nieuws

  • Verzekering moet bijtellingsschade vergoeden


    Moet men door een aanrijding overstappen op een nieuwe leaseauto, maar met dezelfde CO2-uitstoot. En komt men, doordat ondertussen het tarief is veranderd, hierdoor in een hogere bijtelling, moet de verzekering die schade dan vergoeden? Nee, zegt de verzekeraar. De kantonrechter te Amsterdam was het hier niet mee eens.

    De bijtelling voor de auto van de zaak is behalve van de CO2-uitstoot, ook afhankelijk van de datum van eerste tenaamstelling. Het bijtellingspercentage geldt dan in principe voor 60 maanden vanaf de eerste dag van de maand na de eerste tenaamstelling. De CO2-grenzen en het bijbehorende bijtellingspercentage wijzigen echter in de loop van de tijd. Wie halverwege die 60-maandenperiode noodgedwongen op een andere auto moet overstappen, maar met de zelfde CO2-uitstoot, kan daardoor 'bijtellingsschade' oplopen. Dit overkwam de berijder van een Mitsubishi Outlander. De eerste tenaamstelling van de Mitsubishi was in november 2013, waardoor de berijder gedurende zijn vijfjarige leaseperiode 0% bijtelling zou hebben. In maart 2014 krijgt de man echter een aanrijding, waarbij zijn auto als verloren moet worden beschouwd. Geen nood, bij de leasemaatschappij staat een nieuwe Mitsubishi Outlander voor hem klaar, met dezelfde specificaties. Echter, doordat de eerste tenaamstelling van deze auto na 1 januari 2014 ligt, bedraagt de bijtelling nu 7%. En dat voor de resterende looptijd van het leasecontract. De man berekent de schade op ruim € 14.400 voor de resterende looptijd. Volgens de verzekeraar van de tegenpartij komt de bijtelling echter niet voor vergoeding in aanmerking: het betreft zuivere vermogensschade waarvoor de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) geen dekking biedt. Ook komt de schade voort uit een verandering in de belastingwetgeving en dat levert, volgens de verzekeraar, een te ver verwijderd causaal verband op met de aanrijding. De kantonrechter volgt de verzekeraar niet in zijn redenatie. Weliswaar betreft het zuivere vermogensschade, maar dat betekent nog niet dat de schade niet voor vergoeding in aanmerking komt. Maar uit de WAM (art. 3 lid 1 en 5) volgt dat de schade moet worden vergoed, mits er een voldoende causaal verband is tussen de schade en de aanrijding. Hierover oordeelt de kantonrechter dat bij een verkeersgeval er geen aanleiding is om al te gauw een te verwijderd causaal verband tussen gebeurtenis en schade aan te nemen. Dat in geval van total loss een nieuwe auto moest worden aangeschaft is normaal en dus voorzienbaar. En daar de overheid het gebruik van bepaalde auto's wil stimuleren en daarbij, vanwege het grote aantal leaseauto's en het succes van de regeling, haar regelingen wijzigt, is het ook voorzienbaar dat bij een total loss de fiscale bijtelling als bijkomstige schade wordt opgevoerd. Dit soort schade kan daarom als gevolg van de gebeurtenis worden toegerekend (zolang de benadeelde partij blijft leasen onder het 5-jarig contract). Bron: Rb. Amsterdam 18-09-2014

  • Minimumloon per 1 januari 2015


    Houdt u er rekening mee dat per 1 januari 2015 het minimumloon weer wordt aangepast. Op 23 oktober zijn de nieuwe bedragen per 1 januari aanstaande in de Staatscourant gepubliceerd.

    Ditmaal is de verhoging 0,44%. Het wettelijk minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband bedraagt per 1 januari 2015 per maand € 1.501,80. Per week bedraagt het wettelijk minimumloon per 1 januari 2015 € 346,55 en per dag € 69,31. Het minimumjeugdloon is van deze bedragen afgeleid volgens een staffelingspercentage variërend van 85% voor een 22-jarige tot 30% voor een 15-jarige. De minimumjeugdlonen worden dus ook per 1 januari 2015 aangepast. Een landelijk wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector is afgesproken voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao's is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week. U vindt het voor uw bedrijf geldende uurloon door het minimumloon per week te delen door de normale arbeidsduur per week voor uw bedrijf. Min SZW 14-10-2014, 2014-0000146254 (Stcrt 2014, 29850)

  • Aanscherping bijtelling in 2016 - zeer zuinige auto's blijven gestimuleerd


    De bestaande CO2-grenzen in de BPM en voor de bijtelling worden in 2016 aangescherpt, daarnaast zullen zeer zuinige auto's gestimuleerd. Dit stelt staatssecretaris Wiebes voor in de Tweede nota van wijziging op het Belastingplan 2015. De wijzigingen zijn nodig omdat met het uitstel van de Autobrief 2.0 onduidelijk is geworden wat met de autoregelingen gaat gebeuren die eind 2015 aflopen.

