nieuws

  • CJIB-gegevens en een rittenadministratie


    Aan Hof Arnhem-Leeuwarden werd de vraag voorgelegd of de inspecteur gebruik mag maken van gegevens van het CJIB om te beoordelen of een rittenadministratie aan de eisen voldoet. Het hof heeft deze vraag niet beantwoord, omdat de rittenadministratie ook zonder deze gegevens al zodanige gebreken vertoonde dat deze niet werd geaccepteerd.

    Aan een directeur wordt in 2008 een auto ter beschikking gesteld door zijn werkgever. De directeur heeft in 2006 verzocht om een Verklaring geen privégebruik auto en die ook gekregen. Ter controle van de verklaring geen privégebruik stuurt de inspecteur in november 2009 een vragenformulier en een rittenadministratie op. De directeur stuurt het ingevulde vragenformulier terug samen met een rittenadministratie. Aan de rittenregistratie kleven een aantal gebreken. Uiteindelijk vraagt de inspecteur de directeur opheldering te geven over twintig signaleringen van weggebruik met auto's van de directeur in de periode 2006-2009 die niet in de rittenadministratie zijn verwerkt. De inspecteur heeft gegevens over verkeersovertredingen van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) gekregen, waaruit blijkt dat de directeur in 2008 twee keer een overtreding heeft begaan tijdens ritten die niet in de rittenadministratie zijn opgenomen. De gebreken in de rittenadministratie zijn voor de inspecteur voldoende om een naheffingaanslag LB op te leggen. Voor het hof voert de directeur aan dat de inspecteur heeft gehandeld met strijd met het Europese Verdrag voor Rechten van de Mens (EVRM) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) door gebruik te maken van de gegevens van het CJIB. Het hof geeft aan dat zij niet ingaat op de stelling dat de inspecteur in strijd is met het EVRM en de Wbp heeft gehandeld door gebruik te maken van de gegevens van het CJIB. Volgens het hof blijkt uit de feiten en omstandigheden dat ook zonder de twee signaleringen van het CJIB de rittenadministratie niet aan de eisen voldoet. Zo heeft de directeur onder andere in de kilometeradministratie over 2008 alleen de namen en de plaatsnamen vermeld van bedrijven die zijn bezocht, niet de adressen en zijn per rit de begin- en eindstand van de kilometerteller niet altijd genoteerd (de directeur noteert per dag uitsluitend de eindstand van de kilometerteller). Ook zijn de gegevens van de digitale agenda (waarop de rittenadministratie is gebaseerd) niet bewaard. De rittenadministratie is dus niet controleerbaar. Verder zijn bezoeken aan de garage niet genoteerd. De directeur gaf ook aan dat de auto na beëindiging van de werkzaamheden dagelijks werd gestald bij het bedrijf, maar het hof acht het net als de inspecteur aannemelijk dat de directer toch toegang tot de auto had. Hof Arnhem-Leeuwarden 07-10-2014

  • Grondwaardeplan kan definitief de prullenbak in


    De door een bank ontwikkelde erfpachtcontstructie, het Grondwaardeplan, vindt geen genade in de ogen van de Hoge Raad. Aftrek van periodieke betalingen op grond van een recht van erfpacht kan niet worden toegepast in een geval waarin de verplichting tot betaling van de canon in economische zin geen betrekking heeft op het houden en gebruiken van de eigen woning.

