nieuws

  • Versnelde verhoging AOW-leeftijd


    De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel voor de versnelling van de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd. Thans is de AOW-leeftijd 65 jaar en drie maanden. Het wetsvoorstel zorgt voor een versnelling van de verhoging vanaf volgend jaar. Tot 2018 gaat de AOW-leeftijd in jaarlijkse stappen van drie maanden omhoog, daarna tot 2022 is de jaarlijkse verhoging vier maanden. Vanaf 2022 wordt de jaarlijkse verhoging van de AOW-leeftijd afhankelijk van de resterende levensverwachting op de AOW-gerechtigde leeftijd.

    Een aangenomen amendement past de overbruggingsregeling aan, waardoor variabilisatie van reeds vóór 1 januari 2016 ingegaan pensioen tijdelijk mogelijk is, mits de mate van variatie uiterlijk bij het bereiken van de 65 5/12-jarige leeftijd is vastgesteld. Hierdoor kan men een AOW-gat tussen de 65 5/12-jarige leeftijd (de AOW-leeftijd die zonder de versnelde verhoging per 1 januari 2016 zou gelden) en de latere AOW-ingangsdatum worden opgevuld met tijdelijk hogere pensioenuitkeringen gevolgd door een lager pensioen over de resterende uitkeringsperiode. Deze mogelijkheid geldt tot 1 juli 2016. Verder heeft de Tweede Kamer in twee moties de regering opgeroepen om de overbruggingsregeling AOW te verruimen, zodat ook mensen die na 1 januari 2013 zijn gaan deelnemen aan een VUT- of prepensioenregeling er gebruik van kunnen maken, en te verlengen tot 1 januari 2023. De staatssecretaris heeft aangegeven met die verruiming en verlenging in te zullen stemmen. Bron: Tweede Kamer, 26-03-2015

  • Drie maanden is drie maanden


    Indien een ingekomen werknemer tijdens de looptijd van de 30%-regeling een andere inhoudingsplichtige krijgt, kan men ook voor de nieuwe dienstbetrekking om toepassing van de 30%-regeling verzoeken. Voorwaarde is wel dat de periode tussen de vorige en de nieuwe dienstbetrekking niet langer is dan drie maanden.

    Een uit India afkomstige werknemer is vanaf 2009 werkzaam en woonachtig in Nederland. Samen met zijn toenmalige werkgever vraagt hij een beschikking 30%-regeling aan die hem wordt toegekend voor de periode van 1 juli 2009 tot en met 31 mei 2019. Op 1 december 2012 gaat hij uit dienst bij zijn werkgever, en pas op 23 april 2013 sluit hij een arbeidsovereenkomst met een nieuwe werkgever waar hij 2 mei 2013 aan de slag gaat. Ook hier bij de nieuwe werkgever wil hij de 30%-regeling toepassen, maar dit wordt door de inspecteur geweigerd: tussen beide dienstbetrekkingen zit een periode van meer dan drie maanden. De werknemer stelt echter van 1 december 2012 tot 22 februari 2013 niet beschikbaar te zijn geweest voor de arbeidsmarkt omdat hij zich volledig heeft gewijd aan het zoeken naar een woning. Rechtbank Gelderland gaat hier niet in mee: de 30%-regeling laat geen ruimte om op andere wijze aannemelijk te maken dat men over schaarse specifieke deskundigheid beschikt. Ook is het niet mogelijk een zelfgekozen periode, waarin men niet beschikbaar was voor de arbeidsmarkt, niet mee te rekenen. Nog daargelaten dat het zoeken van woonruimte niet verhindert dat men gelijktijdig ook naar werk kan zoeken. Hof Arnhem-Leeuwarden sluit zich bij dit oordeel aan. Het hof benadrukt dat de termijn van drie maanden niet zo moet worden uitgelegd dat wanneer minder dan drie maanden naar een functie is gezocht, die termijn niet is overschreden. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 17-03-2015

  • Fiscus mag camerabeelden KLPD gebruiken


    Met een verklaring geen privégebruik kan men onder de bijtelling voor het privégebruik van de ter beschikkingsgestelde auto uitkomen. Dit moet men onderbouwen met een sluitende kilometeradministratie. Ter controle maakt de fiscus gebruik van verschillende gegevens, waaronder ANPR-gegevens van het Korps landelijke politiediensten. Dat mag, zo bevestigde onlangs Hof Den Bosch.

