nieuws

  • Zzp' er heeft minder vaak burn-outklachten


    Zzp'ers ervaren minder werkdruk en hebben minder vaak burn-outklachten dan werknemers. Dat blijkt uit een gezamenlijke studie van onderzoeksbureau TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek.

    Ruim 7 procent van de zelfstandigen zonder personeel voelt zich ten minste enkele keren per maand opgebrand door het werk. Onder werknemers is dat ruim twee keer zo veel. Zzp'ers draaien door de bank genomen wel meer uren: zo'n 36 per week tegen 30 uur voor werknemers. Zelfstandige ondernemers hebben echter meer mogelijkheden om zelf hun tijd in te delen. Verder blijkt dat de ondernemers over het algemeen meer bevlogen zijn in hun werkzaamheden. Bijna 75 procent stelt regelmatig helemaal op te gaan in hun werk; van de werknemers is dat ruim 60 procent. Zelfstandigen voelen zich doorgaans ook fitter en sterker tijdens het werk. En ze vinden hun baan over het algemeen wat gevarieerder dan mensen die in loondienst zijn. Tegenover dit alles staat dat zzp'ers wel vaker zeggen dat ze niet gemakkelijk kunnen voldoen aan de fysieke eisen die hun werk aan hen stelt. Deze zwaardere fysieke belasting geldt vooral voor zelfstandigen in de (land)bouw en de industrie. TNO en het CBS baseren hun conclusies op onderzoek onder een kleine 5000 zelfstandigen en bijna 38.000 werknemers. In de studie zijn ook zzp'ers meegenomen die niet geheel naar eigen keuze zelfstandige zijn geworden, bijvoorbeeld omdat ze bij hun vorige werkgever werden ontslagen en geen andere nieuwe baan konden vinden. Bron: CBS 24-05-2016

  • Concurrentie op spoor dichterbij


    Eind april hebben de Raad van Europese transportministers, de Europese Commissie en het Europees Parlement een principeakkoord bereikt over het Vierde Spoorpakket. Dit pakket bevat maatregelen om het binnenlandse reizigersvervoer per spoor eind 2019 open te stellen voor concurrentie. Goederenvervoer en internationaal reizigersvervoer waren eerder al geliberaliseerd.

    Kern van het pakket is dat ook voor binnenlands spoorvervoer aanbesteding de norm wordt. Onderhandse gunning (inbesteding) van deze openbaredienstcontracten blijft mogelijk op basis van een aantal uitzonderingen. Onderhandse gunning mag als 'de structuur en de geografische kenmerken van de markt en het net dat rechtvaardigen' en als dit 'de kwaliteit en/of de kostenefficiëntie van de diensten verbetert', aldus het standpunt van de raad uit oktober 2015. Argument van de transportministers daarvoor is dat zij op deze manier de continuïteit van treindiensten willen verzekeren. Daarbij komt het zeker voor een aantal ministers goed uit dat de positie van de nationale spoorvervoerders zo nog enigszins kan worden beschermd. Wel worden er eisen gesteld aan dergelijke inbestedingen. Het mag voor maximaal tien jaar en er moeten argumenten op tafel komen waarom het niet anders kan. Bovendien gaat de nationale toezichthouder - in Nederland de Autoriteit Consument en Markt - erop toezien dat er marktconform wordt gewerkt. Bron: SC Online, 24-12-2016

  • Aantal klokkenluiders blijft toenemen


    Vorig jaar was het derde jaar op een rij waarin het aantal klokkenluiderszaken is gegroeid, nu met 32 procent. Dit blijkt uit het jaarverslag van het Adviespunt Klokkenluiders. Het is het laatste, want het Adviespunt gaat op in het nieuwe Huis voor Klokkenluiders. Dat kan ook onderzoeken instellen.