    Zoals de staatsecretaris in zijn brief van 16 oktober 2014 al heeft aangegeven, wordt 2016 een overgangsjaar. Wel zijn er maatregelen nodig. Eind 2015 loopt namelijk een aantal autoregelingen af. Zo eindigt de jaarlijkse aanscherping van de CO2-grenzen, terwijl de technologische ontwikkeling op dat vlak doorgaat. Hiervoor is een correctie (aanscherping) nodig. Ook stopt de fiscale stimulering van de (zeer) zuinige auto van de zaak, terwijl juist in het SER-energieakkoord is afgesproken dat in de periode tot en met 2018 ultrazuinige auto's fiscaal zullen worden gestimuleerd. Zonder aanpassingen zouden met ingang van 1 januari 2016 de 4%- en 7%-bijtellingscategorieën en de 14%-bijtellingscategorie van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 komen te vervallen. Ook zou de vrijstelling voor auto's met een CO2-uitstoot van maximaal 50 gr/km in de MRB komen te vervallen. In de nota van wijziging stelt de staatssecretaris daarom de volgende maatregelen voor: BPM - aanscherping CO2-grenzen MRB: in 2016 een half tarief voor auto's met een CO2-uitstoot van niet hoger dan 50 gr/km (thans kennen deze auto’s nog een vrijstelling die echter per 1 januari 2016 zou komen te vervallen); de bestaande correctie voor elektrische auto's in verband met het accupakket (125 kg) blijft gehandhaafd Bijtelling: voor nulemissie (elektrische) auto's blijft de bijtelling in 2016 7% (in plaats van naar 14%). Thans geldt er voor deze categorie een bijtelling van 7%; de overige bijtellingscategorieën worden aangescherpt: CO2-uitstoot tot en met 50 gr/km: 14% CO2-uitstoot van 51 tot en met 79 gr/km: 20% CO2-uitstoot van 80 gr/km of meer: 25%. Bron: MvF 23-10-2014

  • 'Bij sociaal plan blijft kantonrechtersformule uitgangspunt'


    Volgens vicevoorzitter Piet Fortuin van CNV Vakmensen moeten werkgevers niet denken dat ze vanaf 1 juli 2015 op een goedkope manier van hun werknemers af kunnen: 'werkgevers moeten zich niet rijk rekenen met de transitievergoeding. Bij een sociaal plan blijft voor ons de kantonrechtersformule nog steeds het uitgangspunt', alsdus Fortuin.

    Fortuin reageert hiermee op signalen dat werkgevers reorganisaties mogelijk gaan uitstellen tot na 1 juli 2015, omdat ze denken hiermee veel geld te kunnen besparen. Fortuin geeft aan dat bij onderhandelingen over een sociaal plan voor CNV Vakmensen de kantonrechtersformule het uitgangspunt blijft voor de hoogte van de ontslagvergoeding, ook na 1 juli 2015. Als er sprake is van een winstgevend bedrijf dat een vestiging reorganiseert of zelfs sluit 'met als enige motief om nóg meer winst te kunnen maken', dan wil de vakbond zelfs verder gaan dan de neutrale toepassing (c=1) van de kantonrechtersformule. Overigens laat de vakbondsbestuurder weten dat er zeker ook goede elementen aan de transitievergoeding zitten, bijvoorbeeld voor de begeleiding van werk-naar-werk. Maar in onderhandelingen blijft de kantonrechtersformule uitgangspunt. ' Werkgevers moeten dus vanaf 1 juli volgend jaar niet rekenen op goedkope ontslagrondes.' Bron: CNV Vakmensen, 17-10-2014

  • Hoedanigheid aandeelhouder beslissend


    De Hoge Raad heeft aangegeven dat als de hoofdelijk aansprakelijkheid van een dga voor een geldlening van zijn bv, voortvloeit uit het feit dat hij aandeelhouder is van de bv, het uit die hoofdelijke aansprakelijkheid voortvloeiende verlies niet ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden kan worden gebracht.

