsidie als aan de volgende voorwaarden is voldaan: Uw woning, bedrijf of filiaal is in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2018 overvallen. Bij de overval is geweld gebruikt of met geweld gedreigd. U heeft aangifte gedaan van de overval. U kunt dit aantonen met een kopie van de aangifte. U heeft na de overval beveiligingsmaatregelen aangeschaft ter voorkoming van eventuele nieuwe overvallen. U kunt dit met een factuur of betalingsbewijs aantonen. Bron: Min. V&J 13-07-2016

  • Perspectiefnota 'Toekomst Pensioenstelsel'


    Staatssecretaris Klijnsma heeft aan de Tweede Kamer de Perspectiefnota 'Toekomst Pensioenstelsel' toegestuurd met daarin verschillende mogelijkheden om het stelsel van aanvullende pensioenen beter aan te laten sluiten bij een veranderende arbeidsmarkt.

    Bijna alle werknemers bouwen nu - collectief en verplicht - aanvullend pensioen op, maar er zijn groeiende groepen die het risico lopen onvoldoende pensioen op te bouwen: met name flexwerkers en zzp'ers. Het kabinet wil deze mensen stimuleren om voldoende geld opzij te zetten voor hun pensioen om te voorkomen dat zij na pensionering te maken krijgen met een ongewenst grote terugval in hun bestedingen. Dat kan met verschillende maatregelen, oplopend van vrijwillig pensioensparen tot een pensioenplicht. Ook moeten in een toekomstig pensioenstelsel ingelegde premies en pensioenopbouw beter met elkaar in balans zijn. Het kabinet heeft verschillende overgangsmanieren uitgewerkt om dit op een eerlijke en evenwichtige manier te doen. Zo kan de overheid dit bevorderen door het fiscaal kader in de jaren van overgang te verruimen. Na analyse van verschillende nieuwe manieren om aanvullend pensioen op te bouwen, komt het kabinet tot de conclusie dat twee onderzochte varianten interessant zijn om nader uit te werken: een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling en een ambitieovereenkomst met collectief karakter. Bron: Min. SZW 08-07-2016

  • Minimumjeugdloon op de schop


    De ministerraad heeft ingestemd met het wetsvoorstel van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om het minimumjeugdloon vanaf 21 jaar in twee stappen af te schaffen. Daardoor krijgen jongeren een volwaardig salaris.

    Op dit moment krijgen jongeren onder 23 jaar minder dan het wettelijk minimumloon (WML). Dat past niet meer bij de arbeidsmarkt- en inkomenspositie van werkende jongeren. Om een eerlijke kans te krijgen in de samenleving, hebben jongeren een fatsoenlijk salaris nodig. Daarbij komt dat Nederland internationaal uit de pas loopt. Vanaf 1 juli 2017 gaat het minimumjeugdloon daarom in stappen omhoog, zodat jongeren vanaf 21 het wettelijk minimumloon gaan verdienen. Om het risico te beperken dat de verschillende leeftijden een te grote rol gaan spelen bij het aannemen van mensen, stijgt het loon van jongeren van 18, 19 en 20 jaar mee. Om baanverlies te voorkomen, neemt het kabinet compenserende maatregelen. Ook wordt de stukloonbepaling gewijzigd. Betaling op basis van stukloon blijft mogelijk, maar werknemers gaan tenminste het WML voor elk gewerkt uur verdienen. Deze betaalwijze komt onder andere voor in de agrarische sector, de schoonmaaksector en bij pakket- en postbezorging. Ook wordt geregeld dat werknemers recht hebben op minimumloon voor de uren die ze meer dan hun reguliere werktijd werken. De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. Bij indiening bij de Tweede Kamer worden de tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State openbaar. Bron: Min. SZW 08-07-2016

  • Nederland is in 2016 innovatieleider


    Uit het European Innovation Scoreboard 2016 blijkt dat Nederland samen met Denemarken, Duitsland, Finland en Zweden in 2016 in de kopgroep zit op het gebied van innovatie. Al deze landen scoren minimaal 20% boven het Europese gemiddelde op 25 indicatoren voor innovatiekracht.