    Het jaarverslag werd op 11 april overhandigd aan minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het was een drukbezochte bijeenkomst, waar ook klokkenluiders zelf het woord voerden. De meeste klokkenluiders die zich bij het Adviespunt aandienen werken in de zorg. Vaak ondervinden ze al negatieve gevolgen van wat ze te zeggen hebben. Een kwart zet de officiële meldprocedure uiteindelijk niet door. Het verslag noemt het positief dat zij steeds vaker in een vroeg stadium advies inwinnen, want dat verkleint de kans op een negatieve afloop. Erkenning is belangrijk voor een goede verwerking van het proces dat klokkenluiders doormaken. Het nieuwe Huis voor Klokkenluiders heeft de bevoegdheid om onderzoek in te stellen naar wat zij te melden hebben. Ook begeleidt het klokkenluiders en ziet het erop toe dat ze niet worden benadeeld. Die twee zaken zijn intern gescheiden. Bron: Inzicht in de OR, 20-05-2016

  • Gebruikelijkloonregeling: versoepeling voor innovatieve startups


    Vanaf 2017 wil het kabinet een extra investering van € 50 miljoen doen in faciliteiten voor innovatieve start- en scale-ups. Een groot deel van dit bedrag zal worden besteed aan een versoepeling van de gebruikelijkloonregeling voor dga's van innovatieve startups.

    In de begeleidende brief bij het Belastingplan 2016 was al aangekondigd dat het kabinet per 2017 structureel € 50 miljoen beschikbaar wil stellen voor fiscale maatregelen ter stimulering van startups/mkb. In een Kamerbrief van 24 mei 2016 geeft minister Kamp van Economische Zaken aan hoe het kabinet dit bedrag wil gaan invullen. Het grootste deel van dit bedrag - € 27 miljoen - gaat naar een versoepeling van de gebruikelijkloonregeling voor dga's van innovatieve startups. Ondernemingen die binnen de WBSO als starter zijn aangemerkt kunnen het fiscaal belastbare loon van hun dga stellen op het minimumloon. Een bedrijf is starter voor de WBSO als het maximaal vier jaar inhoudingsplichtig is en maximaal in twee eerdere jaren S&O-verklaringen heeft ontvangen. Dga's van innovatieve startups kunnen dus maximaal drie jaar gebruik maken van deze regeling. Voor de onderneming is het voordeel dat zo meer geld beschikbaar is om te kunnen groeien. Ook is overleg met de fiscus over een lager gebruikelijk loon van de dga niet nodig. Deze maatregel wil het kabinet in 2017 in werking laten treden. Het restant van het budget zal worden besteed aan een co-investeringsregeling voor durfkapitaal. In zo'n regeling investeert de overheid met een private investeerder mee. Een belangrijke eis hierbij is dat de maatregel complementair moet zijn aan bestaande instrumenten. Bron: Min EZ 24-05-2016

  • Geen onderneming als paprikaplukker


    Een uitzendondernemer die in de moeilijke crisisjaren ook aan de slag gaat als onder meer paprikaplukker verdiende daarmee een loon uit dienstbetrekking. Dat hij daarvoor en daarna, en deels tijdens die werkzaamheden, ook nog een onderneming dreef, deed daar niet aan af.