    Een bv heeft in december 2004 een bedrag van € 200.000 bij een bank geleend. De enig aandeelhouder is medeondertekenaar van de overeenkomst en hoofdelijk aansprakelijk. Omdat de bv haar verplichtingen niet kan nakomen, spreekt de bank de aandeelhouder aan. Na onderhandelingen spreekt men af dat de aandeelhouder € 160.000 betaalt. Dit bedrag leent de aandeelhouder bij de bank. Als zekerheid heeft de aandeelhouder aan de bank een recht van hypotheek verstrekt op zijn woonhuis. De kosten voor het afsluiten bedroegen € 4.764. In zijn aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2007 claimt hij een negatief resultaat uit overige werkzaamheden van € 164.764. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is sprake van een zakelijke regresvordering. Vaststaat dat de geldlening is aangegaan met een onafhankelijke derde. Op het moment van aangaan van de geldlening was nog geen sprake van een onzakelijke lening. Ook is er geen sprake van een situatie waarin duidelijk was dat de vennootschap het ontvangen krediet in de toekomst niet zou kunnen terugbetalen. De omstandigheid dat geen overeenkomst van borgtocht is gesloten tussen aandeelhouder en de vennootschap en de omstandigheid dat de aandeelhouder geen vergoeding heeft bedongen voor de door hem verstrekte zekerheden, maken naar het oordeel van het hof nog niet dat daardoor de geldlening een onzakelijk karakter had. De Hoge Raad is het niet met deze uitspraak eens. Uit eerdere rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat als een aanmerkelijkbelanghouder zich hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor een geldverstrekking aan de vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, en dat hoofdelijk aansprakelijk stellen slechts kan worden aangemerkt als een handelen van een aandeelhouder als zodanig, zal het eventueel uit die hoofdelijke aansprakelijkheid voortvloeiende verlies niet ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden kunnen worden gebracht. Voor de vraag of de aanvaarding van de hoofdelijke aansprakelijkheid in dit geval moet worden aangemerkt als een handelen van een aandeelhouder als zodanig, is beslissend of een (niet van de winst van de vennootschap afhankelijke) vergoeding kan worden bepaald waartegen een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest eenzelfde aansprakelijkheid te aanvaarden, onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden. Dit heeft het hof gezien de eerdere rechtspraak van de Hoge Raad miskend. Dat geen sprake is van een situatie waarin duidelijk was dat de vennootschap het ontvangen krediet in de toekomst niet zou kunnen terugbetalen, sluit niet uit dat een onafhankelijke derde niet (tegen een vergoeding) bereid zou zijn geweest eenzelfde aansprakelijkheid te aanvaarden onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden. Bij de beantwoording van deze vraag is niet van belang dat de desbetreffende lening bij een derde is gesloten. De uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden wordt vernietigd. Hof Den Bosch moet onderzoeken of de aanvaarding van de hoofdelijke aansprakelijkheid door de aandeelhouder moet worden aangemerkt als een handelen van een aandeelhouder als zodanig. Bron: HR 17-10-2014

  • Niet alle afspraken gebruikelijk loon dga opgezegd


    Uit de Nota naar aanleiding van het verslag bij het Belastingplan 2015 blijkt dat niet alle afspraken met dga's over het gebruikelijk loon per 1 januari 2015 worden opgezegd. Afspraken waarbij het gebruikelijk loon gelijk of lager is dan het standaardbedrag worden niet opgezegd. Wel komt het verplichte overgangsrecht te vervallen.