    Nederland is voor het eerst innovatieleider in plaats van innovatievolger, onder andere omdat er volgens het rapport vooruitgang is geboekt bij de hoeveelheid private investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Daarmee is een ambitie van het kabinet bereikt. De Europese Commissie kijkt bij het opstellen van de lijst naar de voor innovatie benodigde randvoorwaarden in zowel het bedrijfsleven als de publieke sector. Er wordt in totaal op 25 indicatoren getoetst. Ook wordt in toenemende mate onderzoek daadwerkelijk door het bedrijfsleven omgezet in producten en diensten en is het aantal hoger opgeleiden in Nederland gegroeid. Nederland scoorde traditioneel al goed op het European Innovation Scoreboard (EIS) bij de kwaliteit van de wetenschappelijke publicaties, het aandeel van het MKB in innovatie en de goede samenwerking tussen de publieke en de private sector. Het ministerie van Economische Zaken stimuleert publiek-private samenwerking en stelt zowel kennis als middelen beschikbaar voor onderzoek en ontwikkeling. In juni dit jaar maakte minister Kamp nog bekend dat bijna 23.000 Nederlandse bedrijven, waarvan 97% uit het MKB, in 2015 een voordeel van bijna één miljard euro hebben gehaald uit innovatieregelingen van het ministerie van EZ om onderzoek en ontwikkeling te bevorderen. Ook droeg het kabinet via het Toekomstfondskrediet voor Onderzoeksfaciliteiten (TOF) € 40 miljoen bij aan tien toonaangevende onderzoeksprojecten. Hierin investeren bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid gezamenlijk € 134 miljoen. Het EIS vergelijkt elk jaar de onderzoek- en innovatieprestaties van de 28 lidstaten van de Europese Unie. Daarnaast analyseert het rapport de relatieve sterktes en zwaktes van de onderzoeks- en innovatiesystemen. Op deze manier geeft het scorebord de lidstaten inzicht in waar zij hun innovatieprestaties kunnen verbeteren. Het EIS hanteert vier categorieën: innovatieleider, innovatievolger, gemiddelde innovator en zwakke innovator. Bron: Min. EZ 14-07-2016

  • Afschrijving terecht gecorrigeerd


    Een zelf ontwikkeld bedrijfsmiddel, in dit geval een computertool, dient bij inbreng in de onderneming op de balans te worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs en niet tegen de waarde in het economische verkeer. Hierop dient de afschrijving te worden gebaseerd.

    Een belastingplichtige werkt in de jaren negentig als systeembeheerder voor een bedrijf. In die tijd ontwikkelde hij in zijn eigen tijd software waarmee het mogelijk was om op een pc aanpassingen en verbeteringen voor mainframeapplicaties te ontwikkelen (de tool). De systeembeheer heeft de tool om niet te beschikking gesteld aan het bedrijf waar hij werkte maar zelf altijd de intellectuele eigendom behouden. In 1995 start de systeembeheerder met een eenmanszaak die hij inschrijft in het Handelsregister. Tot 2011 ontplooit de eenmanszaak geen activiteiten en realiseert geen omzet. In 2011 brengt de systeembeheerder zijn tool in in de eenmanszaak en activeert deze op de balans voor een door hem ingeschatte waarde in het economisch verkeer van € 250.000. In 2012 verkoopt de systeembeheerder de licentierechten op de tool voor € 100.000. Vaststaat dat de aanschaffings- of voortbrengingskosten maximaal € 5.000 hebben bedragen. In zijn IB aangifte over 2012 heeft de systeembeheerder een willekeurige afschrijving van de tool opgevoerd van € 100.000. De inspecteur heeft de aanslag IB 2012 opgelegd zonder rekening te houden met deze afschrijving. Voor de rechtbank is het de vraag of de tool op de balans van eenmanszaak moet worden geactiveerd tegen de waarde in het economisch verkeer of tegen de historische kostprijs. Die waarde dient vervolgens als basis voor de berekening van de jaarlijkse afschrijving. Bij totstandkoming van de tool behoren de te realiseren opbrengsten volgens de rechtbank tot de bron andere inkomsten uit arbeid (art. 22, lid 1, letter b Wet IB 1964). De motieven van de systeembeheerder om de tool (voorlopig) niet te exploiteren maar 'om niet' ter beschikking te stellen aan zijn (voormalig) werkgever en collega's zijn daarbij niet van belang. De redelijke verwachting van voordeel en de innerlijke overweging om de tool te gaan exploiteren, acht de rechtbank daarvoor voldoende. Dat de realisatie van de voordelen nog achterwege is gebleven, maakt daarbij niet uit. De waarde van de tool is daarom aan te merken als nog niet-gerealiseerde opbrengst van arbeid. Dit houdt in dat bij de invoering van de Wet IB 2001 de tool tot het vermogen van een werkzaamheid is gaan behoren. Op basis van de Invoeringswet moet de tool op de openingsbalans van de werkzaamheid te boek worden gesteld voor de aanschaffings- of voortbrengingskosten van € 5.000. Vanaf 1 januari 2001 bestaat de werkzaamheid uit de tool. Nergens blijkt uit dat vóór het moment van inbreng in de eenmanszaak niet langer is voldaan aan de voorwaarden voor het bestaan van een werkzaamheid, zodat sprake is of zou moeten zijn geweest van sfeerovergang met afrekening. De rechtbank is daarom van oordeel dat de werkzaamheid voortduurde tot op het moment van inbreng in de eenmanszaak. Het ter beschikking stellen van de tool aan de onderneming van de systeembeheerder, waardoor de tool tot zijn ondernemingsvermogen is gaan behoren heeft geen invloed op de boekwaarde van de tool. De tool mag immers op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad onbelast worden doorgeschoven naar de onderneming. Dit houdt in dat de tool op de balans van de onderneming blijft voor de aanschaffings- of voortbrengingskosten. De inspecteur heeft de afschrijving dan ook terecht gecorrigeerd. Bron: Rb. Noord-Nederland 02-06-2016