    Het Grondwaardeplan werkte - heel kort gezegd - als volgt. Een (potentiële) klant van de bank bezit een woning, waarop - zoals een aantal jaren geleden gebruikelijk was - een overwaarde zit. Een dochterbedrijf van de bank (Grondwaardeplan bv) biedt aan de grond inclusief de woning te kopen. Als dat gebeurt, verleent Grondwaardeplan bv vervolgens een recht van erfpacht en opstal aan de klant, zodat die effectief eigenaar van de woning blijft. Grondwaardeplan bv leent het bedrag voor de aankoop van de woning van de bank. De klant betaalt vervolgens tien jaar lang een relatief hoge erfpachtcanon en daarna een veel lagere. De jaarlijkse canons in de eerste tien jaar zijn hoger dan de koopprijs van de woning. Wat kort door de bocht zou men kunnen zeggen dat de woning dus in die tien jaar min of meer is 'teruggekocht'. Door dit Grondwaardeplan krijgt de klant de mogelijkheid om de overwaarde op zijn woning te verzilveren zonder te moeten verhuizen. Normaal gesproken worden periodieke betalingen op grond van erfpacht aangemerkt als aftrekbare kosten voor de eigenwoning en zijn aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting. In dit geval accepteerden achtereenvolgens de inspecteur, de rechtbank en het hof deze aftrek niet. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat de erfpachtcanons niet aftrekbaar zijn als kosten in verband met de eigen woning. Volgens het Burgerlijk Wetboek (BW) is erfpacht een zakelijk recht dat de erfpachter de bevoegdheid geeft de onroerende zaak van een ander te houden en te gebruiken. Op grond het BW kan in de akte van vestiging aan de erfpachter de verplichting worden opgelegd om aan de eigenaar op al dan niet regelmatig terugkerende tijdstippen een geldsom - de canon - te betalen. De strekking van het artikel dat aftrek van periodieke betalingen voor erfpacht mogelijk maakt, is om degene die door middel van een akte van erfpacht een eigen woning verwerft, en die ter zake van deze woning een periodieke canon moet betalen, materieel in eenzelfde fiscale positie te brengen als degene die eigenaar is van de ondergrond van zijn woning en de hypothecaire rentelasten ter zake daarvan mag aftrekken. De regeling over aftrekbaarheid van periodieke betalingen op grond van een recht van erfpacht kan naar haar strekking niet worden toegepast in een geval waarin periodieke betalingen weliswaar zijn opgenomen in een akte van vestiging van een recht van erfpacht als bedoeld in het BW, maar waarin de verplichting tot betaling van de canon in economische zin geen betrekking heeft op het houden en gebruiken van de eigen woning. In een zo'n geval is de canon niet aan te merken als een periodieke betaling op grond van een recht van erfpacht met betrekking tot de eigen woning. Bron: HR 10-10-2014

  • Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden stapje verder


    De Tweede Kamer heeft op 14 oktober 2014 ingestemd met het wetsvoorstel Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden (32 855). Dit wetsvoorstel moet het combineren van werk en zorg gemakkelijker maken. Het wetsvoorstel regelt onder meer dat het voor werknemers eenvoudiger wordt om de arbeidsduur aan te passen.

    Het wetsvoorstel is al in 2011 ingediend. Dit jaar is nog in een tweede nota van wijziging het wetsvoorstel nog gewijzigd met een partnerverlof, in aansluiting op het reeds bestaande wettelijke recht op kraamverlof, vervangend verlof voor de vader als de moeder overlijdt bij de bevalling, een uitbreiding van de personenkring voor het kort- en langdurend zorgverlof en een verbreding van de werkingssfeer van het langdurend zorgverlof met de zorg voor zieken en hulpbehoevenden. Bij de behandeling in de Tweede Kamer zijn nog twee amendementen aangenomen. Een amendement van de Kamerleden Van Weyenburg en Dijkstra bepaalt dat de resterende dagen van het bevallingsverlof, na de 42e dag na de bevalling, flexibel kan worden ingezet. En een amendement van het Kamerlid Heerma zorgt voor een uitbreiding van het bevallingsverlof met vier weken in geval van een meerling. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. Blijkens het op Prinsjesdag door minister Opstelten van Veiligheid & Justitie naar de Eerste Kamer gestuurde overzicht met te behandelen wetsvoorstellen, is het streven van de regering dat het wetsvoorstel nog voor het Kerstreces door de senaat wordt geloodst. De streefdatum voor inwerkingtreding van de wet is 1 januari 2015. Bron: Min SZW 15-10-2014/Tweede Kamer 14-10-2014

  • Sociaal vangnet voor alle werkenden?


    Werkgeversvereniging AWVN bepleit een nieuw sociaal stelsel, waar alle werkenden een beroep kunnen doen, ongeacht de vorm van hun werkcontract. Een sociaal zekerheidsstelsel dat dus niet alleen geld voor werkenden in loondienst, maar ook voor flexkrachten en zzp'ers.