    In tegenstelling tot wat kan worden afgeleid uit de Memorie van toelichting bij het Belastingplan 2015, worden niet alle afspraken per 1 januari 2015 opgezegd. Afspraken waarbij een gebruikelijk loon gelijk aan of lager dan het standaardbedrag is afgesproken, worden niet collectief opgezegd. Alleen de overige afspraken worden opgezegd. Ook zal de wettelijk verplichte overgangsregeling vervallen. Dat zal worden geregeld in de tweede nota van wijziging op het Belastingplan 2015, die op korte termijn naar de Tweede Kamer wordt gezonden. Voor afspraken die worden opgezegd mag de inhoudingsplichtige de afspraak blijven toepassen mits het afgesproken loon wordt verhoogd tot 75/70e van het loon in 2014 en de feiten en omstandigheden gelijk blijven. Een nieuwe afspraak is pas nodig wanneer de inspecteur of de inhoudingsplichtige contact opneemt voor het maken van een nieuwe afspraak of wanneer de geldigheidsduur van de oorspronkelijke afspraak verlopen is. Als een inhoudingsplichtige de 75/70-fictie toepast gedurende de looptijd van de opgezegde afspraak, en de inspecteur geen contact heeft opgenomen en de feiten en omstandigheden gelijk blijven, zal de inspecteur het loon niet corrigeren. Bij de overgangsregeling zou dit wel hebben gekund. Deze tegemoetkoming geeft dus meer zekerheid aan de inhoudingsplichtigen. Bovendien is op deze manier geen sprake meer van een verzwaring van de bewijslast als een dga het loon bij toepassing van de 75/70-fictie uit de overgangsregeling te hoog vindt. De inhoudingsplichtige is immers niet verplicht om de 75/70-fictie van de tegemoetkoming toe te passen. Inhoudingsplichtigen zonder afspraak en inhoudingsplichtigen die geen gebruik willen maken van de 75/70-fictie moeten zelf de nieuwe gebruikelijkloonregeling toepassen. Onder de nieuwe gebruikelijkloonregeling zal het in veel gevallen voor de hand liggen dat voor bedragen boven € 44.000 een verhoging tot 75/70e plaatsvindt, omdat de doelmatigheidsmarge volledig is toegepast. Voor inhoudingsplichtigen zonder afspraak of inhoudingsplichtigen met opgezegde afspraken die ervoor kiezen de 75/70-fictie niet toe te passen, zijn de reguliere mogelijkheden voor de inspecteur met betrekking tot het corrigeren van de hoogte van het in aanmerking te nemen loon van toepassing. Het kan een signaal zijn voor de Belastingdienst als geen verhoging plaatsvindt. Bron: MvF 17-10-2014

  • Transportbedrijven in de problemen door naheffing WVA onderwijs?


    Naar aanleiding van berichtgeving in de pers hebben de Tweede Kamerleden Van Meenen, Geurts, Omtzigt en Lucas vragen gesteld over de naheffing door de Belastingdienst over de afdrachtvermindering onderwijs. Volgens berichten in het NRC zouden transportbedrijven die hun personeel bijscholingscursussen aanboden hierdoor in de problemen komen.

    Volgens brancheorganisatie TLN zouden de bedrijven geconfronteerd zijn met hoge naheffingen als gevolg van 'getouwtrek tussen het onderwijsveld en de Belastingdienst' en kans lopen failliet te gaan. De betreffende transportbedrijven konden hun personeel bij enkele MBO-instellingen goedkoop laten bijscholen. De bedrijven claimden vervolgens de afdrachtvermindering onderwijs. Bij aanvang zouden de cursussen aan de kwaliteitseisen voldoen, maar omdat volgens TLN achteraf enkele opleidingen niet meer aan de wetgeving zouden voldoen, zouden de bedrijven geconfronteerd zijn met naheffingen en boeten. En dat terwijl, aldus TLN, de betrokken bedrijven 'te goeder trouw' waren. De Kamerleden willen onder meer van de staatssecretaris weten of de Belastingdienst wel over de specifieke kennis beschikt om de opleidingsprogramma's te kunnen beoordelen. Verder wil men weten in hoeverre een werkgever verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud van het onderwijs, als de opleiding te goeder trouw is aangegaan omdat deze gebaseerd is op een kwalificatiedossier, met een crebo-nummer dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is afgegeven? Ook willen de Kamerleden weten of er meer sectoren zijn, waar bedrijven geconfronteerd worden met dit soort naheffingen. De afdrachtvermindering onderwijs is per 1 januari 2014 afgeschaft en vervangen door de minder breed toepasbare subsidieregeling praktijkleren. De Belastingdienst controleert wel intensief of de afdrachtvermindering in voorgaande jaren wel terecht is toegepast. In geval de afdrachtvermindering ten onrechte is toegepast vordert de Belastingdienst na, eventueel vermeerderd met boeten. Bron: NRC 11-10-2014; TK 17-10-2014

  • CJIB-gegevens en een rittenadministratie


    Aan Hof Arnhem-Leeuwarden werd de vraag voorgelegd of de inspecteur gebruik mag maken van gegevens van het CJIB om te beoordelen of een rittenadministratie aan de eisen voldoet. Het hof heeft deze vraag niet beantwoord, omdat de rittenadministratie ook zonder deze gegevens al zodanige gebreken vertoonde dat deze niet werd geaccepteerd.