  • Digitaal procederen in zicht


    De Eerste Kamer heeft op 12 juli na stemming bij zitten en opstaan ingestemd met de voorstellen waarmee het procesrecht wordt gedigitaliseerd en vereenvoudigd. Hierdoor wordt het vanaf 2018 mogelijk om in fiscale zaken geheel digitaal te procederen.

    Het moderniseringsproject Kwaliteit en Innovatie Rechtspraak (KEI) is enkele jaren geleden door de Raad voor de Rechtspraak gelanceerd. De doelstelling van het project KEI is dat de rechtspraak moet aansluiten bij de digitalisering van de samenleving. Tevens behoort de rechtspraak toegankelijker te worden voor burgers. Doordat procedures vaak traag gaan, krijgen burgers minder vertrouwen in de rechtspraak. Voor professionele partijen, zoals advocaten of belastingadviseurs, wordt het digitaal procederen waarschijnlijk vanaf 2019 verplicht. De processen worden korter, met een grotere regierol voor de rechter tijdens en voorafgaand aan de zitting. Met de wetsvoorstellen Vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (KEI-I) en Digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie (KEI-II) worden in het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering en de Algemene Wet bestuursrecht het procesrecht en het procesrecht in hoger beroep en cassatie vereenvoudigd. De procedures in het burgerlijk procesrecht en in het bestuursprocesrecht worden hiermee niet alleen versneld maar ook gedigitaliseerd. Alle procedures krijgen een nieuwe eenvoudige basisprocedure, die eventueel uitgebreid kan worden met andere proceshandelingen. Ook komen er meer wettelijke termijnen voor het verrichten van specifieke proceshandelingen en krijgt de rechter meer mogelijkheden om het proces te sturen. Het hoger beroep begint straks met de procesinleiding, waarin zowel de vorderingen als verzoeken kunnen worden opgenomen. Verder komen er duidelijkere termijnen voor het indienen van de gronden van het hoger beroep en het verweerschrift en krijgt de rechter ook hier meer mogelijkheden om het proces te sturen. Bij cassatierechtspraak wordt de indiening van het cassatieberoepschrift langs elektronische weg en de digitale stukkenwisseling mogelijk. Het wetsvoorstel Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (KEI-III) regelt de aanpassing van de nieuwe terminologie uit de wetsvoorstellen KEI-I en KEI-II in alle overige wetten. Dit moet leiden tot een meer overzichtelijke en voorspelbaarder procesgang, een sneller verloop van procedures en een grotere toegankelijkheid van de rechterlijke macht. Daarnaast worden de dagvaarding en het verzoekschrift vervangen door de procesinleiding en belemmeringen voor het digitaal voeren van procedures weggenomen. De Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen (KEI-IV) regelt de invoering van de vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht en de uitbreiding van de mogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vragen in rijkswetten. Bron: EK 12-07-2016

 

over ons

wij
begrijpen cijfers,
al ruim 25 jaar

Administratiekantoor Van Helden wil mensen helpen, door hen financieel inzicht en overzicht te bieden. Dat doen we door praktische overzichten te maken en door het administratieve proces zo efficiënt mogelijk in te richten. Maar ook door onze klanten persoonlijk te benaderen.
Onze producten en diensten sluiten daarop aan. Ons fonds steunt goede doelen en projecten die Utrecht een warm hart toedragen, zowel op sociaal als maatschappelijk gebied.