    Een man voert in zijn aangiften over de jaren 2010 tot en met 2012 zijn inkomsten uit werkzaamheden in de tuinbouwsector op als winst uit onderneming. Hij was vooral werkzaam geweest bij paprikakwekerijen waar hij werkzaamheden deed als het plukken, sorteren en snijden van paprika's. In de periode daarvoor was hij ook actief in de agrarische sector met een uitzendbureau (eenmanszaak) maar vanwege de economische crisis was hij nadien in de sector aan de slag gegaan als zzp'er. De inspecteur heeft in 2013 bij de man een boekenonderzoek ingesteld naar de aanvaardbaarheid van zijn aangiften inkomstenbelasting en omzetbelasting voor de jaren 2010 tot en met 2012 en naar aanleiding daarvan geconcludeerd dat er geen sprake was van ondernemerschap. Volgens de inspecteur moesten zijn inkomsten worden aangemerkt als loon uit dienstbetrekking. De man zelf stelt dat er sprake was van winst uit onderneming. Hij voert hiervoor aan dat hij voldoende zelfstandig was ten opzichte van zijn opdrachtgevers, meerdere opdrachtgevers had, streeft naar continuïteit van zijn 'onderneming', € 17.000 heeft geïnvesteerd en ondernemersrisico loopt. De rechtbank stelde in deze zaak dat het aan de paprikaplukker was om aannemelijk te maken dat sprake was van ondernemerschap. Alle door de paprikaplukker aangevoerde argumenten hiertoe zijn gemotiveerd door de inspecteur bestreden. Ook de stelling van de man dat hij destijds beschikte over een VAR-wuo en dus ondernemer was, overtuigde de rechtbank niet: een VAR-wuo werd namelijk in beginsel zonder nader onderzoek op basis van door de aanvrager verstrekte gegevens afgegeven. De rechtbank is voorts van oordeel dat de inspecteur zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van loon uit dienstbetrekking. Daarbij is allereerst in aanmerking genomen dat paprikaplukker de werkzaamheden bij de opdrachtgever persoonlijk heeft verricht en dat de opdrachtgever hem daarvoor ook heeft betaald. De rechtbank acht voorts aannemelijk dat de door hem verrichte werkzaamheden onder dezelfde condities zijn verricht als door bij de opdrachtgever in loondienst werkzame werknemers. De stelling dat bij de beoordeling ook het feit moet worden betrokken dat hij in het verleden met een uitzendbureau in de sector actief was en dus ondernemer was, vindt bij de rechtbank geen gehoor. Ook in hoger beroep bij Hof Den Haag is het oordeel niet anders. Het hof beoordeelt de werkzaamheden van de man aan de hand van de drie elementen van een dienstbetrekking (persoonlijke arbeid, gezagsverhouding, loon) en komt tot de conclusie dat er sprake was van loon uit dienstbetrekking. Dat hij daarnaast nog een uitzendbureau exploiteerde waarmee hij in eerdere en in latere jaren winst uit onderneming heeft gegenereerd, doet hier niet aan af. Bron: Hof Den Haag 13-04-2016

  • Wettelijk scholingsrecht OR vaak onvolledig benut


    Het wettelijk scholingsrecht van de OR wordt in de praktijk vaak niet volledig benut. Dit blijkt uit de SBI Formaat MonitOR 2015-2016. 31% van de OR-leden heeft in 2015 minder scholing heeft gevolgd dan in 2014. Daarentegen verwacht bijna de helft van de OR's komend jaar meer scholing te volgen dan in 2015.

    Leden van een ondernemingsraad hebben volgens de Wet op de ondernemingsraden (WOR) een zelfstandig recht op minimaal vijf scholingsdagen per jaar. Leden van door de OR formeel ingestelde commissies hebben recht op minimaal drie scholingsdagen per jaar. Wanneer u als OR-lid in één of meer commissies zit, heeft u dus recht op minimaal acht dagen voor scholing per jaar. OR-leden hebben in 2015 gemiddeld echter maar 2,6 dagen scholing gevolgd met de hele OR en/of met een OR-commissie en daarnaast nog 1,1 dag individuele scholing. Bijna de helft van de OR's vraagt vooraf toestemming aan de bestuurder om gebruik te maken van scholing. Dat op zich is opmerkelijk, omdat de OR een wettelijk recht heeft op scholing. Nog veel opmerkelijker is dat bij een derde van de OR's het wel eens voorkomt dat de bestuurder de OR weigert om gebruik te maken van de aangevraagde scholing! Ook moeten veel OR's steeds weer in gesprek met de bestuurder over scholing, omdat maar liefst 58% van de OR's geen vooraf vastgesteld scholingsbudget heeft. Bron: Managementonline.nl 19-05-2016