    AWVN-voorzitter Van de Kraats deed het voorstel op het op 13 oktober gehouden jaarcongres van de werkgeversvereniging. Volgens Van de Kraats past het huidige stelsel niet meer bij deze tijd. 'Het stelsel blokkeert de economische groei en de banengroei. Ook remt het de kwalitatieve ontwikkeling van de Nederlandse beroepsbevolking. Hierdoor dreigt een tweedeling tussen een krimpende groep werkenden met een vaste baan en veel zekerheden enerzijds en anderzijds een snel groeiende groep flexwerkers en zelfstandigen zonder aanspraak op sociale voorzieningen.' De ideeën zijn neergelegd in het manifest 'Nieuw sociaal beleid voor Nederland, een verantwoorde weg naar groei'. Dat manifest is een uitvloeisel van klankbordbijeenkomsten van een door AWVN uitgenodigd gezelschap van werkgevers, vakbondsleiders en wetenschappers. Volgens AWVN leidt onzekerheid over de eigen werksituatie en financiële risico's bij veel flexwerkers en zelfstandigen tot minder consumptieve bestedingen en minder investeringen in (bij)scholing. Bij mensen met een vaste baan werkt het huidige stelsel juist behoudzucht in de hand. AWVN bepleit een verplichte basisregeling met een gelijke bescherming voor werkenden, op basis van risicosolidariteit. In die regeling zijn opgenomen werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid, pensioen en opleiding. Het pleidooi voor vernieuwing van de socialezekerheidsregelingen is slechts één element in een breder pakket van voorstellen. Andere elementen zijn het terughalen van uitvoerend werk naar Nederland en het verbeteren van de kwaliteit van de beroepsbevolking. Piet Fortuin, vice-voorzitter van CNV Vakmensen heeft het AWVN-voorstel positief ontvangen. Er zitten volgens hem wel haken en ogen aan, want wat betekent het voor werknemers met een vast contract, moeten zij inleveren, maar het is een voorstel dat wat hem betreft niet in een la moet verdwijnen. ZZP-Nederland ziet weinig in de voorstellen van de AWVN. Volgens de zzp'ers is bijvoorbeeld een werkloosheidsregeling voor zzp'ers een onmogelijke opgave: je kunt niet vaststellen of een zzp'ers werkloos is, je kunt hooguit vaststellen of een zzp'er zonder inkomen zit. Aan een regeling voor een uitkering bij ziekte en arbeidsongeschiktheid werken de zzp'ers wel graag mee, maar voor een verplichte pensioen regeling voelt men weinig. De zzp-pensioenregeling die volgend jaar van start gaat past volgens de zzp-organisatie wel bij zelfstandigen: een flexibele inleg, een flexibele uitkeringsduur, laag kostenniveau en deelname op vrijwillige basis. Bron: AWVN 13-10-2014; CNV Vakmensen, 13-10-2014; ZZP-Nederland 13-10-2014

  • Vermoedelijk onverklaarbaar vermogen


    Belastingplichtigen die voor het einde van het jaar grote bedragen opnemen van hun rekening en dit in het begin van het daaropvolgende jaar weer terugstorten, hebben een brief van de Belastingdienst gekregen. Deze mensen worden wel aangeduid als 'saldinisten'. De FIOD is inmiddels een strafrechtelijk onderzoek gestart naar elf saldinisten.

    Volgens de Belastingdienst zijn er jaarlijks honderden mensen die voor het einde van het jaar grote bedragen van hun rekening opnemen om minder inkomstenbelasting te moeten betalen. In de aangifte inkomstenbelasting moet immers het banksaldo op 1 januari worden vermeld. Banken zijn verplicht dergelijke ongebruikelijke transacties te melden. De Belastingdienst heeft daarom honderden saldinisten een brief gestuurd om hen erop te wijzen dat ook contant geld boven een bepaald bedrag in de aangifte moet worden opgegeven. Enkele bijzondere gevallen zal de Belastingdienst nader onderzoeken. Er zijn situaties bekend waarin een belastingplichtige zijn vermogen tijdelijk heeft overgeboekt naar een vereniging waar hij als vrijwilliger of bestuurder aan is verbonden. De FIOD is inmiddels zes strafrechtelijke onderzoeken gestart naar in totaal elf saldinisten. Deze personen worden verdacht van witwassen en belastingfraude. Het gaat om personen bij wie het vermogen dat van de rekening wordt gehaald niet verklaarbaar is uit de reguliere inkomsten. Hierdoor is het vermoeden ontstaan dat het geld uit een misdrijf afkomstig is. Het is daarmee vermoedelijk onverklaarbaar vermogen. De betrokken personen haalden meerdere jaren achter elkaar rond de jaarwisseling tussen de € 100.000 en € 800.000 van de rekening. Bron: MvF 07-10-2014

  • Voorwaardelijke vrijstelling overdrachtsbelasting


    Als een voorwaardelijke vrijstelling overdrachtsbelasting is verleend in verband met een interne reorganisatie en men voldoet niet langer aan de voorwaarden van die vrijstelling, dan kan de inspecteur een naheffingsaanslag opleggen. De termijn voor het opleggen van die aanslag begint te lopen op het moment dat niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan.