    Aan een directeur wordt in 2008 een auto ter beschikking gesteld door zijn werkgever. De directeur heeft in 2006 verzocht om een Verklaring geen privégebruik auto en die ook gekregen. Ter controle van de verklaring geen privégebruik stuurt de inspecteur in november 2009 een vragenformulier en een rittenadministratie op. De directeur stuurt het ingevulde vragenformulier terug samen met een rittenadministratie. Aan de rittenregistratie kleven een aantal gebreken. Uiteindelijk vraagt de inspecteur de directeur opheldering te geven over twintig signaleringen van weggebruik met auto's van de directeur in de periode 2006-2009 die niet in de rittenadministratie zijn verwerkt. De inspecteur heeft gegevens over verkeersovertredingen van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) gekregen, waaruit blijkt dat de directeur in 2008 twee keer een overtreding heeft begaan tijdens ritten die niet in de rittenadministratie zijn opgenomen. De gebreken in de rittenadministratie zijn voor de inspecteur voldoende om een naheffingaanslag LB op te leggen. Voor het hof voert de directeur aan dat de inspecteur heeft gehandeld met strijd met het Europese Verdrag voor Rechten van de Mens (EVRM) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) door gebruik te maken van de gegevens van het CJIB. Het hof geeft aan dat zij niet ingaat op de stelling dat de inspecteur in strijd is met het EVRM en de Wbp heeft gehandeld door gebruik te maken van de gegevens van het CJIB. Volgens het hof blijkt uit de feiten en omstandigheden dat ook zonder de twee signaleringen van het CJIB de rittenadministratie niet aan de eisen voldoet. Zo heeft de directeur onder andere in de kilometeradministratie over 2008 alleen de namen en de plaatsnamen vermeld van bedrijven die zijn bezocht, niet de adressen en zijn per rit de begin- en eindstand van de kilometerteller niet altijd genoteerd (de directeur noteert per dag uitsluitend de eindstand van de kilometerteller). Ook zijn de gegevens van de digitale agenda (waarop de rittenadministratie is gebaseerd) niet bewaard. De rittenadministratie is dus niet controleerbaar. Verder zijn bezoeken aan de garage niet genoteerd. De directeur gaf ook aan dat de auto na beëindiging van de werkzaamheden dagelijks werd gestald bij het bedrijf, maar het hof acht het net als de inspecteur aannemelijk dat de directer toch toegang tot de auto had. Hof Arnhem-Leeuwarden 07-10-2014

  • Grondwaardeplan kan definitief de prullenbak in


    De door een bank ontwikkelde erfpachtcontstructie, het Grondwaardeplan, vindt geen genade in de ogen van de Hoge Raad. Aftrek van periodieke betalingen op grond van een recht van erfpacht kan niet worden toegepast in een geval waarin de verplichting tot betaling van de canon in economische zin geen betrekking heeft op het houden en gebruiken van de eigen woning.