    De inspecteur had in deze zaak, aan de hand van ANPR-gegevens (Automatic Number Plate recognition) van het Korps landelijke politiediensten geconstateerd dat de aan de werknemer ter beschikking gestelde auto dertien maal op de A2 was gesignaleerd, op dagen waarop volgens de kilometeradministratie de auto of elders was of helemaal niet met de auto werd gereden. Een naheffingsaanslag voor de werknemer is het gevolg. Deze laat het er niet bij zitten en gaat in bezwaar en beroep. Een grief richt zich op het gebruik van de ANPR-gegevens. Dit is volgens de werknemer in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens, de richtlijnen van het College Bescherming Persoonsgegevens en artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Maar hierin krijgt hij het hof niet aan zijn zijde. Niet alleen heeft de inspecteur voldoende wettelijke grondslag om deze gegevens te gebruiken en te bewaren. Ook is het proportioneel gezien het doel: in het kader van de belastingheffing controleren van rittenadministraties. Het alternatief zou zijn dat de Belastingdienst investeert in dure technieken en mogelijk een groter beslag aan ambtenaren voor de controle. Ook gebruikt de Belastingdienst niet alle ANPR-gegevens: 60% wordt direct vernietigd en slechts 40% bewaard voor controledoeleinden. Hiermee wordt voldaan aan het op basis van objectieve criteria selecteren van de informatie voor de controle. Bron: Hof Den Bosch 27-03-2015

  • Mantelzorgers verzuimen meer


    Uit het SCP-rapport 'Concurrentie tussen mantelzorg en betaald werk' blijkt dat het percentage werkenden met mantelzorgtaken de afgelopen jaren is toegenomen. Volgens het onderzoek zijn mantelzorgers niet minder gaan werken dan andere werknemers , maar na verloop van tijd verzuimen ze wel meer.

    Het aantal werkenden dat hulpbehoevende naasten helpt, is toegenomen. In 2004 betrof dit 13% van de werkenden. Acht jaar later was dit percentage toegenomen tot 18%. De meeste werkenden verlenen geen omvangrijke zorg. In 2012 betrof het in de helft van de gevallen maximaal twee uur mantelzorg per week, bij een kwart twee tot vier uur en bij nog eens een kwart betrof het intensieve zorg van meer dan vier uur per week. Vooral vrouwen van 45 tot 65 jaar verlenen mantelzorg. In 2004 verleende 25% van de vrouwelijke werknemers mantelzorg. In 2012 bedroeg dit percentage 34%. Ook onder deeltijders met een werkweek tot 28 uur vindt men veel mantelzorgers. Bij mensen met een werkweek tot 20 uur steeg het percentage mantelzorgers tussen 2004 en 2012 van 18% naar 28%. Bij werknemers met een werkweek van 20 tot 28 uur steeg in dezelfde periode het percentage van 18% naar 26%. Volgens de onderzoekers brengen mensen die mantelzorg verrichten hun werkweek niet meer terug dan andere werkenden. 9% van de mantelzorgers is korter gaan werken en 4% stopte geheel met werken. Onder de niet-mantelzorgers is dit percentage in dezelfde periode respectievelijk 9% en 3%. Ook bij langdurige mantelzorg korten mantelzorgers hun werkweek niet vaker in dan anderen. Alleen intensieve zorg van meer dan vier uur per week is aanleiding om meer dan anderen korter te gaan werken (17% werkt minder uren, 7% stopt met werken). Maar ook hier blijven de meeste mantelzorgers evenveel uren werken. De hulp gaat dus ten koste van de vrije tijd, zo concluderen de onderzoekers. Het verlenen van mantelzorg door werkenden leidt volgens de onderzoekers tot een verhoogd risico op langdurend verzuim, vooral bij aanhoudende zorg. Die groei van het verzuim komt vermoedelijk voort uit de zorgsituatie zelf, die op zich al belastend is, in combinatie met werk en geringere vrije tijd. De ervaren gezondheid van werkenden verandert in het algemeen niet als ze met hulp beginnen, maar bij intensieve zorg intensief hebben mantelzorgers binnen twee jaar wel een slechtere gezondheid. De omvang van de werkweek maakt daarbij niet uit. Werkende mantelzorgers hebben wel een groter risico op langdurend verzuim. Vooraf was 10% van hen minstens twee weken achtereen in een jaar ziek geweest, erna 18%. Vooral onder mantelzorgers die al minstens twee jaar helpen, stijgt het percentage dat langdurend ziek was (van 11% naar 24%). Bron: SCP 24-03-2015