    Een bv heeft op 31 december 2004 de juridische eigendom verkregen van een onroerende zaak. De onroerende zaak was eigendom van een bv die deel uitmaakte van hetzelfde concern. Vanwege de vrijstelling bij fusie, splitsing en interne reorganisatie hoeft de bv geen overdrachtsbelasting te betalen. Op 1 maart 2007 worden alle aandelen van de bv aan een derde geleverd. Deze derde behoort niet tot het concern. Een voorwaarde voor de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij interne organisatie is echter dat de bv de eerste drie jaar na de verkrijging deel moet blijven uitmaken van het concern. Nu de aandelen zijn overgedragen aan een derde heeft de inspecteur in december 2010 een naheffingsaanslag opgelegd waarbij de verschuldigde overdrachtsbelasting alsnog wordt nageheven. De bv stapt naar de rechter omdat de inspecteur volgens haar de naheffingsaanslag niet had mogen opleggen vanwege het verstrijken van de termijn voor het opleggen van de naheffingsaanslag. Sinds de verkrijging op 31 december 2004 zijn immers vijf jaren verstreken. De Hoge Raad geeft echter aan dat als een belastingplichtige vanwege een belastbaar feit een geslaagd beroep doet op een in de wet voorziene vrijstelling, dat ten tijde van dat belastbare feit geen belastingschuld ontstaat. Als de vrijstelling ¬- zoals hier - een voorwaardelijk karakter heeft, en er vanaf enig moment niet langer wordt voldaan aan de voor toepassing van die vrijstelling geldende voorwaarde(n), ontstaat de belastingschuld pas op dat latere moment. Kortom, de belastingschuld ontstond pas op 1 maart 2007. Het moment dat de aandelen werden overgedragen. De naheffingsaanslag is daarom tijdig opgelegd. Bron: HR 10-10-2014

  • Belemmeringen voor zzp'er thuiszorg worden weggenomen


    Het kabinet schrijft in een brief aan de Tweede Kamer, dat het de mogelijkheden voor zzp'ers om in de zorg aan de slag te gaan, goed wil regelen. Het kabinet wil de belemmeringen voor zzp'ers in de zorg weghalen en zorgen voor meer duidelijkheid zodat zzp'ers weten waaraan ze moeten voldoen.

    Eerder bleek dat een aantal zzp'ers in de thuiszorg niet voldoet aan de criteria voor fiscaal ondernemerschap, waardoor ze niet meer als zzp'er konden werken in de zorg. In de brief noemen de bewindslieden van SZW, VWS en Financiën drie oplossingsrichtingen: directe contractering van zzp'ers; juridische belemmering in de Kwaliteitswet wegnemen; modelovereenkomsten ontwikkelen voor zorg door zzp'ers. Het kabinet gaat met Zorgverzekeraars Nederland concrete afspraken maken om vanaf 2016 directe contractering van zzp'ers in de thuiszorg meer mogelijk te maken. Op dit moment kan dat alleen in een landelijke pilot. Deze pilot laat de meerwaarde hiervan zien voor de kwaliteit van zorgverlening. Praktische belemmeringen worden weggenomen, zodat zorgverzekeraars en zorgkantoren geen beletsel meer zien om zzp'ers te contracteren. De Kwaliteitswet zorginstellingen heeft alleen betrekking op zorginstellingen. De opvolger van de Kwaliteitswet, de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) biedt een oplossing doordat deze ook van toepassing is op solistisch werkende zorgverleners (lees zzp'ers). De Wkkgz treedt in werking per 1 juli 2015. Het kabinet maakt het mogelijk om daar nu al op te anticiperen. Dat wil zeggen dat vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wkkgz daarmee in overeenstemming te brengen contracten tussen zzp'ers en zorginstellingen worden gerespecteerd. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Financiën zullen samen met veldpartijen verschillende modelovereenkomsten maken die ondersteuning bieden voor zzp'ers om zich daadwerkelijk als een zzp'er te kwalificeren. Met deze oplossingsrichtingen wordt duidelijk waar een zzp'er aan moet voldoen. Als een zzp'er in de zorg in aanmerking wil komen voor de fiscale ondernemersfaciliteiten, moeten hij voldoen aan de daarvoor geldende fiscale criteria. Bron: Min VWS 10-10-2014; Min VWS 10-10-2014, nr. 676655-127319-MEVA