  • Persoonlijker, eerlijker en transparanter


    Het Nederlandse pensioenstelsel moet in de toekomst persoonlijker, eerlijker en transparanter worden. De Sociaal Economische Raad (SER) presenteerde op 20 mei 2016 het rapport 'Persoonlijke pensioenvermogens met collectieve risicodeling'. Het is de derde variant voor een moderner pensioenstelsel, waarin elke Nederlander persoonlijk pensioen gaat opbouwen, maar waarbij de risico's worden collectief gedeeld.

    Het rapport is een vervolg op het advies over de toekomst van het pensioenstelsel van vorig jaar, waarin vier varianten om ons pensioenstelsel te ontwikkelen en te versterken werden onderzocht. De raad stelde toen vast dat de variant 'persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling' een interessante, maar nog onbekende variant kan zijn voor de toekomst. In het rapport wordt die variant verkend. De onderzochte variant behoudt de sterke punten van het huidige stelsel, zoals collectiviteit en gezamenlijk delen van risico's. Maar dat gebeurt dan wel binnen een pensioencontract op basis van persoonlijk pensioenvermogen. In zo'n contract is het voor deelnemers transparant hoeveel pensioen zij hebben opgebouwd. Tevens is er meer mogelijkheid voor maatwerk, zonder dat de collectiviteit wordt losgelaten. De SER heeft onderzocht hoe risico's kunnen worden gedeeld binnen een regeling op basis van persoonlijk pensioenvermogen. Volgens ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland is het huidige pensioenstelsel nog veelal te afhankelijk van de rente, dat menig pensioenfonds dreigt uit te hollen. De werkgevers zijn over alle drie varianten (IV-A, IV-B en IV-C) positief, omdat deze een brug slaan tussen de bestaande collectieve regelingen en meer individuele regelingen. Het opbouwen van een persoonlijk pensioenvermogen is niet alleen noodzakelijk om de pensioenen 'generatieproof' te maken, maar kan ook voor meer vertrouwen in pensioenen zorgen. De pensioenopbouw wordt voor iedere deelnemer immers inzichtelijker. Maar, stellen VNO-NCW en MKB-Nederland, in alle varianten moeten de verdeelregels vooraf wel duidelijk zijn. En ook is het belangrijk dat verliezen niet kunnen worden doorgeschoven op toekomstige generaties. In een meer individueel stelsel komen deelnemers er echter niet alleen voor te staan. Ook werkgevers hechten waarde aan collectieve beleggingen, zodat risico's worden gespreid. Dat moet ervoor zorgen dat deelnemers meer in staat zijn om een beter en stabieler pensioenresultaat te behalen. VNO-NCW en MKB-Nederland benadrukken de urgentie van een gemoderniseerd pensioenstelsel. Ze bepleiten dat een modern pensioenstelsel beter aansluit op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt (mensen wisselen steeds vaker van baan), eenvoudiger, transparanter en eerlijker is en stabielere premies bevat. Ook vakbond CNV verwelkomt het SER-rapport. Volgens de vakbond kan een toekomstbestendig pensioenstelsel niet zonder collectiviteit, solidariteit en de verplichtstelling. Die elementen ziet de bond in de verkenning terug. Vakbond FNV laat in een eerste reactie weten dat een eerlijker pensioenstelsel begint met meer echte banen en toekomstgerichte aanpassingen. De SER gaat de komende maanden met alle belanghebbenden over de toekomst van het pensioenstelsel om tafel. Bron: SER 20-05-2016

  • 30%-regeling effectief?


    Volgens de Algemene Rekenkamer is het onduidelijk of de 30%-regeling de beoogde effecten sorteert. De effectiviteit van de regeling is nooit door het ministerie van Financiën onderzocht.