  • Betere communicatie bij bijzonder beheer gewenst


    Banken schieten vaak tekort in de communicatie naar hun MKB-klanten bij een bijzonder beheertraject. Dit blijkt uit een verkennend onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) naar de bijzonder beheerafdelingen van banken.

    Aanleiding voor de verkenning waren signalen van ondernemers die de AFM heeft ontvangen. Vaak zijn zij ontevreden over de overdracht naar bijzonder beheer, de maatregelen die bijzonder beheer neemt, de manier waarop ze worden benaderd en de mate waarin de bank bereid is financiering te (blijven) verstrekken. AFM constateert geen onredelijke maatregelen van de zijde van de banken. Volgens de toezichthouder gaan de banken niet te snel over tot bijzonder beheer, het opzeggen van de kredietrelatie of het aansturen op faillissement. Wel verschillen de verwachtingen van banken en klanten. Banken willen met bijzonder beheer het kredietrisico beheersen. Ondernemers ervaren echter de (voor hen kostenverhogende) maatregelen als belemmerend en onterecht. Dat banken maatregelen nemen om hun kredietrisico te beperken is volgens AFM begrijpelijk. Echter rekening houden met de herstelmogelijkheden voor de onderneming is ook van groot belang. Een extra krediet is geen verplichting, maar als dit bijdraagt aan een reële kans op herstel, is dit in beider belang. AFM adviseert een betere communicatie vooraf aan en tijdens het bijzonder beheer. Duidelijk moet zijn waarom een bank tot bijzonder beheer overgaat en wat doel en werkwijze van bijzonder beheer zijn. Voor de klant moet helder zijn welke keuzes de bank maakt en hoe de klant daar invloed op kan uitoefenen. Ook moeten banken meer inzicht bieden in hun afwegingen. Zij moeten aantonen dat zij bij het opleggen van maatregelen rekening houden met het belang van de ondernemer en eventuele kostenverhogende maatregelen duidelijk en helder uitleggen. Maar ook voor de ondernemers ligt hier een verantwoordelijkheid. De bank moet in staat zijn passend maatwerk te leveren. De ondernemer moet zich dus verdiepen in de voorwaarden van de kredietovereenkomst, en zorgen voor een goede administratie, adequate managementinformatie en eventuele problemen tijdig melden. Bron: AFM 26-03-2015

  • Dwangsom voor de inspecteur


    Doordat de inspecteur zich niet aan de wettelijke termijn van zes weken heeft gehouden voor het doen van uitspraken op bezwaar, wordt een dwangsom opgelegd. Dat de belastingplichtige geen informatie heeft verstrekt is volgens Hof Den Bosch geen reden om de bezwaren aan te houden.