  • Erfgenamen hebben recht op toegekende ontbindingsvergoeding


    De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de erfgenamen van een werknemer, die overlijdt voor het overeengekomen tijdstip van ontbinding van de arbeidsovereenkomst, recht hebben op de toegekende ontbindingsvergoeding. Voor de Hoge Raad was van belang dat in de beëindigingsovereenkomst, noch in de ontbindingsbeschikking was opgenomen dat de arbeidsovereenkomst op de overeengekomen datum nog moest bestaan.

    De zaak betrof een werknemer die sinds 1983 in dienst was bij een stichting. In 2009 was met de werknemer overeenstemming bereikt over beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 april 2010, waarbij hij een vergoeding zou krijgen van ruim € 65.000. De kantonrechter heeft bij beschikking van 31 augustus 2009 de arbeidsovereenkomst per 1 april 2010 ontbonden en aan de werknemer de overeengekomen vergoeding toegekend. Voor de ontbindingsdatum, op 30 december 2009, komt de werknemer echter te overlijden. In eerste instantie had de Kantonrechter te Almelo geoordeeld dat de werkgever gehouden is de toegekende vergoeding aan de erfgenamen uit te betalen. Hof Arnhem-Leeuwarden had echter in hoger beroep de vordering van de erfgenamen afgewezen. Volgens het hof was de door de kantonrechter toegewezen ontbindingsvergoeding onlosmakelijk verbonden met de ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 april 2010. Dit volgde volgens het hof ook al uit het dictum van de ontbindingsbeschikking, namelijk 'ten titel van suppletie op een eventuele uitkering krachtens de sociale verzekeringswetten...'. De ontbindingsvergoeding zou en diende betaald te worden op het moment van eindigen van de arbeidsovereenkomst, 'derhalve per 1 april 2010'. Door het overlijden van de werknemer op 30 december 2009 is echter de arbeidsovereenkomst eerder van rechtswege geëindigd op de voet van artikel 7:674 lid 1 BW. Hierdoor kan er volgens het hof logischerwijze ook geen sprake meer zijn van ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 april 2010 en kunnen de erfgenamen ook geen aanspraak maken op de ontbindingsvergoeding. De Hoge Raad volgt het hof niet in zijn uitspraak. Volgens de Hoge Raad komt aan een ontbindingsbeschikking als bedoeld in art. 7:685 BW niet slechts rechtskracht toe indien de arbeidsovereenkomst op het in de beschikking bepaalde tijdstip van ontbinding nog steeds bestaat, want dan zou aan een onherroepelijke rechterlijke uitspraak zonder aanwending van enig rechtsmiddel rechtskracht kunnen worden ontzegd door in een volgend geding te doen vaststellen dat deze uitspraak geen rechtskracht heeft verkregen of dat de rechtskracht daaraan is ontvallen omdat de grondslag waarop de uitspraak berustte, is weggevallen. Dat is onverenigbaar met het gesloten stelsel van de in de wet geregelde rechtsmiddelen. Indien het hof heeft geoordeeld dat een ontbindingsvergoeding slechts verschuldigd is indien de arbeidsovereenkomst op het in de ontbindingsbeschikking bepaalde tijdstip van ontbinding nog bestaat, heeft het blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Volgens de Hoge Raad heeft het hof miskend dat de eis van rechtszekerheid meebrengt dat een dergelijke uitleg alleen gerechtvaardigd is indien in de ontbindingsbeschikking is bepaald dat de daarin toegekende vergoeding slechts verschuldigd zal zijn indien de arbeidsovereenkomst op de datum met ingang waarvan wordt ontbonden nog bestaat, dan wel indien die beschikking in die zin moet worden begrepen omdat in de daaraan ten grondslag liggende beëindigingsovereenkomst een voorwaarde van die strekking is opgenomen. De Hoge Raad oordeelt, dat nu noch in de ontbindingsbeschikking, noch in de beëindigingsovereenkomst is bepaald dat de vergoeding slechts verschuldigd zal zijn indien de arbeidsovereenkomst op 1 april 2010 nog bestaat, de vergoeding verschuldigd is, ook al is de arbeidsovereenkomst door het overlijden van erflater eerder dan op die datum geëindigd. Bron: HR 3-10-2014

  • Stichtingsbestuurder aansprakelijk gesteld


    Een voormalig bestuurder van een stichting, die weer het bestuur vormde van een bv, kan aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschulden van de bv.