Onze visie
Van Helden bestaat al meer dan 25 jaar; een begrip in Utrecht en omgeving. Oprichter meneer Van Helden nam de tijd voor zijn klanten, zodat ze op maat advies kregen en inzicht en overzicht in hun eigen financiën. Dat is nog steeds de basis van ons bedrijf.

Wij zijn ‘de nieuwe helden’ van uw financiën. Wij hebben de overtuiging dat administratieve processen steeds makkelijker kunnen. Dat u gedeelten ook prima digitaal kunt aanleveren en daardoor ook steeds meer zelf inzicht krijgt in het proces en overzicht van uw financiën. Dat helpt u en uw bedrijf om betere strategische beslissingen te nemen.

We luisteren naar u, we denken met u mee en we zijn via diverse kanalen bereikbaar.

  • Menno den Oude


    Directeur Van Helden BV
    Voorzitter Van Helden fonds

    STUUR E-MAIL >

    “ Het administratieproces is maar een proces. Dat moet zo makkelijk en efficiënt mogelijk. Cijfers in een overzicht gaan pas echt leven. Dan zie je ondernemers opbloeien als ik het gesprek met ze aanga. Daar doe ik het voor.”
  • Jan Willem Brouwer


    Belastingadviseur
    gespecialiseerd in het kleinbedrijf
    (van ZZP-ers tot en met BV’s met holdingstructuren)

    STUUR E-MAIL >

    “Als ervaren adviseur help ik met veel plezier ondernemers en oud-ondernemers met hun jaarcijfers en belastingzaken. Diverse bedrijven heb ik in de loop der tijd zien opbloeien. Ik streef ernaar de klant hierbij bedrijfsmatig en fiscaal te begeleiden zonder de indruk te wekken op de ondernemersstoel plaats te nemen. Uiteindelijk blijft het een advies.”
  • Luc Limburg


    Administratieconsulent
    voornamelijk werkzaam bij cliënten op locatie om aldaar boekhoudingen te verzorgen

    STUUR E-MAIL >

    “Graag werk ik op locatie bij klanten omdat ik het liefst dicht bij de klant sta om zo goed mogelijk invulling te geven aan de opdracht. Ik werk vooral voor fondsenwervende instellingen en vermogensfondsen.”
  • Ilona Pieneman


    Secretarieel en administratief medewerker

    “Ik ben ooit als stagiaire begonnen en het beviel me hier zo, dat ik nooit meer ben weggegaan. Ik ga graag mee met de huidige ict-vernieuwingen. Zo heb ik een online dossier voor diverse relaties ingericht, zodat ze altijd hun laatste loonstrookjes en loonaangiften kunnen downloaden.”
 

diensten

wat wij voor u kunnen betekenen

We gaan ervoor om uw boekhouding, loonadministratie, jaarcijfers, fiscale aangiften deskundig en zo efficiënt mogelijk voor u te verzorgen tegen een aantrekkelijke prijs. Ondernemen is al duur genoeg.
Doet u een deel van uw boekhouding zelf? Dan helpen we u graag met onderdelen, zoals de jaarrekening en coachen we u als u tegen problemen aanloopt of vragen hebt.

boekhouding

jaarcijfers

salaris- administratie

aangiften

fiscaal advies

boekhouding;


We werken met Exact Online. U dient uw nota’s makkelijk digitaal in en ze worden automatisch verwerkt in een handig overzicht: de balans en de winst- en verliesrekening. Op elk moment heeft u online inzage in uw boekhouding. Heeft u daarover vragen? Dan nemen wij graag de cijfers met u door.

jaarcijfers;


Als u door ons de complete boekhouding laat verzorgen, dan stellen wij ook de jaarstukken op. Deze jaarstukken zijn weer de basis voor de belastingaangifte die we voor u doen en we leveren de stukken ook aan bij de Kamer van Koophandel. Hierbij zetten wij de automatisering optimaal in om zo efficiënt mogelijk te werken.