    Via een tipgever ontvangt de inspecteur informatie dat een belastingplichtige banktegoeden in het buitenland aanhoudt. De man geeft over één buitenlandse bankrekening openheid van zaken, maar volgens de inspecteur beschikt de belastingplichtige ook nog over andere buitenlandse banktegoeden. Over de jaren 2001 tot en met 2009 worden navorderingsaanslagen IB opgelegd. In november 2012 heeft de inspecteur al een informatiebeschikking opgelegd, waartegen de belastingplichtige bezwaar aantekent. Ook tegen de opgelegde (navorderings)aanslagen tekent de belastingplichtige tijdig bezwaar aan. De inspecteur stapt naar de civiele rechter om de informatie los te krijgen. De civiele rechter veroordeelt de belastingplichtige tot het binnen zeven dagen verstrekken van de gewenste informatie op straffe van een dwangsom. De belastingplichtige verstrekt nadere gegevens over de eerder genoemde buitenlandse bankrekening, maar weigert meer informatie te verstrekken. Als de inspecteur de termijn voor het doen van uitspraken op bezwaar laat verstrijken, stelt de belastingplichtige de inspecteur in gebreke. Ook stelt hij beroep in bij de belastingrechter wegens het niet tijdig beslissen op de bezwaren tegen de aanslagen. De inspecteur stelt dat hij niet gehouden is aan de wettelijke termijn van zes weken, omdat hij de opgevraagde informatie nog niet heeft ontvangen. Het hof stelt de belastingplichtige echter in het gelijk. De inspecteur heeft de navorderingsaanslagen namelijk opgelegd voordat de informatiebeschikking definitief is geworden. Daarmee is de informatiebeschikking komen te vervallen en is omkering van de bewijslast niet meer mogelijk. Ook het feit dat de inspecteur de navorderingsaanslagen voortvarend moest opleggen op basis van het Passenheim-van Schootarrest van het Europese Hof, rechtvaardigt niet dat de inspecteur zich niet aan de wettelijke termijn voor het doen van uitspraak hoeft te houden. Kortom, de inspecteur heeft geen goede gronden om de uitspraken op bezwaren aan te houden en later dan de wettelijke termijn uitspraak te doen. De inspecteur heeft zijn bevoegdheid misbruikt door de wettelijke termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar op te schorten. Omdat de inspecteur nog altijd geen uitspraak op bezwaar heeft gedaan veroordeelt het hof de inspecteur tot een dwangsom van € 68.040. Daarnaast moet de inspecteur alsnog binnen twee weken uitspraak op bezwaar doen. Doet hij dit niet dat kan hij een dwangsom verschuldigd worden van maximaal € 1.620.000 (€ 54.000 per dag). Bron: Hof Den Bosch 26-02-2015

  • Zzp-schilders tegen verplichte deelname pensioen


    Zelfstandigen Bouw en ZZP Nederland hebben bezwaar aangetekend tegen de verplichte aansluiting van zzp-schilders bij het bedrijfstakpensioenfonds voor de bedrijfstak. Volgens Zelfstandigen Bouw is meer dan de helft van de schilders zzp'er en een grote meerderheid van hen zou tegen verplichte aansluiting zijn.

    Deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds BPF Schilders is verplicht voor iedereen die werkzaam is in de bedrijfstak. Alleen directeuren-grootaandeelhouders die niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekering zijn van die verplichte deelname uitgezonderd. Die verplichte deelname geldt al vanaf 1951 toen het bedrijfstakpensioenfonds werd opgericht. Zelfstandigen Bouw is een handtekeningenactie gestart tegen de verplichte aansluiting. Aanleiding voor de actie is de wijziging van de pensioenregels. Hierdoor moest het bedrijfstakpensioenfonds bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een nieuwe aanvraag indienen om ook zelfstandige schilders te verplichten zich aan te sluiten. Hiertegen kan tot eind maart bezwaar worden gemaakt. In het verleden mislukten pogingen om de verplichte aansluiting voor zzp'ers van tafel te krijgen. Zelfstandigen Bouw schat de kansen dat dit nu wel lukt groter in, omdat het aantal zzp'ers in de sector enorm is toegenomen én zij in meerderheid tegen aansluiting zijn. Het bestuur van BPF Schilders betreurt het dat Zelfstandigen Bouw en ZZP Nederland niet langer willen dat zelfstandigen verplicht deelnemen aan het pensioenfonds. Het bestuur wijst erop dat het fonds er financieel goed voor staat en dat onderzoek aantoont dat het zelfstandigen vaak niet lukt om zelf voor een goede pensioenregeling te zorgen. Mochten zelfstandige schilders niet meer zijn aangesloten bij het fonds, dan lopen de opgebouwde pensioenen van de achterblijvende deelnemers (werknemers of zelfstandigen) en pensioengerechtigden geen gevaar, zo verzekert het BPF Schilders. Bron: Zelfstandigen Bouw, 18-03-2015; BPF Schilders, 23-03-2015