    Het Grondwaardeplan werkte - heel kort gezegd - als volgt. Een (potentiële) klant van de bank bezit een woning, waarop - zoals een aantal jaren geleden gebruikelijk was - een overwaarde zit. Een dochterbedrijf van de bank (Grondwaardeplan bv) biedt aan de grond inclusief de woning te kopen. Als dat gebeurt, verleent Grondwaardeplan bv vervolgens een recht van erfpacht en opstal aan de klant, zodat die effectief eigenaar van de woning blijft. Grondwaardeplan bv leent het bedrag voor de aankoop van de woning van de bank. De klant betaalt vervolgens tien jaar lang een relatief hoge erfpachtcanon en daarna een veel lagere. De jaarlijkse canons in de eerste tien jaar zijn hoger dan de koopprijs van de woning. Wat kort door de bocht zou men kunnen zeggen dat de woning dus in die tien jaar min of meer is 'teruggekocht'. Door dit Grondwaardeplan krijgt de klant de mogelijkheid om de overwaarde op zijn woning te verzilveren zonder te moeten verhuizen. Normaal gesproken worden periodieke betalingen op grond van erfpacht aangemerkt als aftrekbare kosten voor de eigenwoning en zijn aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting. In dit geval accepteerden achtereenvolgens de inspecteur, de rechtbank en het hof deze aftrek niet. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat de erfpachtcanons niet aftrekbaar zijn als kosten in verband met de eigen woning. Volgens het Burgerlijk Wetboek (BW) is erfpacht een zakelijk recht dat de erfpachter de bevoegdheid geeft de onroerende zaak van een ander te houden en te gebruiken. Op grond het BW kan in de akte van vestiging aan de erfpachter de verplichting worden opgelegd om aan de eigenaar op al dan niet regelmatig terugkerende tijdstippen een geldsom - de canon - te betalen. De strekking van het artikel dat aftrek van periodieke betalingen voor erfpacht mogelijk maakt, is om degene die door middel van een akte van erfpacht een eigen woning verwerft, en die ter zake van deze woning een periodieke canon moet betalen, materieel in eenzelfde fiscale positie te brengen als degene die eigenaar is van de ondergrond van zijn woning en de hypothecaire rentelasten ter zake daarvan mag aftrekken. De regeling over aftrekbaarheid van periodieke betalingen op grond van een recht van erfpacht kan naar haar strekking niet worden toegepast in een geval waarin periodieke betalingen weliswaar zijn opgenomen in een akte van vestiging van een recht van erfpacht als bedoeld in het BW, maar waarin de verplichting tot betaling van de canon in economische zin geen betrekking heeft op het houden en gebruiken van de eigen woning. In een zo'n geval is de canon niet aan te merken als een periodieke betaling op grond van een recht van erfpacht met betrekking tot de eigen woning. Bron: HR 10-10-2014

  • Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden stapje verder


    De Tweede Kamer heeft op 14 oktober 2014 ingestemd met het wetsvoorstel Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden (32 855). Dit wetsvoorstel moet het combineren van werk en zorg gemakkelijker maken. Het wetsvoorstel regelt onder meer dat het voor werknemers eenvoudiger wordt om de arbeidsduur aan te passen.

    Het wetsvoorstel is al in 2011 ingediend. Dit jaar is nog in een tweede nota van wijziging het wetsvoorstel nog gewijzigd met een partnerverlof, in aansluiting op het reeds bestaande wettelijke recht op kraamverlof, vervangend verlof voor de vader als de moeder overlijdt bij de bevalling, een uitbreiding van de personenkring voor het kort- en langdurend zorgverlof en een verbreding van de werkingssfeer van het langdurend zorgverlof met de zorg voor zieken en hulpbehoevenden. Bij de behandeling in de Tweede Kamer zijn nog twee amendementen aangenomen. Een amendement van de Kamerleden Van Weyenburg en Dijkstra bepaalt dat de resterende dagen van het bevallingsverlof, na de 42e dag na de bevalling, flexibel kan worden ingezet. En een amendement van het Kamerlid Heerma zorgt voor een uitbreiding van het bevallingsverlof met vier weken in geval van een meerling. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. Blijkens het op Prinsjesdag door minister Opstelten van Veiligheid & Justitie naar de Eerste Kamer gestuurde overzicht met te behandelen wetsvoorstellen, is het streven van de regering dat het wetsvoorstel nog voor het Kerstreces door de senaat wordt geloodst. De streefdatum voor inwerkingtreding van de wet is 1 januari 2015. Bron: Min SZW 15-10-2014/Tweede Kamer 14-10-2014

 

over ons

wij
begrijpen cijfers,
al ruim 25 jaar

Administratiekantoor Van Helden wil mensen helpen, door hen financieel inzicht en overzicht te bieden. Dat doen we door praktische overzichten te maken en door het administratieve proces zo efficiënt mogelijk in te richten. Maar ook door onze klanten persoonlijk te benaderen.
Onze producten en diensten sluiten daarop aan. Ons fonds steunt goede doelen en projecten die Utrecht een warm hart toedragen, zowel op sociaal als maatschappelijk gebied.