Doet u de administratie zelf? Dan vatten wij uw boekhouding samen, we rubriceren en analyseren de cijfers en verzorgen een overzichtelijke rapportage voor u.

salarisadministratie;


We voorzien uw personeel tijdig van loonstroken, we rekenen u de gevolgen van nieuw personeel voor, zodat u de werkgeverslasten en de loonbelastingaangiften kunt inschatten.
Dit proces gaat grotendeels digitaal via uw persoonlijke, digitale omgeving.

aangiften;


Van Helden doet de aangiften voor de omzetbelasting meestal per kwartaal, de aangifte loonbelasting maandelijks en de inkomstenbelasting jaarlijks. Voor een BV doen we jaarlijks de aangifte voor de vennootschapsbelasting.
Ons uitgangspunt is, dat belasting betalen nodig is om gemeenschappelijk kosten te delen, maar dan willen we wel graag dat dat op een eerlijke manier gebeurt en verdeeld wordt.
Wij zullen de fiscale ruimte die er is, dan ook benutten en zo nodig met de belastingdienst de discussie aangaan als er onterecht wordt afgeweken van onze aangifte.

fiscaal advies;


Ondernemers kunnen bij ons ook terecht voor fiscaal advies, daarvoor is het niet nodig dat wij ook uw boekhouding of jaarstukken verzorgen. Wij zien het als onze taak om u zo goed mogelijk te adviseren als we bij uw boekhouding fiscale aspecten tegenkomen.

Mocht u fiscale vragen hebben, dan beantwoorden we die graag. Binnenkort kunt u kiezen uit verschillende abonnementsvormen wat betreft fiscaal advies en fiscale begeleiding.

 

van helden fonds

Van Helden fonds: wat wij teruggeven

 

vraag & antwoord

wat is uw vraag?

1

hoe gaat Van Helden in de praktijk te werk?

We maken met u een afspraak bij ons op kantoor of bij u. We hechten eraan dat er een klik is tussen adviseur en klant. Zijn we het eens over het werk en de kosten? Dan maken we vervolgafspraken over oa. de frequentie van rapportages en deadlines van de belastingen.

2

waar kan ik inloggen om mijn cijfers in te voeren?

Dat kan hier: Exact Online

Let op:
U bent altijd zelf verantwoordelijk voor de belastingaangifte. Ook als deze door uw boekhouder is verzorgd en daarin fouten zijn gemaakt.

3

wie is er aansprakelijk voor de aangifte?

Het is onze taak de aangifte deskundig en zorgvuldig te behandelen.
De klant blijft altijd inhoudelijk verantwoordelijk voor zijn of haar belastingaangifte.

4

wat kan ik zelf aan de administratie doen?

U kunt uw hele administratie zelf doen in een eigen boekhoudpakket en ook gebruik maken van Exact Online. Daar kunt u ook facturen aanmaken die direct in de boekhouding worden gezet. Dat bespaart u invoerkosten.

5

met welke boekhoud- pakketten werken jullie?

We werken met King en Exact Online. Daar werken we al heel lang mee. Dit is een degelijk pakket waarop de boekhouding op professionele wijze kan worden gevoerd. Het werkt snel, geeft goed overzicht en financieel inzicht.

6

werkt Van Helden ook samen met derden?

Ons kantoor werkt samen met kleine en grote accountantsbureaus waar het gaat om accountantsverklaringen of complexere fiscale vraagstukken.

7

wat kost het om jullie in te huren?

* Kleine administratie inclusief aangifte btw: vanaf € 50 pm
* Loonadministratie: vanaf € 20 pm
* Jaarrekening of jaarstukken belastingdienst: vanaf € 500 pj
* Belastingaangifte ondernemer: vanaf € 175

8

zijn er minder kosten bij meer diensten?

Bij een combinatie van onze diensten kunnen we efficiënter werken, zodat onze totaalprijs vanaf € 100 per maand kan worden aangeboden.
Dat hangt vooral af van de hoeveelheid en aard van de mutaties in de boekhouding.

9

wanneer moeten mijn aangiften zijn ingediend?

De maand na elk kwartaal moet de aangifte omzetbelasting zijn ingediend en betaald, uiterlijk voor 1 april. Aangiften vennootschapsbelasting uiterlijk voor 1 juni het jaar erop. Als belastingconsulent hebben we de mogelijkheid om gespreid de aangiftes in te dienen.

10

..of
stel
zelf een
vraag

 
 

contact

u vindt ons in utrecht

 

Van Helden B.V.
Othellodreef 45
3561 GS Utrecht

030 262 56 90
info@vanheldenbv.nl

volg ons:

contactformulier

nieuwsbrief ontvangen?

download algemene voorwaarden © van Helden b.v. 2016