    De 30%-regeling voorziet in een forfaitaire vergoeding van extraterritoriale werknemers die beschikken over een schaarse specifieke deskundigheid. De vergoeding bedraagt maximaal 30% van het brutoloon. Volgens de Algemene Rekenkamer is het onduidelijk of deze regeling wel enig effect sorteert. Financiën heeft nooit onderzocht of de 30%-regeling leidt tot het aantrekken van werknemers met een schaarse, specifieke deskundigheid en of de regeling bijdraagt aan een aantrekkelijk Nederlands vestigingsklimaat. Ook is nooit onderzocht of er negatieve effecten kunnen optreden, zoals verdringing van Nederlandse werknemers. Ook is niet onderzocht of op andere manieren en tegen dezelfde kosten meer mensen met schaarse, specifieke deskundigheid hadden kunnen worden aangetrokken, dan wel of het vestigingsklimaat op andere manieren had kunnen worden verbeterd. Sinds 2012 geldt er een minimumsalarisnorm voor de regeling, maar het ministerie heeft nooit onderzocht in hoeverre werknemers met minimaal dat salaris (in 2016: € 36.889) inderdaad over een specifieke deskundigheid beschikken. Ook de hoogte van de onbelaste vergoeding - 30% van het brutoloon - is volgens de Rekenkamer niet onderbouwd. Onbekend is of dit overeenkomt met de werkelijke extra kosten voor werknemers die uit het buitenland zijn aangeworven. De Algemene Rekenkamer is ook kritisch over of de beoogde besparing met de aanpassing van de regeling in 2012 wel is behaald. Destijds zijn onder meer de salarisnorm, het 150 kilometercriterium en een langere terugkijkperiode voor de kortingsregeling ingevoerd. De bedoeling was dat dit een besparing moest opleveren van € 38 miljoen in 2014, oplopend tot € 78 miljoen structureel vanaf 2010. Echter in 2014 waren de kosten van de regeling € 100 miljoen hoger dan in 2011. Ogenschijnlijk is die besparing dus verre van gerealiseerd, al is dat niet zeker: er is namelijk nooit een raming gemaakt van de kostenontwikkeling zónder besparingsmaatregelen. Bron: Algemene Rekenkamer, 18-05-2016

  • Lichte daling werkloosheid


    De werkloosheid is de afgelopen drie maanden licht gedaald. Met gemiddeld duizend werklozen per maand minder kwam de werkloosheid in april uit op 572.000. Dat is 6,4% van de beroepsbevolking tegen 6,5% in januari. In april vorig jaar was dit nog 7,0%. UWV telde eind april 461.000 WW-uitkeringen.

    In april 2015 was nog 7,0% van de beroepsbevolking werkloos tegen 6,4% in april van dit jaar. Alleen onder 15- tot 25-jarige mannen steeg de werkloosheid in een jaar tijd van 10,8 naar 12,0%. Deze stijging betrof scholieren en studenten die veelal een baan zoeken voor een paar uur per week. Bij jonge vrouwen nam de werkloosheid in dezelfde periode af van 11,1 naar 10,4%. Van de 12,7 miljoen mensen van 15 tot 75 jaar had 65,7% - bijna 8,4 miljoen mensen (4,5 miljoen mannen, bijna 3,9 miljoen vrouwen) - in april betaald werk. De overige 4,4 miljoen mensen van 15 tot 75 jaar zijn er 572.000 werkloos en 3,8 miljoen mensen zijn niet op zoek naar of niet direct beschikbaar voor werk. In deze laatste groep zijn vrouwen met 2,2 miljoen in de meerderheid. UWV verstrekte in de eerste vier maanden van dit jaar 188.000 nieuwe WW-uitkeringen, 26.000 minder (-12%) dan in dezelfde periode van 2015. Vanuit alle sectoren nam het aantal nieuwe WW-uitkeringen af, met uitzondering van het grootwinkelbedrijf. Opvallend is de sterke daling van het aantal nieuwe uitkeringen vanuit de sector zorg en welzijn (-26%). UWV telde eind april 461.000 lopende WW-uitkeringen, bijna 10.000 minder (-2%) dan in maart. Onder jongeren tot 25 jaar nam het aantal uitkeringen af met bijna 7%. Alle sectoren met uitzondering van het grootwinkelbedrijf laten in april, vergeleken met maart, een daling zien van het aantal lopende WW-uitkeringen. Bron: CBS 19-05-2016