    Een voormalig bestuurder van een stichting wordt aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslagen loonheffing en omzetbelasting van een bv. Uit het handelsregister bij de Kamer van Koophandel blijkt dat de voormalig bestuurder van 17 april 2009 tot en met 29 augustus 2012 bestuurder was van de stichting. De stichting is weer enig aandeelhouder en enig bestuurder van de bv. De ontvanger heeft in februari 2013 de bestuurder aansprakelijk gesteld voor door de bv niet betaalde naheffingsaanslagen loonheffing (tijdvakken mei 2011 tot en met september 2012) en omzetbelasting (tijdvakken juli 2011 tot en met augustus 2012). Volgens het hof kan op grond van de Invorderingswet iedere bestuurder van een lichaam hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de loonbelasting en omzetbelasting die het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam verschuldigd is. Dit kan men voorkomen door een melding betalingsonmacht te doen en als het niet betalen van de belastingschuld niet aan de bestuurder te wijten is. De voormalig bestuurder werpt tegen dat de stichting bestuurder van de bv was en niet hij. Dit baat hem echter niet. Aangezien onomstotelijk vaststaat dat de voormalig bestuurder tussen 17 april 2009 tot en met 29 augustus 2012 bestuurder was van de stichting, is hij op basis van de wet voor die periode ook aan te merken als bestuurder van de bv. Daar voor de betreffende periodes geen melding van betalingsonmacht is gedaan, wordt vermoed dat de betaling van de belastingschuld aan de voormalig bestuurder te wijten is. Dat is slechts anders als hij aannemelijk kan maken dat de betalingsonmacht niet aan hem te wijten is. Het feit dat de bestuurder heeft aangegeven dat hij door drukke werkzaamheden niet in staat was de betalingsonmacht te melden, is niet voldoende. Er moet dan ook worden uitgegaan van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Hof Den Haag 1-04-2014 (publicatiedatum uitspraak 2-10-2014)

  • Aanmelding Mini One Stop Shop-regeling gestart


    Men kan zich vanaf vandaag bij de Belastingdienst registreren voor de Mini One Stop Shop-regeling. Door zich voor deze regeling te registreren, kan men voorkomen dat men zich in elke EU-lidstaat waar men digitale diensten levert moet registreren. Door registratie kan vanaf 1 januari 2015 via 1 EU-lidstaat btw-melding worden gedaan en EU-btw worden betaald.

    Ondernemers die elektronische diensten leveren aan particulieren/niet-ondernemers in andere lidstaten zijn vanaf 1 januari 2015 btw verschuldigd in de lidstaat waar de particulier/niet-ondernemer woont. Deze nieuwe regels gelden voor elektronische diensten en voor telecom-, radio- en televisie diensten. Men kan zich bij de Belastingdienst voor de EU-regeling registreren als men een hoofdvesting in Nederland heeft of als de hoofdvesting buiten de EU is gevestigd, maar men een vaste inrichting in Nederland heeft. Als men aan de voorwaarden voldoet en men zich voor 31 december registreert, kan men vanaf 1 januari 2015 meedoen met de regeling. Men moet voor registratie het formulier Verzoek Registratie in Nederland voor betalen btw in EU-landen (EU-regeling) invullen en opsturen. Als de vereiste gegevens zijn ontvangen en zijn goedgekeurd, worden deze opgeslagen en verstuurd naar de overige lidstaten. Men dient elk kwartaal btw-melding te doen via het beveiligde gedeelte van de internetsite van de Belastingdienst. Ook als men geen diensten heeft geleverd. Belastingdienst 1-10-2014

 

over ons

wij
begrijpen cijfers,
al ruim 25 jaar

Administratiekantoor Van Helden wil mensen helpen, door hen financieel inzicht en overzicht te bieden. Dat doen we door praktische overzichten te maken en door het administratieve proces zo efficiënt mogelijk in te richten. Maar ook door onze klanten persoonlijk te benaderen.
Onze producten en diensten sluiten daarop aan. Ons fonds steunt goede doelen en projecten die Utrecht een warm hart toedragen, zowel op sociaal als maatschappelijk gebied.