  • Meerijdkilometers geen vervoer vanwege de werkgever


    Volgens Hof Den Bosch konden de meerijdkilometers van een directeur met een medewerker onbelast worden vergoed. Van belang was dat de directeur voor de meerijdkilometers kosten had gemaakt.

    De zaak betreft een directeur van een bedrijf die zich bezig houdt met schoolfotografie. De directeur reed voor zijn werkzaamheden of met eigen vervoer of hij reed met een fotograaf mee. De vergoeding hiervoor is door de inspecteur gedeeltelijk tot het loon gerekend. Volgens de inspecteur zijn de meerijdkilometers namelijk aan te merken als door de werkgever georganiseerd vervoer waarvoor geen onbelaste kilometervergoeding mogelijk is. De directeur is het hier niet mee eens en voert in het hoger beroep aan dat hij de benzine betaalde als hij niet zelf reed. Volgens het hof behoort de reiskostenvergoeding tot het loon, tenzij de vergoeding moet worden aangemerkt als een vergoeding die strekt tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Het hof vindt het aannemelijk dat de directeur ter zake van de meerijkilometers kosten heeft gemaakt. Deze kosten horen naar het oordeel van het hof tot de kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, zodat de verstrekte vergoeding, mits niet hoger dan de gestelde maxima, behoort tot de vrije vergoedingen. Niet van belang is tot welk bedrag de directeur daadwerkelijk kosten ter zake van vervoer heeft gemaakt. Onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis stelt het hof ook nog dat in het midden kan blijven of de afgelegde kilometers (voor een deel) zijn gereden in de privéauto, dan wel is meegereden, daar voor beide vervoersmogelijkheden een vrije vergoeding kan worden toegekend. Bron: Hof Den Bosch 13-03-2015

  • Wat maakt een lening (on)zakelijk?


    In een recent arrest heeft de Hoge Raad nog eens aangegeven wat een lening (van een bv aan de dga in dit geval) zakelijk of onzakelijk maakt. Niet het doel van de lening is van belang, maar of een onafhankelijke derde een zelfde debiteurenrisico zou willen lopen.

    Een bv had in haar aangifte Vpb een verlies meegenomen op geldleningen aan een andere vennootschap, een fitness- en welnesscentrum, waarin de bv een middellijk belang had. De inspecteur accepteerde de afboeking van de leningen niet. Hof Amsterdam oordeelt in haar uitspraak van 26 september 2013 dat er sprake is van een winstuitdeling. Volgens het hof was er tussen de dga van de bv en het fitness- en welnesscentrum een dusdanige band dat de geldverstrekkingen waren gedaan ter bevrediging van zijn persoonlijke behoeften en dat de dga de geldleningen als een winstuitdeling had onttrokken aan de vennootschap. De zaak wordt vervolgens voorgelegd aan de Hoge Raad en die is het met dit oordeel van het hof niet eens. Onder verwijzing naar eerdere arresten stelt de Hoge Raad dat bij de vraag of een lening onzakelijk is, niet het doel van de lening van belang is, maar of de leningen zijn verstrekt onder dusdanige voorwaarden en omstandigheden dat de bv een debiteurenrisico loopt dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Of daarvan in dit geval ook sprake is, mag Hof Den Haag uitzoeken. Bron: HR 20-03-2015

  • Ontduiking (uitzend)cao bij contracting?