  • Aanpassing wettelijk minimumloon per 1 juli 2016


    Op 18 mei heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de nieuwe bedragen voor het minimumloon per 1 juli 2016 in de Staatscourant gepubliceerd. Deze verhoging vindt tweemaal per jaar plaats, per 1 januari en per 1 juli. Ditmaal bedraagt de verhoging 0,83%.

    Het wettelijk minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband bedraagt per 1 juli 2016 per maand € 1.537,20. Per week wordt het wettelijk minimumloon per 1 juli € 354,75 en per dag € 70,95. Het minimumjeugdloon is van deze bedragen afgeleid volgens een staffelingspercentage variërend van 85% voor een 22-jarige tot 30% voor een 15-jarige. De minimumjeugdlonen worden dus ook per 1 juli 2016 aangepast. In een Kamerbrief kondigde minister Asscher onlangs een aanpassing van de minimumjeugdlonen aan - onder andere verlaging van de leeftijdsgrens voor het minimumloon voor volwassenen en aanpassing van de staffel - maar deze aanpassingen zullen pas in 2017 hun beslag krijgen. Een landelijk wettelijk minimum uurloon kent de wet nog niet. In de Kamerbrief schreef de minister wel dat hij de mogelijkheden van een wettelijk minimum uurloon wil onderzoeken. Nu er nog geen wettelijk minimum uurloon is, kan het minimum uurloon per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector is afgesproken voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao's is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week. U vindt het voor uw bedrijf geldende uurloon door het minimumloon per week te delen door de normale arbeidsduur per week voor uw bedrijf. Let op: volgens het nieuwe handhavingsbeleid van de Inspectie SZW wordt bij de beoordeling of in een bedrijf het minimumloon wordt betaald niet meer uitgegaan van een werkweek van 40 uur per week, maar van de werkelijke normale wekelijkse arbeidsduur in de bedrijfstak. Bron: Stcrt 18-05-2016, nr. 24815

 

over ons

wij
begrijpen cijfers,
al ruim 25 jaar

Administratiekantoor Van Helden wil mensen helpen, door hen financieel inzicht en overzicht te bieden. Dat doen we door praktische overzichten te maken en door het administratieve proces zo efficiënt mogelijk in te richten. Maar ook door onze klanten persoonlijk te benaderen.
Onze producten en diensten sluiten daarop aan. Ons fonds steunt goede doelen en projecten die Utrecht een warm hart toedragen, zowel op sociaal als maatschappelijk gebied.

Onze visie
Van Helden bestaat al meer dan 25 jaar; een begrip in Utrecht en omgeving. Oprichter meneer Van Helden nam de tijd voor zijn klanten, zodat ze op maat advies kregen en inzicht en overzicht in hun eigen financiën. Dat is nog steeds de basis van ons bedrijf.

Wij zijn ‘de nieuwe helden’ van uw financiën. Wij hebben de overtuiging dat administratieve processen steeds makkelijker kunnen. Dat u gedeelten ook prima digitaal kunt aanleveren en daardoor ook steeds meer zelf inzicht krijgt in het proces en overzicht van uw financiën. Dat helpt u en uw bedrijf om betere strategische beslissingen te nemen.

We luisteren naar u, we denken met u mee en we zijn via diverse kanalen bereikbaar.