Onze visie
Van Helden bestaat al meer dan 25 jaar; een begrip in Utrecht en omgeving. Oprichter meneer Van Helden nam de tijd voor zijn klanten, zodat ze op maat advies kregen en inzicht en overzicht in hun eigen financiën. Dat is nog steeds de basis van ons bedrijf.

Wij zijn ‘de nieuwe helden’ van uw financiën. Wij hebben de overtuiging dat administratieve processen steeds makkelijker kunnen. Dat u gedeelten ook prima digitaal kunt aanleveren en daardoor ook steeds meer zelf inzicht krijgt in het proces en overzicht van uw financiën. Dat helpt u en uw bedrijf om betere strategische beslissingen te nemen.

We luisteren naar u, we denken met u mee en we zijn via diverse kanalen bereikbaar.

  • Menno den Oude


    Directeur Van Helden BV
    Voorzitter Van Helden fonds

    STUUR E-MAIL >

    “ Het administratieproces is maar een proces. Dat moet zo makkelijk en efficiënt mogelijk. Cijfers in een overzicht gaan pas echt leven. Dan zie je ondernemers opbloeien als ik het gesprek met ze aanga. Daar doe ik het voor.”
  • Jan Willem Brouwer


    Belastingadviseur
    gespecialiseerd in het kleinbedrijf
    (van ZZP-ers tot en met BV’s met holdingstructuren)

    STUUR E-MAIL >

    “Als ervaren adviseur help ik met veel plezier ondernemers en oud-ondernemers met hun jaarcijfers en belastingzaken. Diverse bedrijven heb ik in de loop der tijd zien opbloeien. Ik streef ernaar de klant hierbij bedrijfsmatig en fiscaal te begeleiden zonder de indruk te wekken op de ondernemersstoel plaats te nemen. Uiteindelijk blijft het een advies.”
  • Luc Limburg


    Administratieconsulent
    voornamelijk werkzaam bij cliënten op locatie om aldaar boekhoudingen te verzorgen

    STUUR E-MAIL >

    “Graag werk ik op locatie bij klanten omdat ik het liefst dicht bij de klant sta om zo goed mogelijk invulling te geven aan de opdracht. Ik werk vooral voor fondsenwervende instellingen en vermogensfondsen.”
  • Ilona Pieneman


    Secretarieel en administratief medewerker

    “Ik ben ooit als stagiaire begonnen en het beviel me hier zo, dat ik nooit meer ben weggegaan. Ik ga graag mee met de huidige ict-vernieuwingen. Zo heb ik een online dossier voor diverse relaties ingericht, zodat ze altijd hun laatste loonstrookjes en loonaangiften kunnen downloaden.”
 

diensten

wat wij voor u kunnen betekenen

We gaan ervoor om uw boekhouding, loonadministratie, jaarcijfers, fiscale aangiften deskundig en zo efficiënt mogelijk voor u te verzorgen tegen een aantrekkelijke prijs. Ondernemen is al duur genoeg.
Doet u een deel van uw boekhouding zelf? Dan helpen we u graag met onderdelen, zoals de jaarrekening en coachen we u als u tegen problemen aanloopt of vragen hebt.

boekhouding

jaarcijfers

salaris- administratie

aangiften

fiscaal advies

boekhouding;


We werken met Exact Online. U dient uw nota’s makkelijk digitaal in en ze worden automatisch verwerkt in een handig overzicht: de balans en de winst- en verliesrekening. Op elk moment heeft u online inzage in uw boekhouding. Heeft u daarover vragen? Dan nemen wij graag de cijfers met u door.

jaarcijfers;


Als u door ons de complete boekhouding laat verzorgen, dan stellen wij ook de jaarstukken op. Deze jaarstukken zijn weer de basis voor de belastingaangifte die we voor u doen en we leveren de stukken ook aan bij de Kamer van Koophandel. Hierbij zetten wij de automatisering optimaal in om zo efficiënt mogelijk te werken.