    De FNV maakt zich grote zorgen over de toename van 'contracting' op de arbeidsmarkt. Volgens de vakbond besparen grote bedrijven miljoenen met deze constructie, die volgens de FNV vooral bedoeld is om de (uitzend)cao te ontduiken. De bond wil met werkgevers afspraken maken om de contractingbedrijven onder de werking van de cao te brengen.

    Naar aanleiding van de inlenersbeloning, die vanaf 30 maart voor alle uitzendkrachten zal gelden, heeft de FNV het rapport 'Balletje-balletje op de arbeidsmarkt' uitgebracht. Bij contracting wordt (een deel van) de productie uitbesteed aan een contractor. Volgens de FNV wordt hierbij vaak eerst door de uitbestedende onderneming een deel van het eigen personeel, waarop de cao van toepassing is, ontslagen. De contractor is vaak een dochteronderneming van een uitzendbureau, waarbij de constructie zo is opgezet dat ook één van de uitzend-cao's niet van toepassing is. De contractor kan veelal arbeidskrachten in dienst nemen tegen minimale arbeidsvoorwaarden zoals het minimumloon en het minimum aantal vakantiedagen. De FNV signaleert in het rapport dat werkgevers bij deze constructies soms actief optreden. Ze zouden actief werkgevers benaderen met allerlei schimmige constructies als verdienmodel. 'Nu eindelijk is afgesproken dat alle uitzendkrachten vanaf de eerste dag het loon van de inlener krijgen, zijn de uitzendbureaus allerlei constructies en bv's aan het optuigen om dit te omzeilen', aldus FNV-voorzitter Heerts. De FNV-voorman voorziet een 'nieuwe race-to-the-bottom'. 'De inventiviteit van werkgevers om de cao te ontduiken en daarmee verantwoordelijkheid af te schuiven lijkt grenzeloos', aldus Heerts. Voorbeelden van bedrijven die contracting inzetten, zijn onder meer PostNL (uitbesteding pakketdiensten), Groningen Shipyard en bedrijven in vleesverwerkende industrie, agrarische sector, logistiek, en metaal en techniek. De bond wil graag afspraken maken met werkgevers welke activiteiten onder de cao vallen zodat contractingbedrijven ook onder de werkingssfeer van de cao komen te vallen. Als dit niet lukt, wil de bond een aanpassing van de regelgeving om contracting tegen te gaan. Bron: FNV 23-03-2015

 

over ons

wij
begrijpen cijfers,
al ruim 25 jaar

Administratiekantoor Van Helden wil mensen helpen, door hen financieel inzicht en overzicht te bieden. Dat doen we door praktische overzichten te maken en door het administratieve proces zo efficiënt mogelijk in te richten. Maar ook door onze klanten persoonlijk te benaderen.
Onze producten en diensten sluiten daarop aan. Ons fonds steunt goede doelen en projecten die Utrecht een warm hart toedragen, zowel op sociaal als maatschappelijk gebied.

Onze visie
Van Helden bestaat al meer dan 25 jaar; een begrip in Utrecht en omgeving. Oprichter meneer Van Helden nam de tijd voor zijn klanten, zodat ze op maat advies kregen en inzicht en overzicht in hun eigen financiën. Dat is nog steeds de basis van ons bedrijf.

Wij zijn ‘de nieuwe helden’ van uw financiën. Wij hebben de overtuiging dat administratieve processen steeds makkelijker kunnen. Dat u gedeelten ook prima digitaal kunt aanleveren en daardoor ook steeds meer zelf inzicht krijgt in het proces en overzicht van uw financiën. Dat helpt u en uw bedrijf om betere strategische beslissingen te nemen.

We luisteren naar u, we denken met u mee en we zijn via diverse kanalen bereikbaar.