  • Menno den Oude


    Directeur Van Helden BV
    Voorzitter Van Helden fonds

    STUUR E-MAIL >

    “ Het administratieproces is maar een proces. Dat moet zo makkelijk en efficiënt mogelijk. Cijfers in een overzicht gaan pas echt leven. Dan zie je ondernemers opbloeien als ik het gesprek met ze aanga. Daar doe ik het voor.”
  • Jan Willem Brouwer


    Belastingadviseur
    gespecialiseerd in het kleinbedrijf
    (van ZZP-ers tot en met BV’s met holdingstructuren)

    STUUR E-MAIL >

    “Als ervaren adviseur help ik met veel plezier ondernemers en oud-ondernemers met hun jaarcijfers en belastingzaken. Diverse bedrijven heb ik in de loop der tijd zien opbloeien. Ik streef ernaar de klant hierbij bedrijfsmatig en fiscaal te begeleiden zonder de indruk te wekken op de ondernemersstoel plaats te nemen. Uiteindelijk blijft het een advies.”
  • Luc Limburg


    Administratieconsulent
    voornamelijk werkzaam bij cliënten op locatie om aldaar boekhoudingen te verzorgen

    STUUR E-MAIL >

    “Graag werk ik op locatie bij klanten omdat ik het liefst dicht bij de klant sta om zo goed mogelijk invulling te geven aan de opdracht. Ik werk vooral voor fondsenwervende instellingen en vermogensfondsen.”
  • Ilona Pieneman


    Secretarieel en administratief medewerker

    “Ik ben ooit als stagiaire begonnen en het beviel me hier zo, dat ik nooit meer ben weggegaan. Ik ga graag mee met de huidige ict-vernieuwingen. Zo heb ik een online dossier voor diverse relaties ingericht, zodat ze altijd hun laatste loonstrookjes en loonaangiften kunnen downloaden.”
 

diensten

wat wij voor u kunnen betekenen

We gaan ervoor om uw boekhouding, loonadministratie, jaarcijfers, fiscale aangiften deskundig en zo efficiënt mogelijk voor u te verzorgen tegen een aantrekkelijke prijs. Ondernemen is al duur genoeg.
Doet u een deel van uw boekhouding zelf? Dan helpen we u graag met onderdelen, zoals de jaarrekening en coachen we u als u tegen problemen aanloopt of vragen hebt.

boekhouding

jaarcijfers

salaris- administratie

aangiften

fiscaal advies

boekhouding;


We werken met Exact Online. U dient uw nota’s makkelijk digitaal in en ze worden automatisch verwerkt in een handig overzicht: de balans en de winst- en verliesrekening. Op elk moment heeft u online inzage in uw boekhouding. Heeft u daarover vragen? Dan nemen wij graag de cijfers met u door.

jaarcijfers;


Als u door ons de complete boekhouding laat verzorgen, dan stellen wij ook de jaarstukken op. Deze jaarstukken zijn weer de basis voor de belastingaangifte die we voor u doen en we leveren de stukken ook aan bij de Kamer van Koophandel. Hierbij zetten wij de automatisering optimaal in om zo efficiënt mogelijk te werken.

Doet u de administratie zelf? Dan vatten wij uw boekhouding samen, we rubriceren en analyseren de cijfers en verzorgen een overzichtelijke rapportage voor u.

salarisadministratie;


We voorzien uw personeel tijdig van loonstroken, we rekenen u de gevolgen van nieuw personeel voor, zodat u de werkgeverslasten en de loonbelastingaangiften kunt inschatten.
Dit proces gaat grotendeels digitaal via uw persoonlijke, digitale omgeving.

aangiften;


Van Helden doet de aangiften voor de omzetbelasting meestal per kwartaal, de aangifte loonbelasting maandelijks en de inkomstenbelasting jaarlijks. Voor een BV doen we jaarlijks de aangifte voor de vennootschapsbelasting.
Ons uitgangspunt is, dat belasting betalen nodig is om gemeenschappelijk kosten te delen, maar dan willen we wel graag dat dat op een eerlijke manier gebeurt en verdeeld wordt.
Wij zullen de fiscale ruimte die er is, dan ook benutten en zo nodig met de belastingdienst de discussie aangaan als er onterecht wordt afgeweken van onze aangifte.