Onze visie
Van Helden bestaat al meer dan 25 jaar; een begrip in Utrecht en omgeving. Oprichter meneer Van Helden nam de tijd voor zijn klanten, zodat ze op maat advies kregen en inzicht en overzicht in hun eigen financiën. Dat is nog steeds de basis van ons bedrijf.

Wij zijn ‘de nieuwe helden’ van uw financiën. Wij hebben de overtuiging dat administratieve processen steeds makkelijker kunnen. Dat u gedeelten ook prima digitaal kunt aanleveren en daardoor ook steeds meer zelf inzicht krijgt in het proces en overzicht van uw financiën. Dat helpt u en uw bedrijf om betere strategische beslissingen te nemen.

We luisteren naar u, we denken met u mee en we zijn via diverse kanalen bereikbaar.

  • Menno den Oude


    Directeur Van Helden BV
    Voorzitter Van Helden fonds

    STUUR E-MAIL >

    “ Het administratieproces is maar een proces. Dat moet zo makkelijk en efficiënt mogelijk. Cijfers in een overzicht gaan pas echt leven. Dan zie je ondernemers opbloeien als ik het gesprek met ze aanga. Daar doe ik het voor.”
  • Jan Willem Brouwer


    Belastingadviseur
    gespecialiseerd in het kleinbedrijf
    (van ZZP-ers tot en met BV’s met holdingstructuren)

    STUUR E-MAIL >

    “Als ervaren adviseur help ik met veel plezier ondernemers en oud-ondernemers met hun jaarcijfers en belastingzaken. Diverse bedrijven heb ik in de loop der tijd zien opbloeien. Ik streef ernaar de klant hierbij bedrijfsmatig en fiscaal te begeleiden zonder de indruk te wekken op de ondernemersstoel plaats te nemen. Uiteindelijk blijft het een advies.”
  • Luc Limburg


    Administratieconsulent
    voornamelijk werkzaam bij cliënten op locatie om aldaar boekhoudingen te verzorgen

    STUUR E-MAIL >

    “Graag werk ik op locatie bij klanten omdat ik het liefst dicht bij de klant sta om zo goed mogelijk invulling te geven aan de opdracht. Ik werk vooral voor fondsenwervende instellingen en vermogensfondsen.”
  • Ilona Pieneman


    Secretarieel en administratief medewerker

    “Ik ben ooit als stagiaire begonnen en het beviel me hier zo, dat ik nooit meer ben weggegaan. Ik ga graag mee met de huidige ict-vernieuwingen. Zo heb ik een online dossier voor diverse relaties ingericht, zodat ze altijd hun laatste loonstrookjes en loonaangiften kunnen downloaden.”
 

diensten

wat wij voor u kunnen betekenen

We gaan ervoor om uw boekhouding, loonadministratie, jaarcijfers, fiscale aangiften deskundig en zo efficiënt mogelijk voor u te verzorgen tegen een aantrekkelijke prijs. Ondernemen is al duur genoeg.
Doet u een deel van uw boekhouding zelf? Dan helpen we u graag met onderdelen, zoals de jaarrekening en coachen we u als u tegen problemen aanloopt of vragen hebt.

boekhouding

jaarcijfers

salaris- administratie

aangiften

fiscaal advies

boekhouding;


We werken met Exact Online. U dient uw nota’s makkelijk digitaal in en ze worden automatisch verwerkt in een handig overzicht: de balans en de winst- en verliesrekening. Op elk moment heeft u online inzage in uw boekhouding. Heeft u daarover vragen? Dan nemen wij graag de cijfers met u door.

jaarcijfers;


Als u door ons de complete boekhouding laat verzorgen, dan stellen wij ook de jaarstukken op. Deze jaarstukken zijn weer de basis voor de belastingaangifte die we voor u doen en we leveren de stukken ook aan bij de Kamer van Koophandel. Hierbij zetten wij de automatisering optimaal in om zo efficiënt mogelijk te werken.