  • Menno den Oude


    Directeur Van Helden BV
    Voorzitter Van Helden fonds

    STUUR E-MAIL >

    “ Het administratieproces is maar een proces. Dat moet zo makkelijk en efficiënt mogelijk. Cijfers in een overzicht gaan pas echt leven. Dan zie je ondernemers opbloeien als ik het gesprek met ze aanga. Daar doe ik het voor.”
  • Jan Willem Brouwer


    Belastingadviseur
    gespecialiseerd in het kleinbedrijf
    (van ZZP-ers tot en met BV’s met holdingstructuren)

    STUUR E-MAIL >

    “Als ervaren adviseur help ik met veel plezier ondernemers en oud-ondernemers met hun jaarcijfers en belastingzaken. Diverse bedrijven heb ik in de loop der tijd zien opbloeien. Ik streef ernaar de klant hierbij bedrijfsmatig en fiscaal te begeleiden zonder de indruk te wekken op de ondernemersstoel plaats te nemen. Uiteindelijk blijft het een advies.”
  • Luc Limburg


    Administratieconsulent
    voornamelijk werkzaam bij cliënten op locatie om aldaar boekhoudingen te verzorgen

    STUUR E-MAIL >

    “Graag werk ik op locatie bij klanten omdat ik het liefst dicht bij de klant sta om zo goed mogelijk invulling te geven aan de opdracht. Ik werk vooral voor fondsenwervende instellingen en vermogensfondsen.”
  • Ilona Pieneman


    Secretarieel en administratief medewerker

    “Ik ben ooit als stagiaire begonnen en het beviel me hier zo, dat ik nooit meer ben weggegaan. Ik ga graag mee met de huidige ict-vernieuwingen. Zo heb ik een online dossier voor diverse relaties ingericht, zodat ze altijd hun laatste loonstrookjes en loonaangiften kunnen downloaden.”
 

diensten

wat wij voor u kunnen betekenen

We gaan ervoor om uw boekhouding, loonadministratie, jaarcijfers, fiscale aangiften deskundig en zo efficiënt mogelijk voor u te verzorgen tegen een aantrekkelijke prijs. Ondernemen is al duur genoeg.
Doet u een deel van uw boekhouding zelf? Dan helpen we u graag met onderdelen, zoals de jaarrekening en coachen we u als u tegen problemen aanloopt of vragen hebt.

boekhouding

jaarcijfers

salaris- administratie

aangiften

fiscaal advies

boekhouding;


We werken met Exact Online. U dient uw nota’s makkelijk digitaal in en ze worden automatisch verwerkt in een handig overzicht: de balans en de winst- en verliesrekening. Op elk moment heeft u online inzage in uw boekhouding. Heeft u daarover vragen? Dan nemen wij graag de cijfers met u door.

jaarcijfers;


Als u door ons de complete boekhouding laat verzorgen, dan stellen wij ook de jaarstukken op. Deze jaarstukken zijn weer de basis voor de belastingaangifte die we voor u doen en we leveren de stukken ook aan bij de Kamer van Koophandel. Hierbij zetten wij de automatisering optimaal in om zo efficiënt mogelijk te werken.

Doet u de administratie zelf? Dan vatten wij uw boekhouding samen, we rubriceren en analyseren de cijfers en verzorgen een overzichtelijke rapportage voor u.

salarisadministratie;


We voorzien uw personeel tijdig van loonstroken, we rekenen u de gevolgen van nieuw personeel voor, zodat u de werkgeverslasten en de loonbelastingaangiften kunt inschatten.
Dit proces gaat grotendeels digitaal via uw persoonlijke, digitale omgeving.

aangiften;