fiscaal advies;


Ondernemers kunnen bij ons ook terecht voor fiscaal advies, daarvoor is het niet nodig dat wij ook uw boekhouding of jaarstukken verzorgen. Wij zien het als onze taak om u zo goed mogelijk te adviseren als we bij uw boekhouding fiscale aspecten tegenkomen.

Mocht u fiscale vragen hebben, dan beantwoorden we die graag. Binnenkort kunt u kiezen uit verschillende abonnementsvormen wat betreft fiscaal advies en fiscale begeleiding.

 

van helden fonds

Van Helden fonds: wat wij teruggeven

 

vraag & antwoord

wat is uw vraag?

1

hoe gaat Van Helden in de praktijk te werk?

We maken met u een afspraak bij ons op kantoor of bij u. We hechten eraan dat er een klik is tussen adviseur en klant. Zijn we het eens over het werk en de kosten? Dan maken we vervolgafspraken over oa. de frequentie van rapportages en deadlines van de belastingen.

2

waar kan ik inloggen om mijn cijfers in te voeren?

Dat kan hier: Exact Online

Let op:
U bent altijd zelf verantwoordelijk voor de belastingaangifte. Ook als deze door uw boekhouder is verzorgd en daarin fouten zijn gemaakt.

3

wie is er aansprakelijk voor de aangifte?

Het is onze taak de aangifte deskundig en zorgvuldig te behandelen.
De klant blijft altijd inhoudelijk verantwoordelijk voor zijn of haar belastingaangifte.

4

wat kan ik zelf aan de administratie doen?

U kunt uw hele administratie zelf doen in een eigen boekhoudpakket en ook gebruik maken van Exact Online. Daar kunt u ook facturen aanmaken die direct in de boekhouding worden gezet. Dat bespaart u invoerkosten.

5

met welke boekhoud- pakketten werken jullie?

We werken met King en Exact Online. Daar werken we al heel lang mee. Dit is een degelijk pakket waarop de boekhouding op professionele wijze kan worden gevoerd. Het werkt snel, geeft goed overzicht en financieel inzicht.

6

werkt Van Helden ook samen met derden?

Ons kantoor werkt samen met kleine en grote accountantsbureaus waar het gaat om accountantsverklaringen of complexere fiscale vraagstukken.

7

wat kost het om jullie in te huren?

* Kleine administratie inclusief aangifte btw: vanaf € 50 pm
* Loonadministratie: vanaf € 20 pm
* Jaarrekening of jaarstukken belastingdienst: vanaf € 500 pj
* Belastingaangifte ondernemer: vanaf € 175

8

zijn er minder kosten bij meer diensten?

Bij een combinatie van onze diensten kunnen we efficiënter werken, zodat onze totaalprijs vanaf € 100 per maand kan worden aangeboden.
Dat hangt vooral af van de hoeveelheid en aard van de mutaties in de boekhouding.

9

wanneer moeten mijn aangiften zijn ingediend?

De maand na elk kwartaal moet de aangifte omzetbelasting zijn ingediend en betaald, uiterlijk voor 1 april. Aangiften vennootschapsbelasting uiterlijk voor 1 juni het jaar erop. Als belastingconsulent hebben we de mogelijkheid om gespreid de aangiftes in te dienen.

10

..of
stel
zelf een
vraag

 
 

contact

u vindt ons in utrecht

 

Van Helden B.V.
Othellodreef 45
3561 GS Utrecht

030 262 56 90
info@vanheldenbv.nl

volg ons:

contactformulier

nieuwsbrief ontvangen?

download algemene voorwaarden © van Helden b.v. 2016