Doet u de administratie zelf? Dan vatten wij uw boekhouding samen, we rubriceren en analyseren de cijfers en verzorgen een overzichtelijke rapportage voor u.

salarisadministratie;


We voorzien uw personeel tijdig van loonstroken, we rekenen u de gevolgen van nieuw personeel voor, zodat u de werkgeverslasten en de loonbelastingaangiften kunt inschatten.
Dit proces gaat grotendeels digitaal via uw persoonlijke, digitale omgeving.

aangiften;


Van Helden doet de aangiften voor de omzetbelasting meestal per kwartaal, de aangifte loonbelasting maandelijks en de inkomstenbelasting jaarlijks. Voor een BV doen we jaarlijks de aangifte voor de vennootschapsbelasting.
Ons uitgangspunt is, dat belasting betalen nodig is om gemeenschappelijk kosten te delen, maar dan willen we wel graag dat dat op een eerlijke manier gebeurt en verdeeld wordt.
Wij zullen de fiscale ruimte die er is, dan ook benutten en zo nodig met de belastingdienst de discussie aangaan als er onterecht wordt afgeweken van onze aangifte.

fiscaal advies;


Ondernemers kunnen bij ons ook terecht voor fiscaal advies, daarvoor is het niet nodig dat wij ook uw boekhouding of jaarstukken verzorgen. Wij zien het als onze taak om u zo goed mogelijk te adviseren als we bij uw boekhouding fiscale aspecten tegenkomen.

Mocht u fiscale vragen hebben, dan beantwoorden we die graag. Binnenkort kunt u kiezen uit verschillende abonnementsvormen wat betreft fiscaal advies en fiscale begeleiding.

 

van helden fonds

Van Helden fonds: wat wij teruggeven

 

vraag & antwoord

wat is uw vraag?

1

hoe gaat Van Helden in de praktijk te werk?

We maken met u een afspraak bij ons op kantoor of bij u. We hechten eraan dat er een klik is tussen adviseur en klant. Zijn we het eens over het werk en de kosten? Dan maken we vervolgafspraken over oa. de frequentie van rapportages en deadlines van de belastingen.

2

waar kan ik inloggen om mijn cijfers in te voeren?

Dat kan hier: Exact Online

Let op:
U bent altijd zelf verantwoordelijk voor de belastingaangifte. Ook als deze door uw boekhouder is verzorgd en daarin fouten zijn gemaakt.

3

wie is er aansprakelijk voor de aangifte?

Het is onze taak de aangifte deskundig en zorgvuldig te behandelen.
De klant blijft altijd inhoudelijk verantwoordelijk voor zijn of haar belastingaangifte.

4

wat kan ik zelf aan de administratie doen?

U kunt uw hele administratie zelf doen in een eigen boekhoudpakket en ook gebruik maken van Exact Online. Daar kunt u ook facturen aanmaken die direct in de boekhouding worden gezet. Dat bespaart u invoerkosten.

5

met welke boekhoud- pakketten werken jullie?

We werken met King en Exact Online. Daar werken we al heel lang mee. Dit is een degelijk pakket waarop de boekhouding op professionele wijze kan worden gevoerd. Het werkt snel, geeft goed overzicht en financieel inzicht.

6

werkt Van Helden ook samen met derden?

Ons kantoor werkt samen met kleine en grote accountantsbureaus waar het gaat om accountantsverklaringen of complexere fiscale vraagstukken.

7

wat kost het om jullie in te huren?

* Kleine administratie inclusief aangifte btw: vanaf € 50 pm
* Loonadministratie: vanaf € 20 pm
* Jaarrekening of jaarstukken belastingdienst: vanaf € 500 pj
* Belastingaangifte ondernemer: vanaf € 175

8

zijn er minder kosten bij meer diensten?

Bij een combinatie van onze diensten kunnen we efficiënter werken, zodat onze totaalprijs vanaf € 100 per maand kan worden aangeboden.
Dat hangt vooral af van de hoeveelheid en aard van de mutaties in de boekhouding.

9

wanneer moeten mijn aangiften zijn ingediend?

De maand na elk kwartaal moet de aangifte omzetbelasting zijn ingediend en betaald, uiterlijk voor 1 april. Aangiften vennootschapsbelasting uiterlijk voor 1 juni het jaar erop. Als belastingconsulent hebben we de mogelijkheid om gespreid de aangiftes in te dienen.

10

..of
stel
zelf een
vraag

 
 

contact

u vindt ons in utrecht

 

Van Helden B.V.
Othellodreef 45
3561 GS Utrecht

030 262 56 90
info@vanheldenbv.nl

volg ons:

contactformulier

nieuwsbrief ontvangen?

download algemene voorwaarden © van Helden b.v. 2014