Van Helden doet de aangiften voor de omzetbelasting meestal per kwartaal, de aangifte loonbelasting maandelijks en de inkomstenbelasting jaarlijks. Voor een BV doen we jaarlijks de aangifte voor de vennootschapsbelasting.
Ons uitgangspunt is, dat belasting betalen nodig is om gemeenschappelijk kosten te delen, maar dan willen we wel graag dat dat op een eerlijke manier gebeurt en verdeeld wordt.
Wij zullen de fiscale ruimte die er is, dan ook benutten en zo nodig met de belastingdienst de discussie aangaan als er onterecht wordt afgeweken van onze aangifte.

fiscaal advies;


Ondernemers kunnen bij ons ook terecht voor fiscaal advies, daarvoor is het niet nodig dat wij ook uw boekhouding of jaarstukken verzorgen. Wij zien het als onze taak om u zo goed mogelijk te adviseren als we bij uw boekhouding fiscale aspecten tegenkomen.

Mocht u fiscale vragen hebben, dan beantwoorden we die graag. Binnenkort kunt u kiezen uit verschillende abonnementsvormen wat betreft fiscaal advies en fiscale begeleiding.

 

van helden fonds

Van Helden fonds: wat wij teruggeven

 

vraag & antwoord

wat is uw vraag?

1

hoe gaat Van Helden in de praktijk te werk?

We maken met u een afspraak bij ons op kantoor of bij u. We hechten eraan dat er een klik is tussen adviseur en klant. Zijn we het eens over het werk en de kosten? Dan maken we vervolgafspraken over oa. de frequentie van rapportages en deadlines van de belastingen.

2

waar kan ik inloggen om mijn cijfers in te voeren?

Dat kan hier: Exact Online

Let op:
U bent altijd zelf verantwoordelijk voor de belastingaangifte. Ook als deze door uw boekhouder is verzorgd en daarin fouten zijn gemaakt.

3

wie is er aansprakelijk voor de aangifte?

Het is onze taak de aangifte deskundig en zorgvuldig te behandelen.
De klant blijft altijd inhoudelijk verantwoordelijk voor zijn of haar belastingaangifte.

4

wat kan ik zelf aan de administratie doen?

U kunt uw hele administratie zelf doen in een eigen boekhoudpakket en ook gebruik maken van Exact Online. Daar kunt u ook facturen aanmaken die direct in de boekhouding worden gezet. Dat bespaart u invoerkosten.

5

met welke boekhoud- pakketten werken jullie?

We werken met King en Exact Online. Daar werken we al heel lang mee. Dit is een degelijk pakket waarop de boekhouding op professionele wijze kan worden gevoerd. Het werkt snel, geeft goed overzicht en financieel inzicht.

6

werkt Van Helden ook samen met derden?

Ons kantoor werkt samen met kleine en grote accountantsbureaus waar het gaat om accountantsverklaringen of complexere fiscale vraagstukken.

7

wat kost het om jullie in te huren?

* Kleine administratie inclusief aangifte btw: vanaf € 50 pm
* Loonadministratie: vanaf € 20 pm
* Jaarrekening of jaarstukken belastingdienst: vanaf € 500 pj
* Belastingaangifte ondernemer: vanaf € 175

8

zijn er minder kosten bij meer diensten?

Bij een combinatie van onze diensten kunnen we efficiënter werken, zodat onze totaalprijs vanaf € 100 per maand kan worden aangeboden.
Dat hangt vooral af van de hoeveelheid en aard van de mutaties in de boekhouding.

9

wanneer moeten mijn aangiften zijn ingediend?

De maand na elk kwartaal moet de aangifte omzetbelasting zijn ingediend en betaald, uiterlijk voor 1 april. Aangiften vennootschapsbelasting uiterlijk voor 1 juni het jaar erop. Als belastingconsulent hebben we de mogelijkheid om gespreid de aangiftes in te dienen.

10

..of
stel
zelf een
vraag

 
 

contact

u vindt ons in utrecht

 

Van Helden B.V.
Othellodreef 45
3561 GS Utrecht

030 262 56 90
info@vanheldenbv.nl

volg ons:

contactformulier

nieuwsbrief ontvangen?

download algemene voorwaarden © van Helden b.v. 2015