Doet u de administratie zelf? Dan vatten wij uw boekhouding samen, we rubriceren en analyseren de cijfers en verzorgen een overzichtelijke rapportage voor u.

salarisadministratie;


We voorzien uw personeel tijdig van loonstroken, we rekenen u de gevolgen van nieuw personeel voor, zodat u de werkgeverslasten en de loonbelastingaangiften kunt inschatten.
Dit proces gaat grotendeels digitaal via uw persoonlijke, digitale omgeving.

aangiften;


Van Helden doet de aangiften voor de omzetbelasting meestal per kwartaal, de aangifte loonbelasting maandelijks en de inkomstenbelasting jaarlijks. Voor een BV doen we jaarlijks de aangifte voor de vennootschapsbelasting.
Ons uitgangspunt is, dat belasting betalen nodig is om gemeenschappelijk kosten te delen, maar dan willen we wel graag dat dat op een eerlijke manier gebeurt en verdeeld wordt.
Wij zullen de fiscale ruimte die er is, dan ook benutten en zo nodig met de belastingdienst de discussie aangaan als er onterecht wordt afgeweken van onze aangifte.

fiscaal advies;


Ondernemers kunnen bij ons ook terecht voor fiscaal advies, daarvoor is het niet nodig dat wij ook uw boekhouding of jaarstukken verzorgen. Wij zien het als onze taak om u zo goed mogelijk te adviseren als we bij uw boekhouding fiscale aspecten tegenkomen.

Mocht u fiscale vragen hebben, dan beantwoorden we die graag. Binnenkort kunt u kiezen uit verschillende abonnementsvormen wat betreft fiscaal advies en fiscale begeleiding.

 

van helden fonds

Van Helden fonds: wat wij teruggeven

 

vraag & antwoord

wat is uw vraag?

1

hoe gaat Van Helden in de praktijk te werk?

We maken met u een afspraak bij ons op kantoor of bij u. We hechten eraan dat er een klik is tussen adviseur en klant. Zijn we het eens over het werk en de kosten? Dan maken we vervolgafspraken over oa. de frequentie van rapportages en deadlines van de belastingen.

2

waar kan ik inloggen om mijn cijfers in te voeren?

Dat kan hier: Exact Online

Let op:
U bent altijd zelf verantwoordelijk voor de belastingaangifte. Ook als deze door uw boekhouder is verzorgd en daarin fouten zijn gemaakt.

3

wie is er aansprakelijk voor de aangifte?

Het is onze taak de aangifte deskundig en zorgvuldig te behandelen.
De klant blijft altijd inhoudelijk verantwoordelijk voor zijn of haar belastingaangifte.

4

wat kan ik zelf aan de administratie doen?

U kunt uw hele administratie zelf doen in een eigen boekhoudpakket en ook gebruik maken van Exact Online. Daar kunt u ook facturen aanmaken die direct in de boekhouding worden gezet. Dat bespaart u invoerkosten.

5

met welke boekhoud- pakketten werken jullie?

We werken met King en Exact Online. Daar werken we al heel lang mee. Dit is een degelijk pakket waarop de boekhouding op professionele wijze kan worden gevoerd. Het werkt snel, geeft goed overzicht en financieel inzicht.

6

werkt Van Helden ook samen met derden?

Ons kantoor werkt samen met kleine en grote accountantsbureaus waar het gaat om accountantsverklaringen of complexere fiscale vraagstukken.

7

wat kost het om jullie in te huren?

* Kleine administratie inclusief aangifte btw: vanaf € 50 pm
* Loonadministratie: vanaf € 20 pm
* Jaarrekening of jaarstukken belastingdienst: vanaf € 500 pj
* Belastingaangifte ondernemer: vanaf € 175

8

zijn er minder kosten bij meer diensten?

Bij een combinatie van onze diensten kunnen we efficiënter werken, zodat onze totaalprijs vanaf € 100 per maand kan worden aangeboden.
Dat hangt vooral af van de hoeveelheid en aard van de mutaties in de boekhouding.

9

wanneer moeten mijn aangiften zijn ingediend?

De maand na elk kwartaal moet de aangifte omzetbelasting zijn ingediend en betaald, uiterlijk voor 1 april. Aangiften vennootschapsbelasting uiterlijk voor 1 juni het jaar erop. Als belastingconsulent hebben we de mogelijkheid om gespreid de aangiftes in te dienen.

10

..of
stel
zelf een
vraag

 
 

contact

u vindt ons in utrecht

 

Van Helden B.V.
Othellodreef 45
3561 GS Utrecht

030 262 56 90
info@vanheldenbv.nl

volg ons:

contactformulier

nieuwsbrief ontvangen?

download algemene voorwaarden © van Helden b.v. 2014